Sovjet-soldaten Vilnius: hek dicht, mond dicht; Aftocht van 90.000 militairen wordt geen sinecure

VILNIUS, 29 AUG. Het Rode Leger in de Litouwse hoofdstad Vilnius houdt de poort hermetisch gesloten. Bewakers beantwoorden alle vragen met een stille lach van oor tot oor. Hun wachtcommandant is wel de spraakkunst machtig, maar zegt alleen dat hij niets mag zeggen. “Alles is rustig hier”, bezweert de beroepsmilitair uit Moskou die al negen jaar in de Baltische republieken heeft gediend en er, naar het zich laat aanzien, zijn langste tijd heeft gehad.

Even verderop aan de rand van het kamp Siaures miestelis in het noorden van Vilnius, zijn vier dienstplichtigen bezig het vuilnis op te halen dat officiersgezinnen naast hun flatgebouw hebben gestort. Een soldaat rookt wat voor zich uit in de cabine van de legertruck, twee dienstplichtigen scheppen de walmende belt in de laadbak en de vierde - een met een streepje meer - houdt toezicht. Zo brengen ze het leeuwedeel van hun twee jaar durende diensttijd door: vuilnis ophalen van 's ochtends zes tot 's middags één en daarna wachtlopen. Zij verlangen terug naar de Krim en de Oekraïne en verder niks, zeggen drie van de vier. De vierde, hun voorman, blijkt Litouwer. Zijn toekomstplan: over drie weken afzwaaien en daarna zo snel mogelijk toetreden tot de eigen Litouwse defensiemacht.

De vorige week benoemde Sovjet-minister van defensie, Jevgeni Sjaposjnikov, zei dezer dagen nog dat het Rode Leger zich nooit zal terugtrekken uit de Baltische landen. In de herboren landen zelf wordt daar geheel anders over gedacht. In zijn werkkamer, die wordt omzwermd door talrijke gardisten van de Litouwse landsverdediging, zegt de Litouwse minister van defensie Audrius Butkevicius (31 jaar en afgestudeerd arts) wat alle Litouwse leiders dezer dagen met groeiende zelfverzekerdheid herhalen: “Het Rode Leger is hier tegen onze wil aanwezig en is derhalve een bezettingsmacht die zo snel mogelijk dient te vertrekken”.

Butkevicius voegt er meteen aan toe dat deze wens in de praktijk moeilijk te verwezenlijken zal zijn. Litouwen alleen al heeft negentigduizend manschappen van het Sovjet-leger binnen zijn grenzen. De Sovjet-Unie kan de troepen al nauwelijks verwerken die terugkeren en teruggekeerd zijn uit Midden- en Oost-Europa. Maar Butkevicius wil niets weten van een over jaren uitgesmeerd vertrek zoals met het verenigde Duitsland is overeengekomen. “Ze moeten zo snel mogelijk weg. Dit is onze kans om ze kwijt te raken en we willen geen enkel risico lopen; daarvoor is de situatie op dit moment veel te instabiel.”

De minister zegt de Sovjet-legermacht als zodanig niet meer te vrezen. “Van de officiële bevelsstructuur gaat geen enkele dreiging meer uit. Maar onderhuidse en ondergrondse stromingen binnen het leger zijn des te gevaarlijker. Het Rode Leger is een veelkoppig monster dat kookt van frustatie omdat zijn rol is uitgespeeld. Zo'n monster kan rare dingen doen.”

Wat voor dingen kan hij niet precies zeggen. “Maar ik heb mijn mensen binnen hun gelederen die mij informeren. Er zijn heel wat militairen die onmiddellijk achter een leider zouden aanhollen als die het tegen ons wil opnemen.”

Butkevicius zegt hiermee niet te doelen op een dreigende partizanenstrijd of burgeroorlog. “Het grootste gevaar is politiek terrorisme. Gefrustreerde militairen zijn een kostbaar instrument in de handen van duistere elementen. Men kan hier de Litouwse bevolking tegen de Russische minderheid opzetten om de geesten rijp te maken voor een nieuwe Russische inval. Wij moeten hier een land wederopbouwen en er zijn oneindig veel manieren om dat politieke, economische en sociale proces te frustreren.”

De Britse minister van buitenlandse zaken Hurd en zijn Franse ambtgenoot Dumas, die hun komst naar de Baltische landen reeds hebben aangekondigd, zullen van de Litouwse regering te horen krijgen dat er haast moet worden gemaakt met de verdere ontwikkeling van een Europese veiligheidsstructuur. Butkevicius: “Ik hoop dat ze nu wel willen luisteren. In het Westen heb ik overal waar ik kwam onderstreept dat er een strategie moet worden ontwikkeld om het desintegratieproces in de Sovjet-Unie te beheersen. Overal kreeg ik te horen: wij steunen Gorbatsjov, dat is de beste garantie voor een gecontroleerd proces. Ik heb niemand er van kunnen overtuigen dat dat een verkeerde keuze was. En zie wat er nu gebeurt”.

“Nu zeg ik: het Helsinkiproces (voor Europese veiligheid en samenwerking, red.) moet in de allerhoogste versnelling worden voortgezet om Centraal-Europa aan de goede kant van de streep te krijgen voordat het te laat is.”

Butkevicius zegt het niet met zo veel woorden, maar hij laat duidelijk blijken dat hij nieuwe wilde horden uit het oosten vreest. “Nu zien we de desintegratie van de Sovjet-Unie. Straks zien we het uiteenvallen van de Russische federatie. De nationalistische beweging in Tatarstan wint razendsnel aan kracht, de kozakkenbeweging in het westen van Rusland herleeft, de Azeri zullen verder strijden met de al dan niet onafhankelijke Armeniërs en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Europa krijgt te maken met een uiterst explosieve oostgrens; dat zal de rekening zijn die we straks moeten betalen als het feest van deze weken voorbij is.”

Ter nuancering van eerdere uitspraken vult Butkevicius aan dat hij het Rode Leger niet zo maar de grens wil overzetten. “Terugtrekking van het Sovjet-leger zal onderdeel moeten zijn van een Europese ontwapenings- en veiligheidsstrategie. Het Westen is aan zet: steun ons met het beheerst inkrimpen van het Rode Leger.”

Wat Litouwen betreft zal het voorlopig nog even genoegen moeten nemen met het vertrek van de OMON-troepen, de naar schatting honderdvijftig "vechtmachines' van het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken die sinds januari enkele gebouwen in Vilnius bezet hebben gehouden. Afgelopen vrijdag hebben deze zogenoemde "zwarte baretten' hun laatste bastion, de academie van de Litouwse politie, verruild voor een veilig heenkomen op de Sovjet-legerbasis Siaures miestelis. Uit Moskou is inmiddels de toezegging gekomen dat de OMON-troepen op korte termijn Litouwen zullen verlaten.

In de pas ontruimde politieacademie zijn inmiddels kadetten volop bezig honderden zandzakken het gebouw uit te kruien en het meubilair op zijn plaats te zetten dat als barricade is gebruikt. Een collegezaal, door OMON tot slaapzaal omgebouwd, blijft nog even niet opgeruimd voor wie een zwijnestal wil zien: een puinhoop van lege flessen drank en peuken op de grond en blote meiden aan de muur en ergens langs het plafond in cyrillisch schrift: “OMON leeft voort, wij komen terug!”