Een wat heftige liefdesnacht

Het dreigde de val van het derde kabinet Lubbers te worden, maar het werd, om de premier te citeren, “de geboorte van een mooi kind”. Sinds vorige week vrijdag waren er op en rond het Binnenhof plotseling de beruchte verhitte koppen, boze verklaringen, nerveuze bijeenkomsten en al die andere ingrediënten die bij de opmaat tot een kabinetscrisis horen. Maar het is allemaal weer voorbij. Een mooi kind is geboren. Nederland was blijkbaar slechts getuige van een wat heftige liefdesnacht. Zelfs de doop in de Tweede Kamer heeft het kind van Lubbers en Kok gisteren redelijk doorstaan. We noemen het geen koppeling, we noemen het geen ontkoppeling, het gaat van nu af aan om de "k' van knikkers. Daarmee kunnen alle familieleden op één na (Piet de Visser) voorlopig leven.

Crisis bezworen, nieuw elan geboren. Zo was ongeveer de stemming bij premier Lubbers toen hij afgelopen dinsdag in het Haagse perscentrum Nieuwspoort de kabinetsplannen voor koppeling en WAO presenteerde. Lubbers zou Lubbers niet zijn als hij de ontstane politieke situatie niet weer even net "een slag anders' dan de buitenwereld zag. Het kabinet was volgens hem versterkt uit de strijd gekomen. Natuurlijk was er veel donder en bliksem geweest, maar in de politiek moet men nu eenmaal niet “te kleinzerig” met elkaar omgaan. Een flinke botsing kan de basis voor samenwerking verstevigen, zei hij.

Het begint zo langzamerhand een vast thema van de premier te worden. Eind april, na een iets minder turbulente week, maar die verder ook gekenmerkt werd door elkaar vooral tegensprekende en het niet met elkaar eens zijnde bewindslieden, had Lubbers een soortgelijke procesmatige verklaring. Toen was in zijn ogen de eerste fase van het “mekaar eens goed door mekaar schudden” afgerond en was de volgende fase aangebroken: die van het nemen van beleidsbeslissingen. Maar zoals de gang van zaken rond het afgelopen weekeinde heeft aangetoond, zat het kabinet vier maanden later nog steeds in de eerste fase. Het door mekaar schudden begint structurele trekken te krijgen. Het lijkt er dan ook meer op dat het verstandshuwelijk van CDA en PvdA is omgezet in een vechthuwelijk.

Dat geldt in elk geval voor beide regeringsfracties. Het bleek gisteren nog eens tijdens het eerste debat in de Tweede Kamer over de kabinetsvoornemens, toen de volgende strijd over de inkomens al weer werd aangekondigd. Voor dit moment zijn CDA en PvdA het eens, maar als de praktijk zich net als voorgaande jaren niet aan de theoretische modellen van het Centraal Planbureau zal houden, is het met die eensgezindheid snel gedaan. Niet-gebaat-zijn-bij-nieuwe-verkiezingen is wat beide partijen aan elkaar bindt.

Eerst was het de besluiteloosheid die het kabinet parten speelde; nu is het de geur van bederf. Aan Lubbers en Kok was het gisteren in de Tweede Kamer niet te merken. Maar de rot zit dan ook niet zozeer in het kabinet, maar veel meer er buiten. Net als het orkest op de Titanic spelen Lubbers en Kok door terwijl het schip zinkt. Ze spelen zelfs nog wat harder. Richting vakbeweging gaat een dramatische oproep toch vooral de lonen te matigen, terwijl diezelfde vakbeweging nu al weken achtereen te kennen geeft niet eens meer met dit kabinet te willen praten. Dankbaar wordt de instemming van de PvdA-fractie met de WAO-voorstellen geïncasseerd, maar hoe zat het ook al weer met de rest van die partij? En CDA-fractieleider Brinkman ten slotte, bevestigde met zijn bijdrage nog eens de artikel 12-status die het kabinet van zijn fractie reeds bij de Tussenbalans kreeg.

Het meest hopeloos lijkt de situatie op dit moment voor PvdA-leider Kok. Lubbers is de zaak al aan het overdragen aan Brinkman, maar Kok wil nog wel even door. In zijn partij is de verwarring na de jongste clash alleen maar toegenomen. Het WAO-pakket werd al niet begrepen, maar de discussie over de koppeling al helemaal niet. In juli werd de achterban "overvallen' door de ingrepen in de WAO. De bijdrage van de PvdA aan het WAO-debat dat het voorjaar in volle gang was, bestond uit sussende verklaringen, waarin vooral gesteld werd wat er niet zou gebeuren. Met de koppeling is het precies zo gegaan. Al lang was duidelijk dat de koppeling op basis van de in het regeerakkoord genoemde criteria in 1992 niet te handhaven zou zijn. Zelfs staatssecretaris Ter Veld had zich er al bij neergelegd. In 1992 misschien niet helemaal, maar de jaren daarna weer wel, zei zij in juni al vergoeilijkend. De opmerking van Lubbers in het befaamde WAO-weekeinde van 13 op 14 juli dat hij zich niet kon voorstellen dat de koppeling zou worden toegepast was nauwelijks nieuws.

Echt nieuws waren daarentegen de opmerkingen van vice-premier Kok, die twee weken geleden in het NOS-journaal een voorzet gaf voor een hernieuwde kabinetsdiscussie over de koppeling. Hij kon zich niet voorstellen dat in het huidige sociale klimaat ook nog eens de koppeling zou worden afgeschaft. En daar kwam dus weer een belofte, die zoals deze week bleek, vervolgens niet kon worden waargemaakt en dus als een boemerang ging werken. "Koppeling afgeschaft', stond er dinsdag met grote letters in alle kranten.

CDA-fractievoorzitter Brinkman was eind vorige week de kwade genius. Hij zou "opeens' de koppeling ter discussie hebben gesteld. Direct stak het paranoia-denken bij de PvdA weer de kop op. Omdat de PvdA bij de herziening van de WAO-voorstellen een overwinning dreigde te halen, moest zij op het voor die partij zo gevoelige punt van de koppeling door het stof. Afschaffing van de koppeling maak ik niet mee, sprak Kok afgelopen zaterdag strijdlustig. Maar dat was dus verkeerd begrepen. Hij had slechts bedoeld het “mentaal, persoonlijk en dus politiek niet te hebben kunnen verdragen als de zwaksten in koopkracht achterop zouden raken bij de werkenden”, zei Kok dinsdag. Maar leg dat maar eens uit aan een partij die toch al zo in de vernieling zit.

Het gevolg is dat intern het gemor over Kok toeneemt. Zelf heeft hij om een buitengewoon congres van zijn partij gevraagd. Dat congres, eind oktober zal veel duidelijk moeten maken. Het formele agendapunt is de sociale zekerheid in brede context. Maar de toestand in de PvdA is inmiddels zo geëscaleerd dat het eigenlijk gaat om het voortbestaan van de partij. Steeds meer leden koppelen (al weer een koppeling) voortzeting van hun lidmaatschap van de partij aan de uitkomst van het congres. Kok wilde een nieuwe koers, maar wat is dan die koers als hij het ene moment voor de koppeling pleit en het andere moment tegen? Op zo'n manier gaat het noodzakelijke debat al snel niet meer over de inhoud, maar over de partijleider.

Onverdroten gaat Kok door met zijn marathon. De anderen hebben er inmiddels een hordenloop van gemaakt.