Achter het skelet graast de rinoceros De Anatomische Atlas van Albinus en Wandelaar in Leiden

Tentoonstelling "De Volmaakte mens, de anatomische atlas van Albinus en Wandelaar'. Van 3 sept tot 5 jan. Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden. Di-za 10-17u, zo 12-17u. Inl 071-214224.

Kunst en wetenschap lagen in de achttiende eeuw dichter bij elkaar dan nu het geval is. Voor de kunstenaar bestonden regels waar hij zich aan had te houden en waarop hij beoordeeld kon worden. De wetenschap van haar kant had tekenaars en schilders nodig om de objecten van studie vast te leggen. Botanici, zoölogen, geografen en medici, zij allen deden een beroep op kunstenaars om afbeeldingen te maken. Dat er een verschil tussen de beide werelden bestond wist iedereen. Soms gaf dat aanleiding tot spanning, soms, wanneer exactheid en artisticiteit elkaar vonden, tot grote harmonie. Het menselijk lichaam, meer in het bijzonder het skelet en de spieren, werden vanaf de Renaissance steeds precieser in kaart gebracht. Het anatomieboek van Andreas Vesalius uit 1543 bleef eeuwenlang een wetenschappelijk en artistiek hoogtepunt. Maar hoewel de menselijke skeletbouw niet veranderde, raakte het boek van Vesalius toch uit de mode. Elke periode heeft behoefte aan zijn eigen wijze van wetenschappelijke illustratie en dus ook aan zijn eigen skeletten. Aan de Universiteit van Leiden stond de anatomie op een hoog niveau en het is niet verbazingwekkend dat juist daar plannen onstonden voor een geheel nieuwe atlas van het menselijk lichaam. Bernhard Siegfried Albinus (1697-1770), hoogleraar in de ontleedkunde, was er de drijvende kracht achter. In zijn speurtocht naar een bekwame tekenaar stuitte hij op Jan Wandelaar, een vijf jaar oudere kunstenaar die na een aantal staaltjes van zijn kunnen te hebben getoond de ideale man bleek te zijn.

Albinus hield er strenge uitgangspunten op na. Ten eerste moesten de afbeeldingen in hoge mate objectief zijn, zo natuurgetrouw mogelijk. Ten tweede behoorde het skelet in alle opzichten symmetrisch te zijn en ten derde zou het skelet een vitaliteit moeten uitstralen die kracht, gratie en harmonie verenigde. Albinus stond dus een ideale mens, een homo perfectus voor ogen. Ten slotte vond hij een lijk dat aan zijn ideaal voldeed. Het werd geprepareerd en Jan Wandelaar kon aan de slag. Daarvoóór had Albinus al een systeem uitgedacht om alle skeletdelen zo exact mogelijk op het platte vlak te laten overbrengen. Vóór het skelet werd daartoe een raamwerk van touwen opgesteld, die te samen kwadranten vormden. Elk onderdeel van het skelet had zo een vaste plaats in dit raster. De tekenaar tekende op een papier dat even groot was als dat touwraster en dat onderverdeeld was in dezelfde vierkanten. Vierkant voor vierkant kon Jan Wandelaar nu wat hij in drie dimensies zag overbrengen op het platte vlak. Ook elk onderdeel werd zo zorgvuldig mogelijk, gedetailleerd en zonder perspectivische vertekeningen vastgelegd.

Het resultaat van deze samenwerking was de Tabulae sceleti et musculorum corporis humani, een atlas van het skelet en de spieren, verschenen in 1747 en de Tabulae ossium humanorum uit 1753, waarin de afzonderlijke botten worden behandeld.

De vijfendertig jaar lange samenwerking tussen Albinus en Wandelaar verliep niet vlekkeloos. Wandelaar, een scherp waarnemer, tekende wat hij zag, dus ook oneffenheden en asymmetrie. Dit tot groot ongenoegen van Albinus, die absoluut een perfect symmetrisch skelet wenste en dit uiteindelijk ook kreeg. Omgekeerd kreeg ook Jan Wandelaar zijn zin. Opgeleid in een klassicistische traditie, overtuigde hij Albinus ervan dat het afgebeelde skelet een achtergrond, een omgeving behoefde. Hoewel er toen al stemmen opgingen die vonden dat zoiets niets met wetenschap te maken had, stemde Albinus toe. En zo tekende Wandelaar bomen, struiken, klassieke zuilen en tombes als achtergrond. Een surrealistisch hoogtepunt in zijn reeks is het skelet met spieren waarachter een rinoceros loopt te grazen.

Jan Wandelaars voortekeningen zijn bewaard gebleven in de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Het Museum Boerhaave heeft om Albinus en Wandelaar een tentoonstelling ingericht waar de hele ontwerpgeschiedenis behandeld wordt.