Alders speelt modieus spel met de glastuinbouw

In de Vierde nota over de ruimtelijke ordening kiezen minister Alders en het kabinet voor nieuwe bouwlokaties in de Randstad. Daaronder zijn twee grote tuinbouwgebieden die gesloopt zouden moeten worden om er woonwijken neer te zetten. De burgemeester van Vleuten-De Meern, J.J.F.M. Westra en zijn collega van Wateringen, W. van den Bos Czn. vinden dat het rijk met deze "ruimtelijke voorkeursrichting' op een verkeerd spoor zit. Vooral omdat die buitengewoon duur zou zijn. Het kabinet zou door daarvan af te zien een half miljard kunnen besparen.

De plannen van het kabinet in de extra nota over de Vierde nota over de ruimtelijke ordening, de zogeheten Vinex zijn in het algemeen met instemming begroet. Men kan er immers moeilijk tegen zijn dat de problemen van de grote steden voortvarend worden aangepakt en dat van de Randstad een Europese toplokatie wordt gemaakt. De gebleken instemming had natuurlijk ook te maken met de miljarden die er tijdens de onderhandelingen met de stadsgewesten in de Randstad, te verdelen zijn.

Die miljarden lijken meer dan ze zijn. In de eerste plaats gaat het om bedragen die over een reeks van jaren worden uitgesmeerd en bovendien blijkt bij nauwkeurige beoordeling dat ze onvoldoende zijn om alle hooggestemde doelstellingen te bereiken. Niemand doet daar erg moeilijk over, want iedereen begrijpt wel dat de overheidsfinanciën "een zaak van aanhoudende zorg' zijn. Maar juist daarom is het merkwaardig dat het kabinet op grond van aanvechtbare idealen, aan de verstedelijkingsplannen ten minste een half miljard meer wil spenderen dan nodig is.

Daar komt nog bij dat minister Alders van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer naar onze mening boven zijn stand leeft met zijn ruimtelijke opties. Volgens ons blijkt dat uit het volgende. Bij de speurtocht naar lokaties voor een paar honderdduizend nieuwe woningen in de Randstad hebben Alders en het kabinet op grote schaal bestaande glastuinbouwgebieden als bouwlokaties aangewezen. Daar heeft men zowel in het Utrechtse tuinbouwcentrum Vleuten-De Meern als ook in de gemeente Wateringen, die deel uitmaakt van het grootste "glastuinbouwcomplex' van de wereld: het Westland, mee te maken. Dat Westland is een nationale grootverdiener met een jaarlijkse produktiewaarde van meer dan vijf miljard gulden. Ook de Utrechtse gemeente Vleuten-De Meern (produktiewaarde drie- tot vierhonderd miljoen gulden) vormt sinds jaar en dag een concentratiegebied voor de glastuinbouw. Daar betekenen Alders' plannen in feite de doodsklap voor de regionale glastuinbouw. De ontmanteling zal er tussen de vier- en vijfhonderd miljoen gulden kosten; dat is de helft meer dan minister Alders beschikbaar stelt.

Voor het Westland geldt dat daar aan de expansiemogelijkheden van de snelstgroeiende sector van de Nederlandse economie wordt geknabbeld waardoor het eind van de reserves nog wat eerder in zicht komt. Alders heeft voor alle bouwlokaties rondom Den Haag driehonderdvijftig miljoen gulden in het vooruitzicht gesteld, een bedrag dat voor Wateringen ternauwernood genoeg zal zijn.

Met welk verhaal probeert men de enorme kapitaalvernietigingen te rechtvaardigen? Om te beginnen gaat het kabinet er blijkbaar nog steeds van uit dat de centrumgemeenten niet alleen hun centrumfunctie waar moeten kunnen maken maar op eigen territoir ook in belangrijke mate voor de huisvesting moeten kunnen zorgen. Maar tegelijkertijd moedigt het kabinet de stadsgewesten aan dit soort zaken op basis van bindende afspraken samen aan te pakken. Dat klopt niet met elkaar. Blijkbaar is men er nog niet helemaal uit. Hoe dan ook blijft het gek dat men de financiële problemen van centrumgemeenten met een dosering nieuwe inwoners wil verzachten.

Waarom smijt de minister met geld voor enkele superdure bouwlokaties, terwijl men even verderop voor een tiende van de prijs terecht kan? Twee factoren spelen een rol. Bij een aantal mensen heeft de gedachte postgevat dat je met de glastuinbouw tegenwoordig zonder bezwaar kunt schuiven. De tweede factor is een nogal dogmatische benadering van de bescherming en instandhouding van het Groene Hart van Holland.

