Tuimelaar weer terug in Noordzee

AMSTERDAM, 28 AUG. De tuimelaar is terug in de Noordzee. Volgens schattingen van biologen van Rijkswaterstaat verblijven er enige honderden exemplaren van deze dolfijnsoort in de Noordzee.

Twintig jaar lang heeft deze soort, die vroger algemeen voorkwam en regelmatig voor de kust opdook, zich niet laten zien.

De tuimelaar verdween in het begin van de jaren zestig uit de Noordzee, waarschijnlijk door een combinatie van twee factoren. Enerzijds werden er veel bestrijdingsmiddelen als aldrin, dieldrin en DDT geloosd, wat vooral voor hogere diersoorten als zoogdieren en vogels funest is. