Lubbers zal fors hogere lonen "niet meemaken'

DEN HAAG, 29 AUG. Als de lonen volgend jaar met meer dan vier procent stijgen, zal het kabinet koopkrachtverlies bij de minima niet compenseren. Stijgen de lonen vijf procent of meer dan treedt premier Lubbers af.

Dit bleek gistermiddag in de Tweede Kamer, waar het WAO-besluit van het kabinet en de ontkoppeling door een meerderheid van CDA en PvdA werd goedgekeurd. Het PvdA-lid De Visser trad uit protest hiertegen uit de Kamer.

Lubbers hield de Kamer voor dat de koopkracht van de minima ondanks de formele ontkoppeling van de lonen, zelfs bij een loonstijging volgend jaar “in de richting van vier procent” nog op peil zal kunnen blijven, als gevolg van de afschaffing van de inflatiecorrectie en de verhoging van de belastingvrije voet.

Op een vraag van VVD-leider Bolkestein of de “eenparige inkomensontwikkeling” gehandhaafd blijft bij een loonstijging van meer dan vier procent, zei Lubbers: “Het kabinet zal dat niet doen.” Volgens Kok is het onmogelijk om hogere loonstijgingen automatisch te compenseren bij de uitkeringen. “Dan lopen we vast.”

Kok en Lubbers hielden hartstochtelijke pleidooien voor loonmatiging, omdat de economische vooruitzichten voor 1992 slecht zijn. Volgens Kok staan “alle seinen op onveilig”. De economische groei valt tegen, evenals de groei van de werkgelegenheid. Hij verweet de Kamer te gemakkelijk te praten over mogelijke hoge loonstijgingen, die zowel hij als Lubbers als zeer onrealistisch afschilderden. Lubbers zei het “mentaal en persoonlijk niet mee te kunnen maken als de gemiddelde loonstijgingen van 5, 6 of 7 procent in dit land werkelijkheid zouden worden”.

Maar dat de gemiddelde contractloonstijging boven de door het Centraal Planbureau geraamde 3,75 procent zou uitkomen leek Lubbers onder meer niet waarschijnlijk vanwege de rol die de overheid als werkgever kan spelen. Er is volgens Lubbers “geen piekeren over” dat het kabinet in 1992 een hogere stijging voor ambtenarensalarissen zal overeenkomen dan 3 procent.

Tussen CDA en PvdA dreigde gistermiddag een conflict over de mogelijke gevolgen van een loonstijging boven de geraamde 3,75 procent. Volgens Brinkman is dan “de koek helaas absoluut op”, maar Wöltgens zei ook bij hogere loonstijgingen aan het principe van de rechtvaardige inkomensverdeling te willen vasthouden.

Pag 3:

PvdA dringt niet aan

Wöltgens liet in het midden of de uitkeringen dan extra verhoogd moesten worden of dat de loonstijging “afgeroomd” moest worden door hogere sociale premies op te leggen aan bedrijven die hogere lonen uitbetalen.

De PvdA drong echter niet verder aan op concrete toezeggingen over compensatie. Daarmee werd een forse aanvaring met het CDA gisteren voorkomen. Het politieke probleem tussen de beide coalitiegenoten is echter blijven bestaan.

In het actiecentrum van de vakcentrales in het Haagse Nieuwspoort was de sfeer vanmorgen katterig. Een FNV-woordvoerder zei vanmorgen dat de kabinetswens de loonstijging volgend jaar tot 2,8 à 3,75 procent te beperken “op drijfzand is gebouwd”, nu de inflatie naar verwachting op 3,5 procent uitkomt. Dat bij een hogere loonstijging de uitkeringen niet langer meeprofiteren motiveert de vakbondsleden niet om gehoor te geven aan de emotionele oproep van het kabinet de loonstijging te beperken, aldus deze woordvoerder.

Foto: Het PvdA-Kamerlid De Visser was gisteravond zichtbaar aangeslagen nadat hij zijn partijgenoten had laten weten zijn Kamerlidmaatschap neer te leggen. De Visser zei zich niet te kunnen verenigen met de goedkeuring die zijn fractie hechtte aan de WAO-voorstellen van het kabinet (Foto Roel Rozenburg)