Hulpplan voor Sovjets slechts deel uitvoerbaar

WASHINGTON, 29 AUG. De Grand Bargain, het mammoethulpplan voor de Sovjet-Unie, kan volgens een van de opstellers onder de huidige omstandigheden slechts deels worden uitgevoerd. “Vóór de coup plaatsgreep, zou hulp worden gegeven voor de stabilisatie van de roebel. We weten nu niet meer in welke richting de roebel gaat”, zegt Stan Fischer, hoogleraar aan het Massuchussetts Institute of Technology (MIT).

Fischer maakte deel uit van het team Russische en Amerikaanse economen dat eerder dit jaar aan de Harvard-universiteit een ingrijpend plan opstelde voor de hervorming van de Sovjet-economie. De jongste ontwikkelingen maken uitvoering van het volledige plan - dat voor de zeven grote Westerse industrielanden (de G-7) in juli te radicaal bleek - moeilijk. Fischer: “Algemene financiële bijstand kan voorlopig niet. Totdat een regeling wordt getroffen voor de unie van republieken, of wat het ook wordt, moet dat deel van de Grand Bargain voorlopig in de wachtstand worden gezet.”

De Grand Bargain als hervormingsstrategie voor republieken die willen meedoen, is nog steeds geldig, volgens Fischer. Hij verwacht dat de snelle democratisering die hervorming zal bespoedigen. Het hervormingsgedeelte van de Grand Bargain wijkt niet veel af van het eind vorig jaar uitgekomen rapport van IMF en Wereldbank over de Sovjet-Unie, waaraan Fischer ook meewerkte. Voor zijn huidige baan was Fischer hoofd van de economische afdeling van de Wereldbank.

Onderdelen van de Grand Bargain als technische bijstand, steun bij privatisering, prijsstabilisatie, hulp bij buitenlandse investeringen, verbetering van communicatie, van landbouw en van het distributiesysteem kunnen in de huidige situatie worden uitgevoerd, ongeacht wie er in de Sovjet-Unie aan de macht is, aldus Fischer.

Hoewel de Grand Bargain nog niet in zijn geheel kan worden uitgevoerd, zou Fischer graag meer Westerse bereidheid willen zien voor hulp. Nu stelt het Westen geen enkele beloning in het vooruitzicht voor veranderingen in de Sovjet-Unie.

Fischer: “Als het Congres een wet wil aannemen die zegt dat we in principe willen helpen en dat er geld beschikbaar is als de Sovjet-Unie aan bepaalde voorwaarden voldoet, dan is er vooruitgang. Een dergelijke verklaring is er nooit geweest. Bij de topconferentie in Londen van de Groep van Zeven kregen we precies het tegenovergestelde te horen.”

President Bush heeft hulp aan de Sovjet-Unie altijd afgehouden. Zelfs tot een principe-uitspraak is Bush niet bereid. “We doen ons deel”, zei hij gisteren over voedselhulp. Amerika geeft de Sovjet-Unie al kredieten voor de aankoop van Amerikaans graan. Voor humanitaire hulp (dus nog niet eens economische hulp) aan de Sovjet-Unie moet volgens Bush eerst meer studie worden verricht. “Je neemt niet zomaar allerlei beslissingen”, zei hij. “Het is nog te vroeg”.

De Britse premier John Major, die dezer dagen in het buitenhuis van Bush in Kennebunkport logeert, betuigde instemming met zijn gastheer. “Ik geloof niet dat Bush te voorzichtig is”, zei hij. “We zijn praktische politici. Je moet weten wat de omstandigheden zijn voor je met grootscheepse hulp begint.”

Democratische volksvertegenwoordigers in het Amerikaanse Congres hebben inmiddels nieuwe initiatieven genomen voor hulp aan de Sovjet-Unie. Zij stellen dat stabiliteit in de Sovjet-Unie in de VS tot besparingen op defensie leidt. Van de coup zou Amerika moeten hebben geleerd hoe labiel en gevaarlijk de situatie in de Sovjet-Unie is; deze kans zou niet gemist mogen worden.

