Staatssecretarissen

In NRC Handelsblad van 24 augustus heeft Folkert Jensma een interessant verslag gegeven van zijn gesprek met professor dr. L.M. de Rijk, tot juni 1991 lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Ik moet echter op een hiaat in het geheugen van De Rijk wijzen.

In zijn antwoord op de toespraak die premier Lubbers voor zijn vijfentwintig-jarig jubileum hield in 1984, zei De Rijk, aldus het interview: “Toen ik lid werd van deze Kamer (in 1966, C.v.O.), bestonden er niet eens staatssecretarissen. Ik weet nog dat zij werden uitgevonden.”

Echter, reeds in 1948 werd bij de Grondwetsherziening (kabinet-Beel, 1946-1948) het ambt van staatssecretaris gecreëerd. Tijdens het kabinet-Drees-Van Schaik (1948-1951) werd de eerste lichting staatssecretarissen benoemd onder wie Cals, Van der Grinten, Muntendam en Van Rhijn. Toen De Rijk in 1956 de Eerste kamer betrad, bestond het ambt van staatssecretaris dus al zeven jaar.

Laat ik een gebeurtenis noemen die De Rijk toch onmogelijk vergeten kan zijn. In het zittingsjaar 1957-1958 wordt op 21 mei 1958 in de Eerste Kamer bij de behandeling van de begroting van Oorlog van vele kanten ernstige kritiek geuit op de bewindslieden van het departement van Oorlog, de minister ir. C. Staf en zijn staatssecretaris, mr. F.J. Kranenburg. Vooral Kranenburg wordt hard aangepakt die dag in de Eerste Kamer voor zijn beleid betreffende het Directoraat Materieel Landmacht ("Helmenaffaire'). De staatssecretaris neemt zelfs ontslag.

Senator De Rijk moet daar toch aanwezig zijn geweest, maar misschien heeft hij ook al niet die akelige notulen van de Senaatsvergaderingen gelezen? Of heeft hij zelf al de verklaring gegeven in zijn interview: “Wie doet dat nu, alle 48 boeken ("Homerus') ook werkelijk bestuderen.”