"Mild worden kan ook een vorm van gemakzucht zijn'

Ouder worden geeft velen een extra dimensie aan het leven. Een ieder heeft daarover zijn eigen verhaal. Vandaag: televisiepresentatrice Dore Smit.

Dore Smit (1933). Televisiekijkend Nederland kende haar al, maar zou haar niet herkennen. “Formentera 1966; ik kom uit zee met het sigaretje dat ik nu ook opsteek. Ik heb die foto uitgekozen omdat hij voor mij staat voor misschien wel de gelukkigste periode in mijn leven, hoewel ik daar op dat moment niet zo bij stil heb gestaan. En ik kom nog steeds op Formentera, ik was daar altijd met Erik” - Plooijer, haar in 1988 overleden man - “en op die vakanties was hij zo ontspannen en zo verschrikkelijk zichzelf. We genoten daar altijd en in het begin onder de meest primitieve omstandigheden. Met niks! We hadden in dat eerste huisje niet eens een wc, en nou ja... dan maar tussen de cactussen! Als we wilden douchen haalden we water uit de waterput en dat gooiden we door een mandje dat we in een boom hadden gehangen. Wat me zo bevalt in die foto is dat ik twinkel. Die twinkeling en toch ook die frons die ik altijd heb gehad en die staat voor het feit dat ik eigenlijk altijd alles te zwaar heb genomen. Als ik bij mezelf naga waar ik spijt van heb, dan is het dat ik niet eerder tot de ontdekking ben gekomen dat er...” Als ze nadenkt fronst ze haar mond. “...hoe zal ik het zeggen: dat er een heleboel is om te huilen, maar laten we alsjeblieft niet vergeten er ook eens om te lachen. Ik had meer willen lachen.”

Ze noemt zichzelf zwaartillend. “Je sjouwt natuurlijk altijd jezelf mee, maar ik heb daarnaast ook altijd het gevoel dat ik een kar moet trekken. Dat ik iets moet doen. Ik heb geen nare maar wel een zware jeugd gehad. Zonder vader en met een werkende moeder. In de oorlog moesten we verhuizen van de Duitsers want we woonden aan de kust en zij moesten de huizen daar hebben. Dus wij gingen van hot naar her, en ja, mijn broertje was twee, mijn zusje zes en achteraf kan ik me gewoon niet voorstellen dat ik zo jong zoveel heb moeten zorgen. Dat moest gewoon: altijd thuis de kinderen opvangen, zorgen dat het huis schoon was als moeder thuiskwam, dit regelen, dat regelen en opvoeden.”

Op haar achttiende was ze een huismus. “En ik zat heel braaf op een advocatenkantoor. Maar mijn moeder vond dat ik wat meer de deur uit moest gaan en toen heb ik me in het toneelspelen gestort. Niet alleen spelen maar ook souffleren, decors maken, kostuums: noem maar op.” Ze deed toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam en werd aangenomen. “Maar daar heb je het weer: mijn broertje zat op de Pollux, dat opleidingsschip, en toen zei mijn moeder: "Ga eens even kijken hoe het met hem gaat.' Want er was iets met hem aan de hand. Maar het was toevallig wel de dag dat ik, na drie maanden, dat examen moest doen dat bepalend was of je mocht blijven of niet. En aangezien ik natuurlijk ook tegen had dat ik een paar jaar amateurervaring achter de rug had met alle fouten vandien en bovendien totaal verregend en te laat op dat examen kwam omdat ik achter mijn broertje aan moest.. ja... toen ben ik gevallen. Tot mijn verbijstering! Maar toen ben ik de praktijk ingegaan en bij Studio gekomen en daar heb ik onder Kees van Iersel een schitterende tijd meegemaakt. Dat was in de jaren zestig, dus ook in de tijd van deze foto.”

Ze had haar kind toen nog niet. “Ik heb haar vrij laat gekregen: toen ik 36 was. En daar heb ik geen spijt van gehad.”

"Een zachte herfst is over haar gezicht getrokken.' Zo werd ze onlangs in een column beschreven. “Dat vond ik een compliment want het is natuurlijk bijna winter.” Dat ze haar omroepwerk kan blijven doen vindt ze zeer vanzelfsprekend. “Ga zelf maar na. Als je altijd als 40-, 50-jarige naar de televisie zit te kijken en je ziet van die hele jonge mooie kippetjes iets zeggen, dan denk je: nou maar weer eens iemand van mijn eigen leeftijd! Ik denk dat er weinig mensen zijn die zich eraan storen. Trouwens, in het buitenland zie je verschrikkelijk veel oude omroepsters. Duitsland, België..., er zitten soms moekes. En in ieder geval heeft de Ikon mij nooit het gevoel gegeven van: er komt een rimpeltje bij dus zou je niet eens opstappen? Ik denk dat ik daardoor ook vrij ontspannen overkom: ik zit er totaal niet mee in.” Het idee dat een omroepbaas haar aanblijven zou laten afhangen van een face-lift vindt ze absurd. “Voor geen goud! De enige reden zou zijn dat ik er niet mee zou kunnen leven. Als ik elke keer in de spiegel kijkend zou zeggen: "Getverdemme!' dan zou ik het voor mezelf wat prettiger maken door er wat aan te doen, want het schijnt een fluitje van een cent te zijn. Maar vroeger heb ik het zelfs veroordeeld! Misschien is dat het milder-worden dat ouder-worden met zich mee schijnt te brengen. Hoewel... dat mild-worden kan ook een vorm van gemakzucht zijn. Een combinatie misschien van wijsheid en energieverlies. Je gaat meer begrijpen en je hebt geen zin meer om je druk te maken. Uit luiheid, vermoeidheid.”

