Amerikaan Foster na fotofinish winnaar van de 110 meter horden

TOKIO, 29 AUG. Een te snelle baan die ongunstig is voor hordenlopers. Het zou verklaren waarom deze week in Tokio nogal wat medaillekanshebbers in de problemen kwamen. Voor de allergrootsten lijkt het niet echt te tellen. De Amerikaan Greg Foster werd vanmorgen in 13.06 voor de derde achtereenvolgende keer wereldkampioen. De fotofinish moest het uitwijzen, want zijn landgenoot Jeff Pierce overbrugde de afstand in dezelfde tijd.

De nieuwe toplaag die op de baan van het nationale stadion is gelegd is aantoonbaar snel. De 100 meter finale heeft dat bewezen. “Maar”, merkte de Nederlandse hordentrainer Wil Westphal op, “je ziet dat de pas langer wordt. Voor hordenlopers op dit niveau die toch zeer kort onder de horde komen kan dat net te veel zijn.” Het verklaarde volgens hem ook de valpartij van zijn pupil Gretha Tromp. Wie zich niet aanpast komt in de moeilijkheden, maar als de pas goed uitkomt zit er ook een goede prestatie in. Dat liet de Russin Ledovskaya vanmiddag zien op de 400 meter horen, zie ze won in 53,11 de tweede beste tijd ooit gelopen.

Topprestaties maar nauwelijks voor de Nederlanders. Arie Kauffman, technisch directeur van de KNAU (atletiekunie), gaat in Tokio met de dag bedrukter kijken. Bij de vier atleten die eerder over de drempel struikelden (Joke Kleiweg en Han Kulker door een blessure niet eens gestart, Gretha Tromp gevallen om een horde en Ellen van Langen bij nader inzien toch niet zo fit als gedacht) voegde zich vanmorgen ook Frans Maas. De verspringer reikte in de kwalificatieronde niet verder dan 7.71 meter in zijn tweede poging (na een foute eerste sprong en een uitermate zwakke 7.50 in zijn derde en laatste mogelijkheid).

Erg verwonderlijk was dat niet. Maas heeft dit jaar pas één keer voorbij de acht meter gesprongen: op 6 juli in Rheden kwam hij tot 8.04 meter. In Tokio had hij zich met 8.05 direct kunnen plaatsen voor de finale. Dat zijn sprong 85 centimeter minder ver was dan die van Carl Lewis, met 8.56 klaarblijkelijk op weg naar zijn tweede gouden medaille, was geen schande. Maar acht meter is toch het minste dat mochten worden verwacht.

Ondanks de zilveren plak van discuswerper Erik de Bruin ontwikkelt deze WK-titelstrijd zich steeds meer tot een debâcle voor de Nederlandse atletiek. Atleten plegen de KNAU te verwijten al te strenge normen te hanteren. Een soepeler beleid dat ze niet opjaagt in een loodzware limietenrace zou een betere voorbereiding garanderen.

Met behoorlijke prestaties op grote toernooien kan dat worden afgedwongen, maar bij Kauffman groeit steeds meer het onbehaaglijke gevoel dat het Nederlands Olympisch Comité zich voor de Spelen van Barcelona wel eens minder coulant zou kunnen opstellen. “Ik denk”, zei hij vanmorgen, “dat het huidige selectiebeleid moeilijk te verdedigen zal zijn. Maar ik zou zo snel geen beter systeem weten, want ik blijf erbij dat er niemand ten onrechte is thuis gebleven en niemand ten onrechte hier is.”

Positief was in elk geval het optreden van de 22-jarige Yvonne van der Kolk op de 1500 meter. Haar pech was echter dat de reglementen meedogenloos zijn. Ze startte in de eerste van drie series, die achteraf de snelste bleek te zijn en finishte daarin als achtste in een tijd van 4.07,39. Omdat de eerste vier van elke serie aangevuld met de drie tijdsnelsten zich kwalificeerden voor de halve eindstrijd viel ze op basis van haar eindrangschikking - de achtste tijd in de totaalstand - buiten de boot. Een hard gelag, omdat de Poolse Malgorzata Rydz met 4.09,31 (de achttiende tijd van de 38 deelneemsters) wél een ronde verder kwam.

“Ik had last van de warmte. Het is de hele week niet benauwd geweest en uitgerekend vandaag weer wel,” zei de Hilversumse. In het begin van de race, die werd gewonnen door de Keniaanse Susan Sirma, liet ze zich meeslepen door het hoge tempo. “Ik had beter rustiger kunnen beginnen en mijn eigen wedstrijd kunnen lopen”, besefte ze achteraf. Maar de spanning van het gigantische toernooi greep de doorgaans koele studente naar de keel. “Ik ben een hele dag bloednerveus geweest. Het is toch anders dan het WK indoor. Misschien ben ik ook wel beïnvloed door de vervelende dingen die de Nederlandse ploeg heeft meegemaakt op dit kampioenschap.”

Haar AVR-clubgenote Letitia Vriesde, uitkomend voor Suriname, had weer voordeel van de kwalificatieregeling. Zij werd derde in haar serie in een nieuw persoonlijk record van 4.08,46. Ze was daarmee drieëneenhalve seconde sneller dan tot nog toe. “Ik had eerder een goede tijd verwacht dan een finaleplaats”, reageerde ze.