Geen precedent

GORBATSJOV IS NIET zuinig op zijn potentiële bondgenoten. Jeltsin, die hem vorige week van de politieke en persoonlijke ondergang redde, spreekt hij in het openbaar bestraffend toe. Volgens de spelregels van weleer terecht, maar onder de gegeven verhoudingen klinken de woorden van de president nogal hol. Tegelijkertijd onthoofdt Gorbatsjov de KGB. Dat moest eens gebeuren, maar de geheime dienst was een van de laatste instanties die de centrale macht in de Unie gestalte gaven. Wat rest is een politiek verlamde president, een Opperste Sovjet met een snel verminderende legitimiteit en een centrale regering in wording die als twee druppels water lijkt op een Russische regering. De weigering van de hervormer uit Georgië, Sjevardnadze, om zijn oude rol van liaison met het Westen op te nemen, onthoudt de president niet alleen een loyale en creatieve medewerker, maar ook een man die naar binnen en naar buiten de Unie opnieuw gestalte had kunnen geven. Gorbatsjov zelf is daartoe niet meer in staat.

Weinig is zeker in dat wat we voor het gemak nog de Sovjet-Unie noemen. Maar als het verdrag dat gisteren tussen Rusland en de Oekraïne werd gesloten en waarin een nieuwe vorm van samenwerking "van onderop' tussen de republieken wordt voorgesteld, representatief is voor de nieuwe toestand, dan is nog niet alle hoop op het bewaren van een zekere eenheid verloren. Ook al is aan dat verdrag geen centrale autoriteit te pas gekomen.

BELANGSTELLING BESTAAT er in het buitenland voor de manier waarop het militaire deel van de boedelscheiding wordt geregeld, vooral waar het gaat om de atoomwapens. Begrijpelijk. Maar van meer betekenis is de vraag hoe de republieken hun economische betrekkingen gestalte zullen geven. Mogelijk dat de gevolgen van de destructieve Sovjet-politiek die vele tientallen jaren lang het ontstaan van regionale monoculturen afdwong, bij haar verscheiden een positieve rol kunnen spelen. De onderlinge afhankelijkheid waar het gaat om de vervulling van de fundamentele levensbehoeften is zodanig groot dat hiervan een stimulans moet uitgaan om bij het doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen het grote geheel in de gaten te houden. Die werkelijkheid zal uiteindelijk dwingen tot de schepping van een nieuw zoveel mogelijk republieken overkoepelend economisch orgaan. Dat in de tussentijd republikeins monopoly-geld in omloop wordt gebracht en douaneposten worden ingericht om aan prille nationale gevoelens uiting te geven behoeft geen ramp te zijn zolang bij investeringen, begrotingspolitiek en inter-republikeins economisch verkeer harde valuta als rekeneenheid worden aangehouden.

VANZELFSPREKEND heeft het Westen op praktische gronden behoefte aan formele betrekkingen met een orgaan dat onder wat voor naam dan ook het geheel representeert, evenzeer als het relaties zal willen onderhouden met de onderdelen. Dat houdt in dat de volkenrechtelijke erkenning-oude-stijl niet toereikend meer is om de verhouding tot de erfgenamen van het Sovjet-imperium te regelen. Een vergelijkbare dynamiek als bestaat in het Europa van de Twaalf zou zich kunnen ontplooien in wat eens de Sovjet-Unie was. De onderdelen sluiten het geheel niet uit, maar zijn er als gevolg van de technologisch-economische wetmatigheid toe veroordeeld. Anderzijds is het geheel pas levenskrachtig zolang het historisch-politieke bestaansrecht van de onderdelen wordt erkend.

De Baltische landen vormden een hoofdstuk apart. Hun erkenning was een ethische correctie op de misrekeningen van de geschiedenis. Maar de omgang met de nieuwe middelpuntvliedende krachten die de Sovjet-Unie nu uit elkaar dreigen te trekken vereist een benadering waarvoor geen precedent bestaat. De bekende volkenrechtelijke instrumenten en vocabulaire zijn hier ontoereikend geworden.