Bonn erkent Balten pas na enige aarzeling

BONN, 29 AUG. “Dit is een prachtig historisch ogenblik”, zei kanselier Helmut Kohl gisteren tegen de ministers van buitenlandse zaken van Estland, Letland en Litouwen. De heren Lennart Meri (Estland), Janis Jurkans (Letland) en Algirdas Saudargis (Litouwen) en hun collega Hans-Dietrich Genscher hadden vlak daarvoor met hun handtekeningen de heropneming van de diplomatieke betrekkingen plechtig bevestigd.

Ook voor de Bondsrepubliek ging het gisteren feitelijk om niet meer dan het heropnemen van de diplomatieke relaties met de Baltische republieken. In 1955, toen de Sovjet-Unie - twee jaar na Stalins dood - ten slotte besloot om de "definitief' in het Westen geïntegreerde Bondsrepubliek diplomatiek te erkennen, had de toenmalige kanselier, Konrad Adenauer, immers al schriftelijk vastgelegd dat Bonn niet van plan was om óók de inlijving van de Baltische republieken in de Sovjet-Unie (in 1940) te erkennen.

Anders gezegd: Adenauer weigerde om de gevolgen van de geheime protocollen van het Molotov-Ribbentrop-pact van 23 augustus 1939, waarin nazi-Duitsland de Sovjet-Unie naast de verdeling van Polen de inlijving van de Baltische staten min of meer "toestond', voor zijn rekening te nemen.

Om de heerschappij in de Baltische staten is eeuwenlang door Zweden, Russen en Duitsers getwist en gevochten. Sinds 1795 was de macht er overwegend aan de Russische tsaar, al speelden Baltische Duitsers er onverminderd een belangrijke rol. In 1918, tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog en na de Russische revolutie, bezette het keizerlijke Duitsland Estland en Letland kortstondig.

In 1921 werden de Baltische staten erkend als lid van de Volkenbond. In 1940 volgde hun inlijving in de Sovjet-Unie, in 1941 - toen Hitler de Sovjet-Unie aanviel - trokken de Duitsers weer als bezetters binnen, in 1944 keerde het Rode Leger terug. Met de onafhankelijkheid van de Baltische republieken van de Sovjet-Unie raakt het noordelijke deel van het vroegere Oost-Pruisen, het gebied rondom de Oostzeehaven Kaliningrad (het vroegere Königsberg), nu geografisch geïsoleerd van de Sovjet-Unie, waaraan het na de Tweede Wereldoorlog toeviel.

De afgelopen maanden is de Bondsrepubliek in de Baltische hoofdsteden vaak gekritiseerd omdat zij ondanks veel sympathieke verklaringen over de gewenste soevereiniteit van Estland, Letland en Litouwen daarvoor feitelijk niet zoveel deed. Dat Bonn daaromtrent een ambivalente houding had, vooral omdat het de goede relaties met Michail Gorbatsjovs centrale gezag niet wilde bederven, bleek nog vorige week vrijdag. Vijf dagen na de mislukte staatsgreep in Moskou waarschuwde Kohl voor de Duitse televisie toen nog voor een overhaaste erkenning van de Baltische republieken.

Pas nadat Boris Jeltsin zaterdag namens de Russische republiek (nogmaals) groen licht voor de erkenning van de Baltische republieken had gegeven, haastten Kohl en Genscher zich naar een andere positie, die dinsdag in de EG en gisteren in Kohls kabinet werd bekrachtigd.

Over een paar dagen hoopt Genscher ambassadeurs naar Tallinn, Riga en Vilnius te sturen. Duitsland zal zich in de EG sterk maken voor associatie van de Baltische landen, zei hij gisteren. Kohl beloofde Duitse hulp bij “het onvermijdelijke aanpassingsproces aan de markteconomie”. De Estlandse minister Meri verzekerde fijntjes dat de Baltische republieken Duitsland “wegens het criminele pact” van 1939 niet onder druk wilden zetten maar Bonns economische hulp wèl als “een gewetenskwestie” zullen beschouwen. De Baltische staten willen zo snel mogelijk volwaardig lid van de EG worden, zei hij, en lid van de VN, wat de Sovjet-Unie trouwens als permanent lid van de Veiligheidsraad met een veto zou kunnen beletten.