Ze vindt haar stem eigenlijk ook belangrijker dan haar gezicht. “Erik nam mij altijd op want ik was toch heel erg onzeker en moest het altijd terugzien. Dus ik heb bandenvol van vroeger. Ik vind het wel leuk dat ik ze nog heb: kijk d'r nou zitten met haar kokette kraagje omhoog! En aangeplakte wimpers bijvoorbeeld. Ik vond dat zo mooi. Het geeft zo'n diepte aan je ogen. Maar ik kon de goede wimpers niet meer krijgen en ineens, ik denk een goeie tien jaar geleden, dacht ik: nou, laat maar zitten. Voorbij en ik mis ze niet. Maar mijn stem! Ik vind met mijn stem werken het heerlijkste wat er is. En hoe klein een job ook is, ik doe het nooit "effe' maar altijd heel gedreven. Ik loop dan heel erg met oogkleppen. Als iets lekker gaat, fijn gaat, heb ik het gevoel dat ik zweef, een beetje high ben.”

Hoewel niet meer vast verbonden aan een gezelschap acteert ze soms ook nog. “Zo eens in de drie jaar denk ik: nou moet ik mijn ei kwijt, mijn emoties kwijt, nou moet ik spelen. En het gekke is dat er dan altijd iets naar me toe komt. Ik heb altijd het gevoel gehad dat op dat ene vreselijke na”, - ze doelt op het overlijden van haar man - “eigenlijk alles altijd naar me toe is gekomen. Ik heb nooit hoeven vechten om iets gedaan te krijgen en dat ligt ook niet in mijn aard.”

Toch weet ze van zichzelf dat ze sterk is. “Eerlijk gezegd iets minder sterk dan ik op die foto lijk, maar ik moet in mijn jeugd heel sterk zijn geweest. Enneh.....in noodsituaties was ik sterk. Maar dat heeft iedereen, dat je dan boven jezelf uitstijgt met wat je doet. Het komt erop neer dat je het uiteindelijk toch allemaal alleen moet doen. Dat is ook iets waar je achter komt als je ouder wordt. Je gaat toch meer begrijpen.”

Over haar oude dag heeft ze, en dat vindt ze wat dom van zichzelf, nog nauwelijks nagedacht. Ze kijkt rond in haar weelderig groene tuin: “Als ik nou op een flatje zou zitten... ik ben nog zo verschrikkelijk bezig met genieten van alles hier dat ik denk dat ik zo lang mogelijk op mezelf zal willen blijven. Maar ik hoop dat ik zo verstandig ben om, al maak ik er geen gebruik van, toch voor een alternatief te zorgen en me ergens te laten inschrijven. Want om nou, als ik hinkepinkend door mijn kamer zou gaan, steeds mijn kind te moeten roepen, dat lijkt me voor haar ook niet zo leuk. Ik wil ook zien te voorkomen dat mijn interessewereldje zich tot haar zou beperken. Want dan zou ik me toch te afhankelijk voelen.”

Drieënhalf jaar geleden had ze haar kranten opgezegd. “Daardoor sloot ik me toen af van de buitenwereld. Ik hoefde dat allemaal niet te weten, dat was allemaal oninteressant. Alleen wat hier gebeurde, dat was belangrijk. Maar wat je je helemaal niet realiseert is hoeveel moeite het kost om de draad weer op te pakken. Gewoon weer een krant lezen; ik lees dingen zeker op toneelgebied dat ik denk: Hoe? Wat? Waar? En allerlei berichten moet je bijvoorbeeld in plaats van één keer drie keer lezen. Zo gevaarlijk is het om dat los te laten. Maar dit is absoluut toch een nieuwe fase in mijn leven. Mijn kind is de deur uit, hoewel... een wasmachine heeft ze niet, dus je begrijpt! Maar het is nu drieënhalf jaar geleden dat Erik is overleden en hoewel ik daar dagelijks bij stil blijf staan en ook nog weinig zin heb om te genieten zonder hem erbij, mag ik me niet blijven opsluiten. Ik zal de mensen dus weer een beetje moeten gaan opzoeken, maar ik weet nu al dat ik veel selectiever geworden ben.”

Omdat ze er nog zo weinig over heeft nagedacht, heeft ze eigenlijk maar één praktisch idee betreffende de oude dag. “Maar daar hoef je niet oud voor te zijn: je moet je af en toe laten masseren. Vooral voor heel oude mensen die alleen zijn is het goed om aangeraakt te worden. Het is een soort streling die in het ziekenfondspakket zou moeten zitten. Gewoon heel lekker.” Ze twinkelt.

Dore Smit, in 1966. "Laten we niet vergeten er ook eens om te lachen'