PSV geeft meer prioriteiten aan eigen kweek in eerste elftal; Doorbijter Hoekstra grijpt kans

SITTARD, 29 AUG. Vorige week bij het internationale toernooi van Hellas Verona moest hij nog de tassen dragen van de basisspelers. Gisteravond, uit tegen Fortuna Sittard, stond hij voor het eerst zelf in de basis bij een competitiewedstrijd van PSV. Peter Hoekstra, ouderwetse linksbuiten, 18 jaar.

Om half vijf gistermiddag, toen de selectie juist aan de meloen met ham zou beginnen, had hij nog niet geweten dat hij mocht spelen. Hij had staan biljarten, zoals de routiniers hem dat voordoen. Gelukkig maar want anders had hij misschien geen hap door zijn keel gekregen. “Last van de zenuwen. Alleen maar vóór de wedstrijd, hoor.”

Tijdens de wedstrijd was van zenuwen weinig te merken. Hij legde zijn directe tegenstander René Maessen keer op keer in de luren, demonstreerde behendige passeerbewegingen en een nauwkeurige voorzet en trok pal langs de zijlijn nuttig gaten voor Juul Ellerman. Ook toonde hij een grote felheid als hij de bal verspeeld had.

Hij was het die na een kwartier de strakke voorzet gaf, waaruit Kieft met een kopbal 1-1 kon scoren. Hij stond ook aan de basis van het derde Eindhovense doelpunt. Maessen kon hem alleen maar stoppen met een overtreding. De vrije trap van Vanenburg die daaruit volgde, werd door Popescu ingekopt. Opvallend veel aanvallen in de eerste helft liepen via Hoekstra over links.

Maar in de tweede helft was hij al gauw moe. Hij begon fouten te maken, stuitte steeds vaker op Maessen. Reden voor trainer Bobby Robson hem na twintig minuten te wisselen voor Kalusha, zoals tevoren was afgesproken. Volgens Robson kan Hoekstra "een grote' worden. “Maar zijn benzine was op. En die jongen is nog in de groei. We moeten goed op hem passen.”

Ook Kieft, die Hoekstra na de eerste goal uitgebreid liet delen in de vreugde, complimenteerde zijn jonge medespeler met het competitiedebuut in de basis. Hij sprak zelfs over “een voetballer, zoals er weinig worden geboren”. Maar Hoekstra zelf bleef met beide benen op de grond staan. Hij gaat er vanuit dat hij straks weer op de bank zit als Romario terugkomt. Hij is al lang blij als hij dit seizoen nog een een paar keer mag invallen. Want hij heeft nog veel te leren, vindt hijzelf. Hij mist nog kracht en ervaring. Zijn grootste troef, zegt hij simpel, is dat hij een echte linksbuiten is, en die zijn er maar weinig. “Dat is mijn geluk.”

Hoekstra speelde vanaf zijn achtste jaar bij de zaterdagamateurclub ACV in Assen, waar hij door PSV als talent ontdekt werd. Zo kwam hij als veertienjarige jongen op het jeugdinternaat van de Eindhovense club. Daar had hij het in het begin heel moeilijk. Hij klaagde over heimwee. Hij mocht met de junioren van PSV ook geen competitie spelen, omdat hij te laat overschrijving had aangevraagd.

Maar Hoekstra is een doorbijter. Hij maakte in Eindhoven zijn LEAO-studie af en ontwikkelde zich tot een van de uitblinkers van de landelijke jeugdcompetitie. Vorig jaar mocht hij al een paar keer meetrainen met de A-selectie. Ook mocht hij twee keer invallen: tegen FC Zwolle voor de beker en in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Everton.

Hoekstra die een vierjarig contract heeft bij PSV, was al lang blij dat hij aan het begin van dit seizoen samen met jeugdspelers François Gesthuizen en Tom van Mol aan de selectie werd toegevoegd. Dat hij in de voorbereiding voor de competitie al regelmatig zou mogen meespelen, had hij nooit durven dromen. Hij kwam in actie tegen Feyenoord in de strijd om de Super Cup, maakte indruk in het vriendschappelijk duel tegen Valencia, viel in tegen FC Utrecht en werd vorige week op het toernooi in Verona ook beide keren opgesteld. “Het gaat nu opeens heel snel”, zegt Hoekstra. “Ik heb me er altijd op ingesteld dat ik waarschijnlijk toch nooit door zou breken. Dan kon het ook niet tegenvallen.”

Jeugdspelers bij PSV weten nu eenmaal dat ze weinig kans hebben om door te dringen tot het eerste elftal. PSV gaf van oudsher de voorkeur aan veilige aankopen boven risicovolle eigen kweek ondanks een uitstekende jeugdopleiding. Het gevolg was dat het jonge talent uiteindelijk bij alle mogelijke eredivisieclubs terecht kwam behalve bij PSV. Pas met Berry van Aerle, die wel eerst bij FC Antwerp zijn kwaliteiten moest bewijzen, werd die ban doorbroken. Ook Twan Scheepers liet vorig jaar zien dat de kansen voor de eigen kweek zijn gekeerd.

PSV kan zich de luxe van het onbeperkte kopen en het veronachtzamen van eigen talent ook niet meer permitteren. Volgens manager Kees Ploegsma zou de Eindhovense club moeten streven naar een selectie met 60 procent eigen kweek en 40 procent aankopen. Zonder dat de prestaties daaronder lijden. Die weg is nog lang, maar PSV heeft met Hoekstra alvast een begin gemaakt.