Annie Schmidt is passé in Zweden

Tijdens het elfde colloquium Neerlandicum dat van 25 tot 31 augustus gehouden wordt aan de Rijksuniversiteit van Utrecht, kunnen docenten die Nederlands geven aan een buitenlandse universiteit elkaar ontmoeten en elke dag verschillende lezingen over allerlei onderdelen van hun vak bijwonen.

“Het was half acht.” Is dat een moeilijke zin voor een Franse student? Wel als die zin in een Nederlands boek staat, meende Liesbeth Pascal de Graaff die Nederlands geeft in Besançon. Op de middag gewijd aan Vertaalwetenschap bespraken universitaire docenten Nederlands woensdag in het Utrechtse Academiegebouw de moeilijkheden bij het vertalen van Nederlandse literatuur. In zes korte lezingen kwamen vragen aan de orde als: wat is er tegen Jan de Hartog, hoe vertaal je woorden als "erker', "tjalk' en natuurlijk het beruchte "gezellig', hoe interesseer je een buitenlandse uitgever voor Mariken van Nieumeghen, kan Cees Nooteboom de Italianen veroveren door naar ze toe te komen en waarom heeft men in Zweden geen zin meer in Annie M.G. Schmidt?

In De Aanslag van Harry Mulisch dat in het Frans vertaald is trof mevrouw Pascal de Graaff de bovengenoemde zin aan en realiseerde zich dat Fransen iets heel anders denken bij half acht 's avonds dan Nederlanders. Bij ons heeft men dan de koffie net op of nog net niet, in Frankrijk moet men nog eten. Is dat een probleem en hoe los je dat op, wilde ze weten. Ontgaat het "lekkere, fijne Nederlandse sfeertje' de Franse lezers niet? Uit de zaal kwamen nog meer voorbeelden: in Italië heeft men geen glazenwassers, omdat de ramen naar binnen open gaan. Hoe leg je in een warm land een zin uit als: “Het vroor, de bloemen stonden op de ruiten”?

Olga Krijtová uit Praag, die al zo'n beetje vijftig Nederlandse boeken heeft vertaald, worstelde niet met zulke problemen. Zij voelde zich door Nederlandse literatuurkenners nogal eens meewarig aangekeken omdat ze niet alleen "hoge literatuur' vertaalt. Met Mulisch, Couperus en Claus kon ze hier heel goed voor de dag komen, maar over Johan Fabricius of Jan de Hartog had ze geleerd te zwijgen. Terwijl die laatsten in Tsjechoslowakije enorm veel gelezen worden. Er is zelfs onlangs een proefschrift over De Hartog verschenen. “Boudewijn Büch zou op zijn wenkbrauwen gaan staan van ontzetting als hij dat hoorde,” veronderstelde ze. Ze verdedigde met verve het recht van vertalers om zelf te kiezen welke schrijvers en welke boeken voor hun land en hun lezers de moeite waard zouden kunnen zijn. En als ze dan uitkomen bij Streuvels en Conscience en Ruyslinck - nou en? “Mogen ze alsjeblieft?”

Ingrid Wikén Bonde uit Stockholm legde uit waarom Zweedse uitgevers geen nieuwe vertalingen van Annie M.G. Schmidt meer willen, ondanks vroegere successen. Annie Schmidt is passé in Zweden, zij is ouderwets, zij is te veel blijven steken in de geest van 1968. “Zij drijft bij voorbeeld de spot met nette theedrinkende dames. In Zweden heb je helemaal geen nette dames meer. Iedereen werkt zich rot.”

Jip en Janneke die overdag gewoon rond het huis spelen in plaats van naar de crèche te gaan, wier moeder niet werkt, die niet te lijden hebben onder sexuele handtastelijkheden van hun vader - het zijn twee achterhaalde peutertjes. En aan Schmidts of Guus Kuijers verzet tegen autoriteiten heeft al helemaal niemand in Zweden behoefte, integendeel, men snakt juist naar autoriteiten want ook die zijn lang geleden afgeschaft.

Arme Zweedse kindertjes. Zullen nooit Puk van de Petteflet lezen.