De gesel van de beleggers

De coup in de Sovjet-Unie veroorzaakte opnieuw paniek op de effectenbeurzen. De grilligheid van de beurzen maakt de kleine belegger kopschuw. Toch blijken de koersen zich telkens weer te herstellen. Een Brits stemmingsbericht.

Wie zich oktober 1987 nog herinnert, weet wel dat handelaren in een vrije markt zichzelf in paniek kunnen brengen. Maar vorige week heeft een stelletje marxistisch-leninisten oude stijl ze dat werk uit handen genomen.

Na misschien wel de wisselvalligste week uit de geschiedenis van de Londense beurs zullen kleine beleggers willen weten hoe de markt zo snel kon kelderen en toch op absolute recordhoogte kon sluiten. Veel commentatoren beweerden tijdens de coup dat de situatie in de Sovjet-Unie voor de Westerse markten niet relevant was, omdat de perestrojka immers nog niets tot stand had gebracht. Wisselvalligheid aan de beurs baart veel kleine beleggers zorgen. Sinds Zwarte Maandag in 1987 is het de gesel van de beleggingsfondsen, en een deel van de reden waarom veel mensen die van het beleggen in effecten zouden kunnen profiteren zich niet op deze markt begeven.

De Britse privatisering van overheidsdiensten, die de groei van het individuele aandelenbezit beoogde, heeft helaas de misvatting in de hand gewerkt dat aandelen nuttig zijn voor kortlopende belegging: verkoop je aandelen binnen een dag na de aanvangsemissie en strijk vervolgens je veertig procent winst op. Ondanks aantrekkelijke privatiseringen is het aantal aandelen in handen van particulieren, in tegenstelling tot ondernemingen of beleggingsfondsen, de afgelopen tientallen jaren gestaag gedaald.

De afgelopen week lijkt wellicht het nut van aandelen als korte-termijninvestering te bevestigen. Maar de werkelijkheid is anders. De coup van Rode Maandag (zoals 19 augustus op de beurzen lijkt te moeten gaan heten) toont aan wat ook de geschiedenis leert: dat de aandelenmarkten in beroering kunnen worden gebracht door incidenten en dat beleggen in aandelen in laatste instantie een kwestie van geduld is.

Dit soort turbulentie lijkt overigens te bevestigen dat kleine beleggers er goed aan hebben gedaan hun geld toe te vertrouwen aan grote instellingen in plaats van hun eigen aandeeltjes te beheren.

Als u vorige week maandag rondom 15:30 uur had gekocht, was u nu rijker geweest dan iemand die dat de vrijdag daarvoor om dezelfde tijd had gedaan. Maar ook de vrijdag-koper zou winst maken.

Een vlugge blik op de grafiek laat zien dat beleggen in aandelen meestal op de lange duur rendeert. Maar het is moeilijk de winst op deze of gene dag vast te pinnen - dat behendigheidsspel kan men beter aan institutionele geldbeheerders overlaten. En een diepe maar incidentele terugval zoals op Rode Maandag voorspelt niet per se een ernstige, langdurige malaise.

Zo kunnen we nu zeggen dat voor de Westerse economie de invasie van Israel in 1973 het slechtste nieuwsbericht van de afgelopen twintig jaar is geweest. Er volgde een sterke stijging van de olieprijs, een inflatiespiraal en economische stagnatie. Ook twee jaar na de invasie waren de aandelenkoersen nog twintig procent lager dan ervoor.

De volle consequenties drongen echter pas geleidelijk tot de markt door, en er is geen dag geweest waarop de markt zo'n inzinking te verduren kreeg als vorige week maandag.

Een soortgelijke schok toen Irak vorig jaar Koeweit binnenviel had een sterker onmiddellijk effect maar leidde niet tot zo'n reuzenzwaai in de koersen als er vorige week te zien was.

De koersen liepen weer op, niet in februari toen de Irakezen definitief waren verjaagd, maar al in januari, toen het bombardement op Bagdad begon. Na alle onzekerheid waren de market-makers opgelucht dat er nu tenminste iets gebeurde.

Pag 14:

Kleine belegger holt achter de feiten aan

Nu speelden recente crises zich af in het Midden-Oosten, met rechtstreekse, ernstige consequenties voor de olieprijs. Maar wat zijn de gevolgen van schokkend nieuws uit de Sovjet-Unie?

