Het einde van de mysterieuze limousines

Een schel gefluit klinkt over het Rode Plein in Moskou. Nietsvermoedende toeristen krijgen van een politie-agent het teken dat ze halt moeten houden. Even later schiet een grote zwarte limousine uit de Spasski-poort van het Kremlin, schuin tegenover de Vasili-kathedraal. De banden maken een ratelend geluid over de keien van het plein, dat eigenlijk alleen voor voetgangers toegankelijk is. Pas wanneer de wagen het effen asfalt van de Koejbisjevstraat aan de overkant van het plein heeft bereikt, is het zoeven te horen dat bij auto's van zo'n omvang hoort. Het is onmogelijk te zien wie er in de auto zit. De ruiten zijn getint, de gordijntjes gesloten en de snelheid is te groot.

Misschien behoort dit tafereel door de ineenstorting van de communistische partij al tot het verleden, maar tot voor kort was dit voor de allerhoogste partijleden de normale manier om het Kremlin te verlaten. Ook elders in de stad zorgden ze voor overlast, de geheimzinnige zwarte limousines. Het verkeer moest worden stilgelegd om ze ongehinderd te laten passeren en op de brede Moskouse uitvalswegen, zoals de Kalinin Prospekt, waren in het midden twee rijstroken voor ze gereserveerd. Alleen brandweerauto's, ambulances en politiewagens mochten daar ook rijden.

De limousines die over het Rode Plein raasden, waren ZIL's 115 (of 4104) - op autogebied het hoogst bereikbare in de Sovjet-Unie. De subtop van de partij moest genoegen nemen met de ZIL 114 of 117, verkleinde uitvoeringen van de ZIL 115, of de verwante GAZ 14, bijgenaamd Tsjaika (meeuw). Voor het middenkader zat er niet meer in dan een zwarte GAZ 3102, de Wolga, het model dat ook dienst doet als taxi.

De ZIL 115 is de trots van de Sovjet-auto-industrie. Het langgerekte gevaarte weegt bijna vier ton, heeft zeven ruime zitplaatsen, een topsnelheid van 190 kilometer per uur en kan in 13 seconden vanuit stilstand een snelheid van 100 kilometer per uur bereiken.

De ZIL-fabriek is de enige autofabriek van voor de Oktober-revolutie die nog in bedrijf is. In 1916 werd de eerste steen van de AMO-autofabriek, zoals de ZIL-fabriek oorspronkelijk heette, gelegd bij het Simonov-klooster, een van de oude verdedigingskloosters in het zuidoosten van Moskou. Het hoofdgebouw van de fabriek, een klassicistisch jeugdwerk van Konstantin Melnikov, een van de bekendste twintigste-eeuwse Sovjet-architecten, staat er nog steeds.

Aanvankelijk produceerde AMO alleen vrachtwagens. Pas in 1936 liep de eerste Sovjet-luxe-personenauto, de ZIS 101, van de lopende band van de inmiddels genationaliseerde en tot Zavod Imeni Stalina (Stalinfabriek) omgedoopte fabriek. De carosserie van de ZIS 101 werd geleverd door de Amerikaanse firma Briggs en de auto had dan ook veel weg van een Buick uit 1934.

De opvolger van de ZIS 101, de ZIS 110, was nog Amerikaanser: deze auto uit 1946 was niets anders dan een in licentie gebouwde Packard Super Eight. De Amerikaanse president Roosevelt had er persoonlijk voor gezorgd dat Packard de Sovjet-Unie, sinds 1941 bondgenoot in de strijd tegen Duitsland, de mallen voor de carosserie leverde. Stalin liet voor zichzelf en zijn naaste medewerkers 29 gepantserde uitvoeringen van de Packard Super Eight maken. Van deze gevaartes met een gewicht van meer dan tien ton zijn er nog drie over, waarvan er twee zich in het Westen bevinden. Een ervan werd vorig jaar voor 18 miljoen dollar verkocht aan een Japanse zakenman.

Tot 1958 zou de ZIS 110 in onveranderde vorm worden geproduceerd. Alleen de naam veranderde: in 1956 werd ZIS in het kader van de destalinisatie veranderd in ZIL, waarbij de "L' staat voor Lichatsjov, de naam van de ex-directeur die de autofabriek had groot gemaakt.

Na de ZIL 110 kwam de ZIL 111 Moskva, weliswaar geen kopie van een Amerikaanse auto, maar wel afgekeken van de Cadillac uit 1953. “Wat de norm voor de wereld is, is goed genoeg voor de Sovjet-Unie”, zo verdedigde constructeur Igor Rostokov destijds zijn ontwerp.

Ook voor de latere en huidige ZIL's bleef Amerika de norm: hoe opvallend de zwarte gevaartes in Moskou tussen alle grauwe Lada's, Wolga's en Zaporozjets'en ook zijn, in de straten van New York zou niemand er vreemd van opkijken. Alleen kenners zouden zien dat het een ZIL is.