Financiering met trucs en natte vingerwerk

De werknemersverzekering WAO kostte vorig jaar 8,7 miljard gulden, waarvan 8,4 miljard aan uitkeringen en 0,3 miljard aan uitvoering. De volksverzekering AAW kostte vorig jaar 15,0 miljard gulden, waarvan 14,3 miljard aan uitkeringen en 0,7 miljard aan uitvoering.

De financiering van beide arbeidsongeschiktheidsregelingen geschiedt op basis van het zogenoemde omslagstelsel: op grond van prognoses worden de premies jaarlijks zo uitgekiend, dat er genoeg binnenkomt om de uitkeringen te verstrekken en de kosten van uitvoering te dekken. Hierin verschillen AAW en WAO principieel van het kapitaaldekkingsstelsel waarmee de invaliditeitspensioenen worden gefinancierd voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte ambtenaren, militairen en werknemers van de Nederlandse Spoorwegen. Hun uitkeringen worden dan ook niet getroffen door de huidige AAW-WAO-plannen van het kabinet.

Tegenover de WAO-uitgaven stonden vorig jaar 8,6 miljard aan inkomsten, nagenoeg volledig afkomstig van premies die werkgevers op het loon inhouden en afdragen aan de bedrijfsverenigingen. Bij de berekening van de premie (dit jaar 12 procent) wordt het loon dat de werknemer méér verdient dan 274 gulden per dag buiten beschouwing gelaten. Bovendien wordt van het bedrag dat overblijft (het premieloon) 95 gulden per dag (de WAO-franchise) afgetrokken, waarover dus geen premie is verschuldigd. Voor volgend jaar heeft de beheerder van het WAO-fonds een verhoging van de premie naar 13 procent voorgesteld. Het kabinet beslist daarover bij de komende Miljoenennota.

Tegenover de AAW-uitgaven stonden vorig jaar 14,1 miljard aan inkomsten. Een tekort derhalve van 0,9 miljard (dat dit jaar nog verder oploopt). De AAW-premie (dit jaar 1,8 procent) wordt - in één bedrag met de loonbelasting en volksverzekeringspremies - ingehouden op loon of uitkering. Alleen over de eerste belastingschijf is premie verschuldigd. (Als gevolg van de systematiek van de overhevelingstoeslag wordt de AAW-premie voor werknemers feitelijk gedragen door de werkgever.) De beheerder van het AAW-fonds wil het tekort in twee jaar wegwerken en heeft voor volgend jaar een premie van 2,9 procent voorgesteld.

Het tekort bij de AAW heeft een opmerkelijke oorzaak. Bij de herziening van het belastingstelsel in 1990 (de operatie-Oort) is een truc uitgehaald om te voorkomen dat de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte 65-plussers - die eigenlijk ook AAW-premie zouden moeten betalen - op grond van deze premiebetaling aanspraken zouden maken op een AAW-uitkeringen of AAW-voorzieningen (taxi-vervoer, woningaanpassingen en dergelijke). Daarom werd besloten de AOW'ers geen AAW-premie op te leggen, maar een hogere belasting. In ruil daarvoor betaalt de overheid een rijksbijdrage aan het AAW-fonds.

Tot zover is er nog niet zo gek veel aan de hand, ware het niet dat het kabinet deze rijksbijdrage - tot grote ergernis van de fondsbeheerder - heeft gefixeerd. Het zou logisch zijn geweest de rijksbijdrage te relateren aan de som van de AOW-inkomens waarover eigenlijk AAW-premie behoorde te worden geheven. Dan was de rijksbijdrage "meegegroeid' met het toenemende aantal AOW'ers. Door de fixatie loopt het AAW-fonds dit jaar echter 925 miljoen gulden mis en volgend jaar volgens raming ongeveer 1,6 miljard, bedragen die het rijk in eigen zak heeft gestoken.

Bij ongewijzigd beleid zou Nederland eind 1994 1.029.000 arbeidsongeschikten tellen, hetgeen omgerekend zou neerkomen op 885.000 "uitkeringsjaren'. Dat werd het kabinet te gortig en bij zijn aantreden eind 1989 werd afgesproken te streven naar stabilisatie op het niveau van 1989, in casu 760.000 "uitkeringsjaren'.

Voor deze ombuiging van 125.000 "uitkeringsjaren' staat een omvangrijk pakket maatregelen op stapel: strakkere toepassing van bestaande regels, ruimere uitleg van het begrip "passende arbeid', verbetering van de begeleiding, bevordering van reïntegratie, schepping van banen "in de luwte', financiële beloning (bonus) van werkgevers die een AAW'er of WAO'er in dienst nemen of houden en financiël bestraffing (malus) van werkgevers die een werknemer in de AAW-WAO zien belanden. Tenslotte maken ook de deze week door de Tweede Kamer gefiatteerde ingrepen in de duur en de hoogte deel uit van dit pakket.

De inschatting van het effect dat met deze maatregelen wordt beoogd berust voor een belangrijk deel op natte vingerwerk, want het is nogal afhankelijk van de medewerking van werkgevers, werknemers en de uitvoeringsinstanties. In dit verband wordt wel gesproken over de noodzaak van een 'cultuuromslag' in hun werkwijze.

Alleen de ingreep in de duur en de hoogte is 'hard' en zou eind 1994 een "besparing' van ongeveer 1 miljard gulden opleveren. De uitwerking van de bonus-malus-regeling is nog onduidelijk. Wel is de bedoeling dat de bonussen en de malussen elkaar ongeveer in evenwicht houden.

Uitgedrukt in geld moeten de AAW-WAO-maatregelen eind 1994 een "besparing' van in totaal ruim 2 miljard gulden opleveren ten opzichte van de uitgaven bij ongewijzigd beleid (exclusief 1,85 miljard aan besparingen op de Ziektewet). Dit is ruim 400 miljoen gulden minder dan het bedrag waarop het kabinet in juli mikte. “Financieel halen we de doelstelling niet, maar in uitgedrukt in uitkeringsjaren staat zij nog recht overeind”, aldus Sociale Zaken.