Kok stort hart uit, vraagt bonden lonen te matigen

DEN HAAG, 29 AUG. In het voorbijgaan kreeg vice-premier Kok gisteravond een schouderklopje van de premier, die tijdens diens betoog instemmend had zitten knikken. Precies, zo is het, geef ze van katoen, Werk boven Inkomen, daar gaat het om. Kok gebruikte grote woorden: over hoe hij "gebakken' is, wat hij in zijn "diepste diepten' voelde, hoe al zijn "vezels' daarbij betrokken waren. Met forse armzwaaien en af en toe met de hand op het hart gaf de PvdA-leider een getuigenis van zijn opvattingen.

Dat de WAO-besluiten van 13 juli bijgesteld konden worden, had hij de pers al op 14 juli verteld. “We regeren niet per decreet”, zo verdedigde hij. Het had niets te maken met de opstand van de PvdA-kaders, met slapheid of twijfel, noch resulteerde het in een sterke ondermijning van zijn gezag, zoals Bolkestein (VVD) hem verweet. Het was veeleer een kwestie van “niet doof en blind zijn voor de reacties uit de samenleving”. Daardoor had Kok in zijn "diepste diepten' gevoeld dat de maatregelen niet verantwoord waren en was hij met Lubbers overeengekomen het pakket te herzien.

Bolkestein had de vloer aangeveegd met het optreden van het kabinet - hoe is het mogelijk dat kabinetsbesluiten al voordat ze de Kamer bereiken sneuvelen? Het werkelijke probleem van het kabinet is dat de vice-premier annex partijleider van de PvdA onvoldoende steun in eigen kring geniet, meent Bolkestein. Kok permitteert zich bovendien niet alleen op zijn besluiten terug te komen, maar zelfs op zijn dreigementen, schamperde de VVD-leider.

Zoals Lubbers kan acteren en Wöltgens ironiseren, beschikt Kok over de belijdenis als stijlfiguur. Als hoogtepunt in deemoed bood de vice-premier de Kamer zelfs formeel zijn excuses aan. Dat hij ontkoppeling niet zou “meemaken”, zoals hij had gezegd, had natuurlijk alleen gegolden als tegelijk de “rechtvaardige en evenwichtige inkomensontwikkeling” op de vuilnishoop was beland. “Ik had dat natuurlijk erbij moeten zeggen.” Dat "koppeling' en "eerlijk delen' in PvdA-kring doorgaans als synoniem gelden, liet hij buiten beschouwing. Sinds de bijna-crisis van afgelopen weekeinde spreekt de coalitie over het koppelen van lonen en uitkeringen op een bijna denigrerende manier. Het betreft hier eigenlijk een "automatisme', een "mechanisch' instrument waarop de Kamer zich vooral niet moet "blindstaren'. Weliswaar zal het kabinet volgens “alles doen” om de gevolgen van de koppeling te handhaven, maar als symbool heeft de koppeling na dit debat afgedaan.

De belangrijkste boodschap van gisteravond was over de hoofden van de Kamerleden heen gericht aan de sociale partners. Uitgedaagd door Bolkestein (VVD) bezwoer Kok de vakbeweging en de werkgevers om de lonen zo te matigen dat koopkrachtbehoud voor de minima tot de mogelijkheden blijft behoren. Een loonstijging tot vier procent is daarvoor volgens het kabinet de grens. Meer kan volgens het kabinet echt niet. Kok schilderde aan de hand van gegevens van het Centraal Plan Bureau een somber beeld van de economische vooruitzichten. “Ik maak mij echt grote zorgen over het feit, dat wij na 1992 dreigen een omslag te krijgen.” De Duitse conjunctuur laat een lagere groei zien en Nederland zal volgen, zo meent het CPB. “Wij gaan terug naar iets meer dan 1 procent groei”, aldus Kok. Daardoor valt de groei van de werkgelegenheid tegen en dreigt de werkloosheid weer te gaan stijgen. “Ik zou nu wel eens op een verstandige manier om de tafel willen zitten met werkgevers en werknemers om te praten over de vraag hoe wij die ontwikkeling op een verantwoorde manier kunnen keren. Ik pas ervoor om nu al weer uit te gaan van scenario's waarin men zegt: dat zal wel weer niet lukken, want iedereen gaat zich onverantwoordelijk opstellen. Waar haalt de heer Bolkestein dat vandaan?”.

Kok kreeg onmiddellijk steun van Lubbers die Bolkestein verweet een “belachelijke discussie” te voeren door gemiddelde loonstijgingen volgend jaar van 5 tot 7 procent als uitgangspunt te nemen. “Totaal onverantwoord”, aldus Lubbers. Volgens de premier dreigt zo het gevaar “dat wij elkaar in dit land zouden gewennen aan de gedachte dat het ieder jaar weer een paar procent meer kan zijn. Dat kan gewoon niet”.

PvdA-leider Wöltgens hield zich tijdens deze gedachtenwisseling muisstil. Voor gemiddelde loonstijgingen van meer dan de verwachte 3.75 procent moet volgens hem inderdaad “veel gebeuren in de richting van onverantwoordheid”. Maar mocht het onverhoopt toch gebeuren “dan dient gezocht te worden naar mogelijkheden om op andere wijze evenwichtige inkomensverhoudingen te garanderen. Als dat maar vaststaat”. Maar zover is het CDA nog lang niet - daar is men blij dat de automatische koppeling is doorbroken. Voor iedere volgende compensatie zal een hard coalitiegevecht moeten worden geleverd.