Ontbinding van Unie zou uitlopen op ramp

De voormalige Sovjet-premier Ryzjkov plaatste gisteren de dreigende ineenstorting van de Sovjet-Unie en haar opdeling in acht, of tien, of vijftien onafhankelijke landen alvast in het teken van haar uiteindelijke consequentie: chaos en burgeroorlog. Er is inderdaad niet zoveel voorstellingsvermogen voor nodig om in te zien dat het uiteenvallen van de federatie nauwelijks andere gevolgen kan hebben. Maar juist daarom is het nog mogelijk te voorkomen dat het werkelijk zo ver komt.

De Unie zal een afscheid van de kleine republieken die zich tot nu toe hebben afgescheiden of dat nog willen doen, nog wel kunnen verwerken: de drie Baltische landen, Moldavië, Armenië en Georgië kunnen weglopen zonder dat dat werkelijk schokkende gevolgen heeft. De situatie is evenwel radicaal anders wanneer de grote republieken - Rusland, de Oekraïne, Kazachstan, in mindere mate de andere Centraalaziatische republieken, Azerbajdzjan en Wit-Rusland - onderling de banden verbreken. Die scheiding der wegen zou dramatische gevolgen hebben.

De eerste reden werd er gisteren door Ryzjkov zelf bij genoemd: zeventig miljoen Sovjet-burgers - bijna een kwart van de totale bevolking - woont buiten de eigen republiek. Van de Armeniërs in de Sovjet-Unie, om het meest extreme voorbeeld te noemen, woont 38 procent buiten Armenië, van de Kazachen 22 procent buiten Kazachstan en van de Tadzjieken 24 procent buiten Tadzjikistan. Alleen al in Wit-Rusland wonen 1,2 miljoen Russen, in de Oekraïne 6,5 miljoen en in Kazachstan zelfs 6,7 miljoen. Een uiteenvallen van de Unie zou leiden tot een volksverhuizing zoals de wereld in de tweede helft van deze eeuw niet meer heeft gezien en tot een chaos van onoverzichtelijke afmetingen. Miljoenen Russen zouden uit alle veertien andere republieken naar Rusland trekken of moeten kiezen voor het weinig aantrekkelijke bestaan van een minderheid die te lang teveel te zeggen heeft gehad om geliefd te zijn. En tegelijkertijd zou een stroom van miljoenen niet-Russische Sovjet-burgers van her en der naar de eigen republiek trekken.

Hoe groot de problemen worden met een migratie van tientallen miljoenen mensen wordt ongeveer aangegeven door het feit dat de terugtrekking van een paar honderdduizend Sovjet-militairen uit Duitsland over enkele jaren wordt gespreid omdat men in de Sovjet-Unie niet in staat is zelfs dat relatief zoveel overzichtelijker aantal "repatrianten' op te vangen en onderdak te verschaffen.

Grenscorrecties, zoals die welke de Russische president Boris Jeltsin eist van de Oekraïne en Kazachstan als die de Unie verlaten, zouden het probleem verlichten. Maar die zijn, zoals de eerste reacties uit Kiev (“Er varen schokgolven door de republiek”) en Alma-Ata (“Oorlog”) al hebben aangetoond, voor de andere republieken onaanvaardbaar. De Oekraïne zou onder geen enkele omstandigheid afzien van een van de belangrijkste steunpilaren van zijn economie, het Donbas-kolenbekken, net zoals Kazachstan zich prettiger oplossingen kan voorstellen dan zomaar zijn rijkste landbouwgronden op te geven - en dat zijn nu net de gebieden die Boris Jeltsin op het oog heeft. De volksverhuizing die een volledig uiteenvallen van de federatie tot gevolg zou hebben zou tot een sociale, politieke en economische chaos leiden van afmetingen die men zich alleen in nachtmerries kan indenken.

De economische chaos zou nog worden verergerd door het feit dat de republieken economisch op elkaar zijn aangewezen. Wat in Comecon-verband goeddeels mislukte, een centraal geplande, rationele werkverdeling tussen de aangesloten landen - is binnen de Sovjet-Unie tot op zekere hoogte wel gelukt: de republieken is afgelopen decennia vanuit Moskou een verdeling opgedrongen, waarbij regio's en republieken zich zijn gaan specialiseren op basis van hun natuurlijke rijkdommen en hun economische tradities, met verwaarlozing van andere sectoren in hun economie. Dat laatste was niet prettig, maar veel keus was er niet, en het was ook tot nu toe geen ramp, omdat het centrum, Moskou, in de bekende straffe regie de onderlinge uitwisseling van produkten tussen de republieken regelde. De eenzijdige specialisatie wordt echter een ramp als die republieken straks volledig onafhankelijk worden en op zichzelf raken aangewezen. Zo drijft Wit-Rusland economisch op zijn lichte industrie, Moldavië op zijn landbouw en wijn, Azerbajdzjan op zijn olie, Kirgizië op zijn wol, Toerkmenië en Oezbekistan op hun katoen. Onafhankelijkheid zou leiden tot een volledige ineenstorting van de inter-republikeinse handel, waarvan de meeste republieken economisch afhankelijk zijn - Wit-Rusland, de Baltische landen, Moldavië en Armenië zelfs voor meer dan zestig procent van hun netto materiële produkt, Georgië, Azerbajdzjan, Toerkmenistan en Kirgizië voor ruim de helft. De ervaringen van de kleine Oosteuropese landen sinds 1989 spreken wat dat betreft duidelijke taal.

