De Visser was "enfant terrible' van de PvdA

P. (Piet) de Visser (60) studeerde economie in Harvard en bekleedde hoge functies in het bedrijfsleven en bij de overheid voordat hij in 1981 in de Tweede Kamer kwam. Hij ontpopte zich al snel tot het "enfant terrible' van de fractie. De Visser, atoompacifist, sprak zich uit voor burgerlijke ongehoorzaamheid als middel tegen de plaatsing van atoomwapens in Nederland. Hij stemde principieel tegen de Defensiebegroting en nam bij de Troonrede nooit plaats in de Ridderzaal. Van fractiediscipline moest De Visser niets hebben en hij keerde zich ook tegen het debat in de PvdA voor vernieuwing. De PvdA-top wilde af van het imago "actiegroepenpartij', maar De Visser waarschuwde tegen de "toenemende verrechtsing'. “Als dit zo doorgaat, stap ik op”, aldus De Visser in 1987.

Hij won echter aan prestige tijdens de zogenoemde "paspoortenaffaire' toen hij als woordvoerder van de PvdA-fractie optrad. De Visser legde de regering het vuur aan de schenen - twee bewindslieden traden af - en hij kreeg de bijnaam “Paspoorten Piet”.

Bij de Kamerverkiezingen van 1989 viel De Visser net buiten de boot. Hijschreef het grote stemmenverlies in Rotterdam toe aan burgemeester Peper. “Peper zit met zijn magistratenkont op het fluweel”, aldus De Visser, die door zijn gewest werd gekappiteld. Door de formatie van het CDA-PvdA-kabinet kwam De Visser alsnog terug in de Tweede Kamer, waar hij het opnieuw aan de stok kreeg met fractiegenoten. De Visser keerde zich heftig tegen deelneming aan de Golf-oorlog. Hij verweet fractieleider Wöltgens “de PvdA de oorlog in te hebben gerotzooid”. Het conflict werd bijgelegd, totdat de "dissidente' De Visser over de WAO-plannen van de regering opnieuw in aanvaring kwam met de meerderheid van zijn fractie.