Draadwormen tegen insekten nu gekweekt in fermentatievat

Biologische bestrijding is een walgelijk schouwspel. Zo'n nietsvermoedende wolluis die onverhoeds door een sluipwesp wordt aangeprikt en als levend legnest in gebruik genomen om dan langzaam van binnenuit weg te rotten - te gruwelijk voor woorden. Gelukkig hoor je het slachtoffer niet gillen en ook de belager valt nauwelijks op, een sluipwesp is kleiner dan een vlo. Wijdverbreid heerst dan ook het idee dat biologische bestrijding een zeer sympathieke methode is, aanmerkelijk beter dan chemische middelen die het grondwater vervuilen of genetisch gemanipuleerde organismen die kunnen ontsnappen en voor ecologische ontwrichting zorgen.

Al jaren schuimen biologen dus het slagveld der schepping af op zoek naar nieuwe natuurlijke vijanden om ziekten en plagen te bestrijden. Hun nieuwste aanwinst heet Steinernema sp., een groep ragfijne draadwormen die bij uitstek geschikt zijn om insekten te doden. Ze leven van een breed scala aan insekten, maar mijden de mens en andere zoogdieren. Als hun slachtoffer eenmaal dood is planten ze zich niet verder voort. Dat is veilig, maar ook wel wat onhandig: om deze draadwormen als effectieve insektenbestrijders te benutten moeten ze op grote schaal en met de regelmaat van de klok worden uitgezet.

Het Californische bedrijf Biosys meldt hier iets op gevonden te hebben. Sinds kort kweekt men daar de wormen in grote fermentatievaten. Levende insekten komen niet meer aan de kweek te pas. Massaproduktie in fermentatievaten van klein grut zoals bacteriën is inmiddels gemeengoed, maar voor een hoger organisme zoals een draadworm mag van een doorbraak worden gesproken. Biosys heeft op de kweekwijze een Amerikaans patent verworven.

Insektendodende draadwormen hebben een simpele levenscyclus. De jonge worm leeft in de grond op zoek naar insektenlarven en als hij die vindt wurmt hij zich letterlijk naar binnen. Eenmaal binnen rispt hij bacteriën van het geslacht Xenorhabdus op uit zijn ingewanden. Deze bacteriën vermenigvuldigen zich snel en doden de weefsels van de insektenlarve binnen luttele uren. De draadworm groeit op binnenin het karkas, leeft van het weefsel en de afgestorven bacteriën en plant zich voort, waarmee de cirkel rond is.

Na acht jaar onderzoek en een investering van enkele tientallen miljoenen dollars hebben onderzoekers van Biosys de complexe symbiontische relatie tussen de draadworm en zijn darmbacteriën eindelijk ontrafeld. Bacteriën en jonge draadwormen worden meegeroerd in de smeuïge brij van eidooiers, gist en sojabonen. De bacteriën halen daar eiwitten en vetten uit voor de jonge wormen. Tot nog toe hadden onderzoekers altijd geprobeerd om de wormen zelf te voeren met een hele reeks exotica, tot hondevoer toe, maar het viel nooit in de smaak of het bleek te duur.

Een ander probleem is de beluchting. Zowel de bacteriën als de jonge wormen zijn aangewezen op een goede zuurstofvoorziening en daarvoor moet het brouwsel stevig worden geroerd. Volwassen wormen lopen dan echter het risico doormidden te breken. Bovendien hebben bacteriën en jonge wormen niet dezelfde lievelingstemperatuur. Het bedrijf zegt hierin een middenweg te hebben gevonden. Hoe precies, dat blijft geheim.

Op dit moment kan een produktie van 260.000 liter wormen in 20 dagen worden afgeleverd. Daarvoor worden 6 miljard baby-wurmpjes in het vat gestouwd. Elk van hen krijgt honderd nakomelingen - bij elkaar genoeg om 3000 hectaren te behandelen. Bij de oude methode zou men daarvoor 100 miljoen insektenlarven moeten "oogsten'.

Toch zijn draadwormen op hun manier kieskeurig: ze "lusten' maar 30 procent van de insektenlarven in de bodem. Bovendien sterven ze af bij temperaturen beneden 10 of boven 35 graden, in direkt zonlicht en bij droogte. Ze redden zich alleen als het gewas voldoende water krijgt. Daarom, en vanwege de hoge produktiekosten zijn de wormen tot nog toe alleen in speciale gevallen toegepast: om vruchtbomen tegen kevers te beschermen en om te zorgen dat er voor mollen op gazon of golfbaan niets te halen valt.

Biosys is inmiddels bezig het sortiment draadwormen te verbreden. Bijvoorbeeld tegen kakkerlakken, die alleen al in de VS voor 300 miljoen dollar per jaar worden bestreden. Ook wordt gezocht naar wormen die wat minder licht- en temperatuurbgevoelig zijn en rechtstreeks op het plantendek kunnen worden gespoten. Misschien zal men daartoe zijn toevlucht moeten nemen tot genetische manipulatie. Maar dan wordt het minder sympathiek.