Moskou zoekt ooggetuigen

MOSKOU, 29 AUG. De commissie voor onderzoek naar betrokkenheid bij de staatsgreep zetelt in de Mossovjet, het Moskouse stadhuis. Op de deur hangt een bordje Niet Storen. In de wachtkamer zit groot, grijs en zwijgend generaal Myrikov, zijn pet ligt op tafel. Hij moet op het matje om zijn positie tijdens de staatsgreep toe te lichten. Myrikov, chef van politie van de stad Moskou, heb ik vroeger vaak bij Armeense, Azerbajdzjaanse of Moskovische demonstraties gezien, groot, zwijgend en grijs. 's Winters droeg hij altijd een hoge Astragan bontmuts.

De commissie maakt overuren. Haar opdracht is de loyaliteit van de ordebewaarders in de stad tijdens de coup te toetsen. De zittingen zijn besloten. We antichambreren. In een korte pauze komt de commissievoorzitter Sergej Boelgakov naar buiten. De commissie heeft drie doelstellingen, licht hij toe. Onderzoek naar misbruik van machtsposities tijdens de coup, de verdediging van mensen die tijdens de coup zijn vervolgd en het verhinderen van een heksenjacht op communisten. Boelgakov maakt een serieuze indruk, maar je vraagt je af waar de commissie haar legitimiteit aan ontleent.

Boelgakov ontkent dat de commissie de loyaliteit van gewone burgers test, het gaat alleen om hoge functionarissen van het politie-apparaat, leger en KGB. De commissie laat zich enkel en alleen door de wet leiden, ze arresteert geen mensen. Het aantal actieve deelnemers aan de coup is klein, zegt hij. Wij zijn een gemeenteraadscommissie en we moeten rapporteren aan de landelijke commissie van het Russische parlement die probeert een beeld te krijgen van de gebeurtenissen van de afgelopen week. Wij spreken geen oordeel uit, we nagelen niet aan de schandpaal, we verhoren en verzamelen informatie.

Een jongeman dient zich aan als getuige. Hij heeft belangrijke dingen gezien tijdens de coup. Boelgakov kalmeert hem en zegt dat hij zijn getuigenis op schrift moet zetten. Alleen ooggetuigeverslagen, liefst van twee mensen, worden in behandeling genomen, zegt de voorzitter, die er doodmoe uitziet.

In het hele land moeten honderden van dit soort zelfbenoemde commissies aan het werk zijn. Je krijgt de indruk dat het halve land op dit moment informatie aan het verzamelen is over de andere helft. De ene helft beschuldigt de andere helft van medeplichtigheid, lafheid, incompetentie en nalatigheid.

Pag. 4:

Bijltjesdag lijkt in Sovjet-Unie onvermijdelijk; Verklikkers beleven hoogtijdagen

De Opperste Sovjet put zich al drie dagen uit in uit de lucht gegrepen beschuldigingen, die niets verduidelijken en de tegenstellingen alleen maar vergroten. Volgende week komt een speciaal Volkscongres bijeen dat het hele debat nog eens dunnetjes zal overdoen.

De Leningradse burgemeester Anatoli Sobtsjak, die zijn postieven nog bij elkaar heeft, riep de parlementsleden op een einde te maken aan de gratuite beschuldigingen aan het adres van de communistische partij en zich te buigen over de meer wezenlijke conflicten, de wrijvingen tussen de republieken. Onmiddellijk vlogen twee delegaties, een van de Unie, een van de Russische Federatie, naar de Oekraïne om de gemoederen, verhit geraakt na Jeltsins uitlatingen over grenscorrecties, tot bedaren te brengen.

De informatiestroom houdt intussen aan maar de meeste verhalen zijn moeilijk of niet controleerbaar. Indianenverhalen zijn gauw geboren in de nadagen van een putsch en iedereen probeert zijn eigen rol iets mooier voor te stellen dan die was. De coup lijkt voor veel mensen een aanleiding om persoonlijke rekeningen te vereffenen. De Moskouse burgemeester Gavriil Popov sprak in een televisie-vraaggesprek met afgrijzen over het grote aantal verklikkers, dat het stadhuis overstroomt met schriftelijke aangiften van mensen die de coup zouden hebben gesteund. Deze ingekankerde Sovjet-gewoonte stamt nog uit de Stalintijd toen het als een daad van patriottisme werd beschouwd om vijanden des volks te ontmaskeren. Popov dreigde de brieven te publiceren om een einde te maken aan dit misselijk makende klikken, dat vaak lijkt ingegeven door baantjesjagerij.

Het rechtsbesef is in de Sovjet-Unie nog niet erg ontwikkeld. Het principe dat iemand pas schuldig is als zijn schuld bewezen is, is bij lange na nog niet ingeburgerd. In een land dat nooit een onafhankelijke rechtspraak heeft gekend is dat ook niet verwonderlijk. Ook de rechtspraak was van de partij afhankelijk. Anonieme brieven werden tot voor kort nog gewoon als grond voor het instellen van een gerechtelijk onderzoek geaccepteerd. Bovendien wordt de garantie van privacy nu volstrekt ten onrechte opgevat als gebrek aan openheid: iemand die iets niet vertellen wil heeft kennelijk iets te verbergen.

Terwijl ik vergeefs wacht op iemand die commentaar kan geven, spreek een gemeenteraadslid me aan, het rode speldje van de Mossovjet op zijn revers. Of ik wel weet dat er ook binnen het stadhuis heel wat misdaden worden gepleegd. Hij is vorig jaar onheus door de politie bejegend, op zijn klacht bij het openbaar ministerie is nooit gereageerd. Sindsdien is hij in een bureaucratisch gevecht gewikkeld dat zijn weerslag heeft gevonden in een dossier dat inmiddels al 500 pagina's telt. Hij vertelt het gewichtig, als was hij een slachtoffer van het systeem.

Opeens bevangt mij een grote moedeloosheid. Ik zie de ontelbare deuren met de ontelbare naambordjes, ik zie ontelbare mannen met speldjes op hun revers, die trots roepen dat ze lid zijn van een of andere Sovjet, de Opperste, de Middelste, de Onderste. Ik hoor de namen van ontelbare commissies. Ik zie de stapels papieren groeien en groeien, ik zie mannen praten en roken, praten en roken. Achter die deuren zitten geen communisten, maar zijn dit nu de politici die over de toekomst van het land moeten beslissen?