Papierfabrikant KNP spreidt belangen; "We zijn sterk afhankelijk van de economische ontwikkelingen in Europa'

ROTTERDAM, 29 AUG. Het werd aan het begin van de jaren tachtig voorspeld. De papierindustrie zou zware tijden tegemoet gaan. Door de introductie van de computer op kantoor en door de aanhoudende verschuiving van reclamegeld van folders naar televisie zou de papierindustrie ineenstorten.

Volgens bestuursvoorzitter F.J. de Wit van de Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken (KNP) is daar niets van terechtgekomen. De papierindustrie maakte in de jaren '80 in werkelijkheid wereldwijd een ongekende groei door:tien procent omzetstijging per jaar. De veranderingen in de reclamewereld en in kantoren pakten voor de papierindustrie onverwacht gunstig uit. En hoewel die groei nu is gezakt naar vijf procent per jaar, lijkt het einde van de expansie nog niet in zicht.

De consument in Europa wordt, in navolging van de Verenigde Staten, steeds vaker via direct mail benaderd. Tijdschriften maken steeds meer gebruik van luxe-papier. Steeds meer vakbladen verschijnen op de markt, elk zichzelf respecterend bedrijf beschikt tegenwoordig over een huisorgaan en elke hobbyclub maakt een ledenblad.

“Het heeft te maken met de indivudualisering van de samenleving”, constateert De Wit. “De markt is zeer gefragmenteerd geworden en wordt gesegmenteerd benaderd. Dure auto's prijs je niet via een reclamespotje op de televisie aan. Reclamejongens zoeken heel gericht de doelgroep op en sturen hen een luxe, papieren folder.”

Toch kennen de papierdivisies van KNP op dit ogenblik een zwakkere periode. Deze maand gepresenteerde halfjaarcijfers van KNP vertonen weliswaar een winst van 158 miljoen gulden, 7 procent meer dan vorig jaar, maar dat is niet aan de papierdivisies te danken. De omzet bleef ongewijzigd op een bedrag van 1,13 miljard gulden, inclusief de 90 miljoen gulden omzet van het begin dit jaar overgenomen Steijn Beheer.

De verpakkingsdivisie (karton) van KNP en de deelnemingen in andere bedrijven zorgden dat de winst op peil bleef. Het bedrijfsresultaat in karton steeg, dank zij de forse economische groei in Duitsland, met 111 procent.

In de Fine Paper divison (de produktie van houtvrij tweezijdig gestreken papier) gaf het bedrijfsresultaat de eerste helft van 1991 een daling van elf procent te zien ten opzichte van het eerste halfjaar van 1990.

In de Publication Paper Division (houthoudend tweezijdig gestreken papier) was die daling zelfs twintig procent tegenover de eerste helft 1990, maar vergeleken met de tweede helft van vorig jaar was sprake van een stijging met twee procent.

Dat de klad enigszins in het papier zit, verklaart De Wit door te wijzen op de overcapaciteit op de wereldmarkt. Die kan volgens hem nog wel tot 1993 voortduren. Ook de economische terughoudendheid in verband met de Golfoorlog is volgens De Wit van invloed geweest.

Geluk bij een ongeluk is dat de papierbedrijven van KNP in Nijmegen, Maastricht en het Belgische Lanaken, niet geïntegreerd zijn; de grondstoffen ervoor produceert KNP niet zelf. Doordat de grondstoffen momenteel goedkoop kunnen worden ingekocht, kan het concern de schade beperkt houden.

Helemaal toevallig is dat niet. De KNP voert al enige jaren een beleid om het cyclische karakter, dat onlosmakelijk aan de papierindustrie is verbonden, af te zwakken. Ook deelneming in andere bedrijven dient een door de jaren heen meer stabiel bedrijfsresultaat op te leveren. Vooral het belang van KNP in de verpakkingssector en de handels- en distributiebranche is de laatste jaren fors toegenomen.