Incidenteel kan met de glastuinbouw natuurlijk best geschoven worden. De bestemming is minder onaantastbaar dan die van het Paleis op de Dam. Maar het kost een hoop geld. En als de amputatie enige omvang heeft, kan de chirurg de gevolgen van zijn ingreep nauwelijks overzien.

Glastuinbouw is minder aan de grond gebonden dan vroeger. Maar er is ook zoiets als infrastructuur en maatschappelijk draagvlak. Voor het eclatante succes van de Nederlandse glastuinbouw, is de gezindheid van het Westland belangrijker geweest dan de grondsoort. De bundeling van faciliteiten en de verwevenheid met de lokale samenleving hebben een grote toegevoegde waarde. Daarmee kan men zich bij de ruimtelijke ordening geen modieuze spelletjes veroorloven en ook in kleine centra als Vleuten-De Meern is die samenhang van groot belang.

Als men in het noorden van Nederland ook zoiets van de grond wil tillen, moet men starters daar faciliteiten bieden en met noeste vlijt aan de samenhang werken. Met het opdoeken of beknotten van gevestigde centra is niemand gediend. In het Westland spreekt men van het "glastuinbouwcomplex'. In zo'n complex is het geheel veel en veel meer dan de som van de delen. Zoals de Rotterdamse haven, de "mainport' stukken meer is dan een nummertje lossen en laden. Alders' nota doet wel dierbaar over het "in een internationaal concurrerend, grootstedelijk vestigingsmilieu', maar loopt als het om de glastuinbouw gaat, op klompen door de porseleinkast. Het kabinet zou wat behoedzamer met een florissante bedrijfstak om moeten springen. Met name van de minister van landbouw had de bedrijfstak op dit punt beter mogen verwachten.

De zorg voor het Groene Hart is een tweede factor die het kabinet tot een aanslag op de glastuinbouw inspireert. Het Groene Hart is al enige generaties lang een aantrekkelijk gegeven. Wij bezweren elkaar dat we het Groene Hart moeten ontzien, maar intussen staat de tijd er niet stil. Iedereen weet dat het concept door de jaren heen met souplesse is gehanteerd. En dat is ook de enige manier. Het Groene Hart is geen natuurreservaat al zijn er reservaten die bescherming verdienen. We moeten behoedzaam met de open ruimte omspringen, maar die ruimte is geen abstract gegeven.

In zijn nota laat minister Alders merken dat hij het Groene hart serieus neemt. Hij tekent er een groene stippellijn omheen. Het Groene hart is er voortaan alleen om er groene dingen mee te doen. En met die stippellijn probeert hij tevens een eind te maken aan de groei van erkende groeikernen als Zoetermeer en Nieuwegein. Goed met openbaar vervoer ontsloten steden, die bereid en in staat zijn nog een stukje te groeien.

Over de in de nota voor verstedelijking aangegeven lokaties bestaat overeenstemming. Slechts op twee punten is er een verschil van mening. In beide gevallen gaat het om het slopen van omvangrijke, goed renderende kassengebieden. In beide gevallen is er een voor de hand liggend alternatief. In plaats van in Vleuten-De Meern kan men in Nieuwegein in de polder Rijnenburg terecht. En in plaats van in Wateringen kan men in Zoetermeer-Oost bouwen. In beide gevallen op "koeienland', dat een fractie van de prijs kost die men voor bedrijfsterreinen van tuinders moet betalen. Iedereen weet waarom dat het geval is.

De zorg voor het Groene Hart weerhoudt de minister ervan deze voor de hand liggende lokaties te kiezen. Moeten we hem dan niet dankbaar zijn dat hij zo principieel bezig is? Volgens ons niet. Want ook de minister is minder principieel dan hij zich in eerste aanleg presenteert. Hij sluit de lokaties Rijnenburg en Zoetermeer-Oost namelijk niet uit. Hij houdt ze in reserve. Hij wil er nog zeker tot de volgende eeuw de koeien laten grazen. Bovendien kiest hij wel principieel voor bouwen in kassengebieden, maar zijn budget is ontoereikend om onteigening en verplaatsing op een behoorlijke manier af te wikkelen.

De minister leeft met zijn ruimtelijke opties dus politiek boven zijn stand. Gegeven de noodzaak om in alle sectoren de meest pijnlijke bezuinigingen door te voeren, lijkt bouwen op het glas ons geen wijze optie. Kunnen ministers die voor ten minste een half miljard aan kapitaalvernietiging kiezen geen betere manier bedenken om in de noden van Utrecht en Den Haag te voorzien.