Turken worden eerder naar stembus geroepen

ISTANBUL, 28 AUG. Op 20 oktober worden in Turkije parlementsverkiezingen gehouden, een jaar vóór de grondwettelijk voorgeschreven datum.

Een desbetreffend voorstel van de regerende Moederlandpartij (MP) is in het parlement aangenomen met de steun van de twee oppositiepartijen, de sociaal-democraten onder professor Inüon en de rechtse Partij van het Juiste Pad onder oud-premier Demirel.

Volgens de oppositieleiders moet men deze verkiezingen niet "vervroegd' noemen, maar "verlaat'. De regeringspartij bevindt zich volgens hen al jaren in een aperte minderheidspositie. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 1988 kreeg zij slechts 24 procent van de stemmen, en dit percentage is volgens opinie-onderzoek daarna nog teruggelopen.

Voor de verkiezingen van 20 oktober heeft de MP een ingewikkelde kieswet opgesteld, vol kiesdrempels in de kleinere districten, waarvan zij wederom hoopt te profiteren. De oppositiepartijen hebben er geen grote actie tegen gevoerd, aangezien ook zij er hun voordeel mee hopen te doen.

Het felst tegen de nieuwe kieswet zijn de Partij van Democratisch Links (PDL) onder oud-premier Ecevit en de fundamentalistische Welvaartspartij (WP) onder professor Erbakan. Beide partijen bleven vorige keer onder de landelijke kiesdrempel van 10 procent, maar de PDL zal daar ditmaal waarschijnlijk overheen komen en de WP er vlak tegenaan. De nieuwe, van de sociaal-democraten afgescheiden populistische Arbeiderspartij, die voornamelijk door Koerden wordt gesteund en goed is voor zes procent, zal aan deze verkiezingen nog niet kunnen deelnemen.

Het is wel zowat zeker dat de komende verkiezingen zullen leiden tot de noodzaak van een coalitie, een woord dat bij de oudere kiezers ongunstig klinkt omdat dit systeem in de jaren zeventig zeer slecht heeft gewerkt en in veler ogen tot de dictatuur van 1980 heeft geleid. In ieder geval wordt het dan van eminent belang wie als grootste partij uit de bus zal komen en aanspraak op het volgende premierschap kan maken. Demirel roept al drie jaar dat hij dat zal zijn, een opinie-onderzoek wijst ook in die richting.