De inval in Afghanistan, in de laatste week van 1979, laat zich nu opvatten als het laatste omvangrijke vertoon van brute macht door de oude garde. De jongste coup deed de terugkeer naar zulk optreden vrezen.

Maar de markt werd niet warm of koud van de Afghaanse crisis. Zoals de grafiek laat zien stegen de aandelen in Londen zelfs tamelijk constant gedurende 1980, ondanks de bijkomende spanning van de Iraanse gijzelingscrisis. Daar noch Afghanistan noch de Sovjet-Unie te beschouwen waren als belangrijke handelspartners voor het Britse bedrijfsleven, trok de markt zich nergens iets van aan.

De Britten doen nog altijd weinig zaken met de Russen. En dat zou kunnen betekenen dat de koersval van vorige maandag, op zeker moment 125,3 punten, aan ongerechtvaardigde paniek te wijten is geweest.

Dit is niet helemaal terecht. Er was wel degelijk een reden waarom de koersen daalden: op de beurs wordt alle beschikbare informatie uitgedrukt in koersschommelingen, en politieke instabiliteit in 's werelds tweede militaire mogendheid zou de wereldeconomie zonder twijfel in beroering brengen.

Maar Jerry Evans, aandelen-strateeg bij County NatWest, stelt dat de koersval een kwestie was van sentiment en geen rationele reactie op een fundamentele verandering in de economische situatie.

Volgens Bill Smith, hoofd research bij BZW, waren de dalingen over het algemeen geringer naarmate een beurs meer tijd had om na te denken over het nieuws uit Moskou: Wall Street daalde veel minder dan Tokio.

En wat betreft de omvang van de koersval van vorige week: de schommelingen hadden grotendeels alleen op papier plaats. Veel handel was er niet op maandag. De makelaars, wier taak het is om de transactieprijzen vast te stellen, beseften dat er weinig kopers zouden zijn. Bij een eventuele massale verkoop zouden zij met de aandelen in hun boeken blijven zitten.

Daarom verlaagden ze hun prijzen drastisch, om beleggers van eventuele verkoop te doen afzien. De genoteerde koersen waren dus laag, maar slechts weinig beleggers hebben hun aandelen ook tegen die koersen verkocht.

Op die manier vergroten de moderne makelaars de fluctuaties op de markt wel, maar zonder dat veel beleggers feitelijk met verlies verkopen. Op Zwarte Maandag in 1987, toen de neerwaartse druk werd veroorzaakt door de reële verkoop, werden de makelaars in een steeds diepere prijzenkolk meegezogen in hun vrees meer aandelen te moeten kopen dan ze konden betalen. Een dalende prijs bij een gelijktijdig groot handelsvolume is kwalijk nieuws voor de particuliere belegger.

Daarvan was sprake op Zwarte Maandag, maar niet op Rode Maandag. Hoewel de totale Britse markt op zeker ogenblik vijftien miljard pond (vijftig miljard gulden) in waarde was geslonken, hebben maar weinig mensen feitelijk met verlies verkocht. Jerry Evans, beurs-strateeg voor de Britse markt bij County NatWest, zei te betwijfelen of ook maar iemand maandag serieus verlies had geleden. Hij heeft zelfs geadviseerd te kopen, en hij was niet de enige.

Op Zwarte Maandag was het anders. Toen leden veel mensen zware verliezen en werden de koersdalingen aangejaagd door het grote aanbodvolume. Maar inmiddels lijkt Zwarte Maandag te zijn geweest wat president Reagan het toen al noemde: een correctie. De FTSE-index was aan het eind van 1987 hoger dan aan het begin, terwijl de scherpe stijging in het voorjaar er (achteraf) even onlogisch uitziet als de nog steilere val die erop volgde.

De laatste keer dat de markt spontaan, zonder hulp van buitenaf, paniek teweeg bracht - de mini-krach van oktober 1989 - vielen de aandelenkoersen in het eerste deel van de dag sterk terug. Maar aan het eind van de dag hadden ze een groot deel van het verlies weer goedgemaakt.