En wat in het groot geldt, geldt ook in het klein. De enige fabriek in de hele Sovjet-Unie waar sigarettefilters worden gemaakt, staat in Litouwen. Nu Litouwen zich afscheidt, moeten alle sigarettenproducerende Sovjet-republieken hun filters in het buitenland kopen. Ze kunnen natuurlijk nog in Litouwen terecht, maar dat is ook buitenland geworden en wenst in valuta te worden betaald. Een ander voorbeeld: de enige fabriek in de Sovjet-Unie waar verflak wordt gemaakt, staat eveneens in Litouwen, en alle Sovjet-republieken zijn nu ook voor hun lak op het buitenland aangewezen. Dergelijke monopolies en bijna-monopolies zijn er te over. Ze zullen elke republiek die zich afscheidt nog heel lelijk opbreken.

Dat kleine, niet-slavische, nog in een relatief recent verleden geannexeerde landen als Estland, Letland, Litouwen en Moldavië zich uit de Unie losmaken, lijkt nog begrijpelijk. De afscheiding van de Oekraïne en de economisch onderontwikkelde Centraalaziatische gebieden is dat niet: juist die republieken zijn in allerlei opzichten zo sterk op elkaar aangewezen en met elkaar vervlochten dat een uiteengaan onmogelijk lijkt.

Dat zijn geen argumenten waarop men, zo kort na de ongehoord dramatische ontwikkelingen van de afgelopen tien dagen, bij de eigen bevolking kan komen aanzetten: een centraal gezag is ingestort, een ideologie ontheiligd en afgedankt, een zeventig jaar oppermachtige partij ontmanteld. Er ligt een vacuüm dat wordt gevuld met nationalistische emoties: alles moet anders. Het is in die roes dat met het badwater van het communisme ook het kind van de Unie dreigt te worden weggegooid. Die euforie (plus het verlangen van leiders om hun stoel te redden) lijkt te verklaren waarom men zelfs in een conservatieve, dociele (en economisch bepaald armlastige) republiek als Wit-Rusland van de ene dag op de andere de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. De politici lijken in die euforie even op sleeptouw te zijn genomen.

Wellicht lijkt het allemaal op de wat langere termijn dramatischer dan het is. Boris Jeltsin heeft namens Rusland hard gevochten en grote risico's genomen om het Unieverdrag uit de handen van de junta te redden. Met dat Unieverdrag redde hij immers de vrijwel totale autonomie van zijn republiek Rusland. Hij redde echter en passant ook Gorbatsjov, en - belangrijker - de Sovjet-Unie als losse, overkoepelende federatie. Zijn dreigement met territoriale aanspraken aan het adres van de wegloopneigingen vertonende sleutelrepublieken Oekraïne en Kazachstan is dan ook waarschijnlijk geen actie waarmee de Unie wordt ondergraven, maar juist het omgekeerde, een actie waarmee de afscheiding van die twee republieken zou kunnen worden verhinderd. Het is allerminst in het belang van Rusland dat de Oekraïne, Kazachstan, Wit-Rusland en de Centraalaziatische republieken zich onafhankelijk verklaren. Jeltsin heeft bovendien nog het bijkomende probleem dat Rusland zelf óók een federatie met zestien autonome republieken is waarvan de meeste ook door het virus van de onafhankelijkheid zijn aangestoken.

Boris Jeltsin, de man die sinds zijn verkiezing tot president van Rusland heeft gevochten voor een zo groot mogelijke decentralisatie van de macht van het centrum, wil, nu die decentralisatie te ver dreigt te gaan, de federatie juist redden: de consequenties - chaos, volksverhuizingen, burgeroorlog - liggen te zeer voor de hand. Of het lukt is onvoorspelbaar. Maar, zo moet Jeltsin hebben gedacht, als de collega's en hun achterban in de andere republieken niet naar rede willen luisteren, luisteren ze misschien wel naar dreigementen. Misschien dat dan de roes verflauwt en de rede terugkeert.