Milieu-inspectie laakt naleving van wetgeving door gemeentebesturen

AMSTERDAM, 29 AUG. De Milieukundige Inspectie acht de wijze waarop gemeentebesturen naleving van de milieuwetten controleren onvoldoende. Dat blijkt uit een onderzoek door de inspectie naar het milieubeleid van 167 gemeenten.

Toch meent de inspectie dat het onderzoek naar het gemeentelijk milieubeleid een verbetering te zien geeft vergeleken met 1988. De Inspectie signaleert een voorzichtig positieve verschuiving van “slecht” naar “niet voldoende”. Bovendien was 1990 een aanloopjaar, omdat de gemeenten daarin voor het eerst extra milieugeld kregen. In het onderzoek gaat het om gemeenten die een verzoek hebben ingediend voor extra gelden uit de zogenaamde "BUGM-pot' voor de uitvoering van hun milieutaken.

M. Bierman, regionaal inspecteur milieuhygiëne van Zuid-Holland en nauw bij het onderzoek betrokken: “Het is onthullend en soms onthutsend te zien, dat sommige gemeenten hun handhavingstaak helemaal niet hebben opgepakt. Opvallend is dat gemeenten blijkbaar de extra impuls van de milieugelden nodig hebben - hoewel het gaat om geld voor taken die ook vroeger al gewoon tot hun pakket behoorden.”

Als een van de belangrijkste oorzaken van de ontoereikende kwaliteit van het beleid noemt het onderzoek het ontbreken van voldoende ervaren en deskundige milieu-ambtenaren. De gemeenten zullen er daarom op moeten letten, dat zij voldoende investeren in opleidingen, vindt de milieuinspecteur.

Bierman zegt dat de Inspectie meer dan voorheen de gemeentebesturen ondervraagt over hun mileubeleid. “Dan blijkt dat men soms helemáál néts heeft gedaan. Geen enkel bedrijfsbezoek heeft afgelegd, bij voorbeeld. Nergens. Nul.”

Bovendien geeft een indeling in met name de categorieën “geen voldoende” en “redelijk” vaak nog een te positief beeld van de werkelijke situatie. “Als een gemeente ook maar een beetje planning in zijn stukken heeft staan, dan levert dat al punten op”, aldus Bierman. “En als je weet dat het hanteren van een planning een voorwaarde is voor het verkrijgen van handhavingsgeld, dan kun je nagaan dat er weinig gemeenten zullen zijn die geen "planning' blijken te hebben. Maar ook dat die term op zich nog niets zegt.”

Iets dergelijks geldt volgens haar ook bij het handhavingsbeleid. Ook dat levert extra punten op. “Maar het zegt nog niets over het feit of men dan bedoelt, dat er eens per maand een keer een garage of drukkerij wordt bezocht, dan wel dat men systematisch alle bedrijfstakken controleert en hercontroleert.”

B. Goinga, die het onderzoek vanuit de hoofdinspectie heeft gecoördineerd: “De feitelijke handhaving, het optreden tegenover overtredingen leeft bij veel bestuurders totaal niet. Als men al iets doet, beperkt men zich veelal tot optreden tegen overtredingen van de Hinderwet. Terwijl toch bij voorbeeld ook de handhaving van de Wet chemische afvalstoffen behoort tot de activiteiten die met het milieugeld uitgevoerd moeten worden. In elk geval is overduidelijk gebleken, dat gemeenten een geweldige handhavingsachterstand hebben.”