Les Aspin, voorzitter van de Defensiecommissie van het Huis van Afgevaardigden, wil een miljard dollar uit de defensiebegroting halen en ten goede laten komen aan de Sovjet-Unie. “We willen niet dat de eerste winter van vrijheid na 70 jaar communisme een ramp wordt voor de Sovjet-Unie”, zei Aspin gisteren. “Dit is defensie door andere middelen, maar het is niettemin defensie, dus het moet uit de defensiebegroting komen.”

De Democratische leider van het Congres, Richard Gephardt, wil één tot drie miljard dollar uit de defensiebegroting halen voor de Sovjet-Unie. De Democratische senator Bill Bradley vindt dat Amerika alleen in internationaal verband, samen met internationale instellingen, moet helpen.

Deze voorstellen maken weinig kans, omdat president Bush vetorecht heeft. Er is weinig ruimte voor maatregelen die veel geld kosten. Vorig jaar hebben Congresleden in een akkoord de begroting voor jaren vastgelegd. Weinigen voelen ervoor om het akkoord open te breken. Maar Democraten willen Bush graag wijzen op zijn nalatigheid.

Ondanks de onduidelijkheid in de Sovjet-Unie heeft de Grand Bargain de laatste dagen politieke thermiek. Mede-opsteller Javlinski heeft in de Sovjet-Unie een vooraanstaande positie. De initiatiefnemer tot de Grand Bargain, Harvard-hoogleraar en superdealmaker Graham Allison, was tijdens de tumultueuze gebeurtenissen in Moskou en is geïnspireerd teruggekeerd. De onderminister van Buitenlandse Zaken, Robert Zoellick, die vandaag de Verenigde Staten bij de besprekingen van de G-7 in Londen vertegenwoordigt, was een student van Allison. Maar dat zal Zoellick er niet van weerhouden de lijn van Bush te volgen.

Fischer, die in Zimbabwe is geboren, erkent dat Europa een grotere verantwoordelijkheid heeft voor de Sovjet-economie dan Amerika. “We hebben het in feite over de besluitvorming in de Groep van Zeven. De directe bijdragen die worden verwacht van de VS zijn relatief klein. Volgens een berekening was het drie miljard dollar per jaar. Maar dat bedrag weten we pas precies als onderzoeksteams de situatie in de Sovjet-Unie hebben verkend”, zegt hij.

De verstrekking van voedselhulp en medicijnen vindt Fischer belangrijk. “Dergelijke hulp bepaalt hoe de mensen de veranderingen beleven en heeft rechtstreekse invloed op de technische bijstand en de snelheid van hervormingen”, zegt Fischer.

Dat distributie van de hulp door de wanorde van het land onmogelijk is, gelooft Fischer niet. “Als mensen geen hulp willen geven, vinden ze allerlei goede redenen om het niet te doen”, zegt Fischer. “In feite importeert de Sovjet-Unie grote hoeveelheden hulp en blijft ze dat doen. De distributie zou wel een stuk soepeler verlopen als de prijsbeheersing wordt afgeschaft. Dan krijg je het voedsel gemakkelijker in de winkels, zoals dat in de rest van Oost-Europa gebeurde. Als je de prijzen vrij maakt, zijn de winkelschappen zo vol, dan stromen de goederen toe.”

Fischer heeft redelijk kijk op de voedseldistributie in de Sovjet-Unie, omdat hij zich hiermee bezighield ten behoeve van de Wereldbank. “We hoeven het voedsel niet zelf te distribueren met vliegtuigen. Je moet wel technische bijstand verlenen, deskundigen inzetten die weten waar de opslagruimten moeten komen, hoe je coördineert. Het leger kan helpen. De militairen hebben nu niet zoveel te doen. Ze zouden misschien blij zijn als ze allerlei goederen door het land zouden kunnen brengen.

“Er moeten gewoon een aantal dingen gebeuren daar. Sommige republieken zullen het beter doen, andere zullen er een rotzooitje van maken. Het is waarschijnlijk gemakkelijker om in een gedecentraliseerder structuur te hervormen”, aldus Fischer.

Of het Grand Bargain-team weer bij elkaar zal komen, weet Fischer niet. “We zullen zien”, zegt hij. “Als ik word gerecruteerd, prima. Anders, ach, ik ben gewoon professor.”