De chaos van de afgelopen week wijst niet uit dat de aandelenmarkt te wisselvallig is voor de individuele belegger om er zijn spaargeld aan toe zou kunnen vertrouwen. Wel lijkt het erop dat particuliere beleggers die niet bereid waren zich op de lange termijn te richten en hun aandelen hebben verkocht op hun neus hebben gekeken, terwijl geduldiger beleggers er verstandig aan hebben gedaan hun geld bij de grote fondsen te laten liggen. De markt gedraagt zich zo grillig dat alleen de allerrijksten onder de kleine beleggers het gevecht ermee in hun eentje kunnen aangaan.

Terwijl de tanks Moskou binnenreden, stroomden de adviezen van beleggingsadviseurs de wereld in. De meeste daarvan waren achterhaald voordat ze beleggers en journalisten bereikten. Alleen dat al vormt een waarschuwing tegen vlugge verkoopplannetjes. John Bridel, van de firma Towry Law, zegt het zo: “Zoals dat hoort deden we helemaal niets op maandag. Zelfs als de coup stand had gehouden, had dat niet zoveel invloed gehad op wat we toch al deden.”

Toch stellen de gebeurtenissen van de afgelopen week belangrijke vragen aan de orde. Hoe hadden spaarders zich kunnen indekken als het Comité voor de Noodstoestand aan de macht was gebleven en de inzinking aan de beurzen had voortgeduurd? En is het, aan het eind van een week die vrij algemeen geldt als het begin van het einde van het Sovjet-communisme, misschien zaak om uit te zien naar nieuwe beleggingsmogelijkheden?

Economen en marktanalisten lijken het erover eens dat hun kijk op de verschillende wereldmarkten nog vrijwel dezelfde is als aan het eind van de week vóór de coup. Japan geniet bij sommigen de voorkeur, onder wie Martin Paling, internationaal investerings-beleidsman bij James Capel, omdat het land niet aan zijn top zit en relatief ondergewaardeerd is.

Richard Boyton, van Boyton Financial Services, een consulentschap op honorariumbasis, raadt Japan aan omdat het weinig invloed van de Sovjet-Unie ondervindt, wat wellicht aantrekkelijk is voor wie nog twijfelt aan de vordering van de hervormingen daar. Ook Towry Law heeft de afgelopen week woensdag Japanse effecten ingekocht. Na Japan lijkt de Britse markt het populairst te zijn, terwijl naar het inzicht van tal van analisten de Amerikaanse markt is overgewaardeerd. Het nieuws van vorige week belooft uiteraard op de lange termijn veel goeds voor de Europese economie, maar op de korte termijn springen maar weinigen daar fors op in.

De gemakkelijkste manier om zich op de Britse markt of markten in het Verre Oosten te begeven is via spaar- of beleggingsfondsen. De koers van een fondsaandeel kan uiteraard zowel dalen als stijgen, wat een aantal verzekeringsmaatschappijen er aan het begin van de week toe bracht de lof van andere, minder onbestendige beleggingsprodukten te zingen.

De meeste daarvan zullen het nu waarschijnlijk minder goed doen dan de fondsen, maar de vraag blijft: hoe haal je het grootste rendement uit de markt zoals die zich nu gedraagt, zonder risico te lopen bij een plotselinge koersval.

Allereerst is het zaak voor een belegger om niet te proberen de markt op z'n eentje te slim af te zijn. Kleine investeerders lopen dagen achter bij de moderne, technisch geavanceerde en pijlsnel geïnformeerde instellingen, zodat "micro-timing' de moeite niet loont.

James Higgins, van het consulentschap Chamberlain De Broe, legt uit waarom: “Het heeft eenvoudig geen zin om op zulke fluctuaties te willen reageren. Het gebeurt maar zo zelden dat een particuliere belegger in de roos schiet. Ze beseffen niet hoe klein ze zijn en hoe ver ze achter lopen. De instellingen zijn hun mijlen vooruit. Ze kunnen net zo goed op paarden gokken.”

Higgins wijst er nog op dat kleine investeerders wel kunnen profiteren van snelle fluctuaties in de markt, als ze dat maar doen via collectieve investeringen. Beheerders bij spaar- en beleggingsfondsen kunnen wel profiteren van kleine misrekeningen van de markt. Dat is de kunst van het fondsen beheren. Maar ook die beheerders moeten de lange termijn in het oog houden.

Timing, zo blijkt uit de grafiek, is hét cruciale probleem voor iedereen die winst wil maken op aandelen.