De Wit kondigde enige jaren terug al aan dat hij met KNP tot de tien grootste papierconcerns in Europa wilde behoren en feitelijk is dat doel al bereikt. “Om tot de tien grootste te behoren moet je een omzet hebben van acht á tien miljard gulden. Onze geconsolideerde omzet bedraagt 2,2 miljard en ons niet- geconsolideerde deel 5 miljard. Als we onze deelnemingen in verscheidene bedrijven zouden opschroeven tot honderd procent - hetgeen we overigens niet van plan zijn - dan komen we ruim over de 9 miljard gulden.”

KNP is bovendien een zogenoemde niche player. Het concern zoekt specifieke markten op waar zij hoogwaardige grafische specialiteiten met een hoge toegevoegde waarde kwijt kan. In deze aantrekkelijke segmenten kan met relatief lage kosten een hoge omzet worden bereikt.

“We zeggen nu dat groter groeien niet meer onze primaire doelstelling is, hoewel de concentratie binnen onze bedrijfstak wel doorgaat. Wat acquisities en deelnemingen betreft, blijven we dan ook op het vinkentouw zitten. Zelfs fusie sluit ik niet uit. Maar het wordt wel steeds moeilijker”.

Ondanks de overproduktie draaien de twee gigantische papiermachines in Lanaken op volle toeren. In de immense, meer dan tweehonderd meter lange hallen, schieten de papierbanen met een snelheid van zo'n zeventig kilometer per uur 24 uur per dag voorbij. In de moderne fabriek aan het Albertkanaal wordt zo jaarlijks 350.000 ton papier gemaakt. Per machine bewaken 90 microprocessoren en drie besturingscomputers het produktieproces. In de hal zelf zijn nauwelijks mensen aanwezig.

Division-controller S. Kerkhofs: “Toch werken we hier in Lanaken met 850 mensen. Maar we werken in een vol-continusysteem met vijf ploegen. Je ziet eigenlijk alleen maar mensen in de hal als er iets misgaat. Een storing in de machine of een gebroken papierbaan. Dan komen de mensen uit allerlei hoeken en gaten aanrennen.”

Papier wordt gemaakt van hout, cellulose en water. Het hout van de fijnspar komt voornamelijk uit de Ardennen, de cellulose - ook een houtprodukt - wordt per schip uit Canada of Scandinavië geïmporteerd.

In Lanaken is de verwerking van boomstam tot velletjes papier volledig te aanschouwen. Jaarlijks wordt 500.000 kubieke meter hout aangevoerd in de vorm van boomstammetjes (voornamelijk "dunning' van bossen) en afval van houtzagerijen. Permanent wordt 40.000 kubieke meter hout in reserve gehouden voor de opvang van calamiteiten.

De houtsnippers (chips) worden vermalen tot pap en gemengd met het cellulose en water. De pap wordt over zeildoek door de walsen van de machine geleid, evenwichtig verdeeld en gedroogd. Nadat een coating is aangebracht, komt het papier in grote rollen de machine uit. Voor een deel wordt het per rol afgevoerd, voor een deel worden de rollen versneden tot vellen (formaten).

Op dit ogenblik wordt in Lanaken nagedacht over de bouw van een derde papiermachine, hetgeen een investering van 700 miljoen gulden vergt. “Wellicht kunnen we hierover in 1992 een besluit nemen, maar dan duurt het nog ten minste vijf jaar voor zo'n machine operationeel is. De beslissing is onder meer afhankelijk van twee vragen: hoe ontwikkelt de markt zich en wat is de invloed van een nieuwe machine op ons eigen produktie-apparaat in verband met de kosten”, legt De Wit uit.

“We zijn sterk afhankelijk van de economische ontwikelingen in Europa. Blijft de economische expansie in Duitsland zo uitbundig als het afgelopen jaar? Wanneer komt Groot-Brittannië uit de recessie? De eenwording van Duitsland werkt zeker in ons voordeel. Zowel voor onze papier- als voor onze kartondivisie. Ook naar Hongarije verwachten wij zeker groei. Maar over Polen en Roemenië zijn wij somberder.”