Behandeling kinderen met leukemie kan doeltreffender

Onderzoekers van de Vrije Universiteit hebben in het laboratorium de gevoeligheid voor verschillende celdodende medicijnen van de leukemie-cellen van kinderen met acute lymfoblastaire leukemie getest. Kinderen waarvan de leukemie-cellen ongevoelig (resistent) voor de cytostatica waren bleken een minder grote kans op genezing te hebben dan kinderen met niet-resistente cellen (The Lancet, 17 augustus). Volgens dr. Rob Pieters van de afdeling kindergeneeskunde van de VU, die eerder dit jaar op dit onderzoek promoveerde, maakt de nieuwe test op den duur een meer gerichte en dus effectievere behandeling mogelijk.

Acute lymfoblastaire leukemie (ALL) is de meest voorkomende kanker bij kinderen. Bij leukemie is het uitrijpen van een bepaald type bloedcel geblokkeerd. Onrijpe cellen - bij ALL lymfoblasten - overwoekeren dan het beenmerg en later ook het bloed, de lever, de milt en de lymfeklieren. Doordat deze leukemie-cellen de normale vorming van bloedcellen onderdrukken, ontstaat een heel scala aan afwijkingen, waaronder bloedarmoede, een gestoorde bloedstolling en een vergrote gevoeligheid voor infecties.

Met een mengsel van celdodende medicijnen (cytostatica) kan men ALL tegenwoordig bij bijna alle kinderen tot stilstand (in remissie) brengen. Helaas is deze remissie in eenderde van de gevallen slechts tijdelijk. De kanker komt dan vroeg of laat weer terug. De nu gepubliceerde studie laat zien dat bij deze kinderen de leukemie-cellen betrekkelijk ongevoelig (resistent) zijn voor cytostatica. De onderzoekers hebben hiervoor leukemie-cellen gebruikt die al jaren eerder waren ingevroren. Dat had het voordeel dat het verdere ziekteverloop van de kinderen waarbij deze cellen waren afgenomen al bekend was. Bij een prospectief onderzoek had men jaren moeten wachten voordat men een uitspraak had kunnen doen.

Rob Pieters denkt dat de nieuwe methode vooral voor kinderen waarbij de kanker na een remissie terugkomt, een grote verbetering kan vormen. Ze kunnen dan niet met de standaardcombinatie van cytostatica worden behandeld, maar met een combinatie van middelen waarvoor ze het gevoeligst zijn.

Voorlopig moet men nog prospectief vaststellen dat de methode echt werkt. Men gaat bij alle kinderen in Nederland met nieuw ontdekte ALL het resistentie-patroon voor cytostatica te bepalen. Over een aantal jaren hoopt men dan te bewijzen dat bepaalde patronen een ongunstig ziekteverloop opleveren.

Daarnaast zal men kinderen met een extreem slechte prognose nu al gaan behandelen op geleide van de gevoeligheid van hun leukemiecellen. De kinderen kunnen dan gerichter en dus doeltreffender behandeld worden. Ze krijgen geen medicijnen waar ze toch niet gevoelig voor zijn. Dat scheelt niet alleen een nutteloze behandeling, maar het bespaart deze kinderen ook allerlei bijwerkingen.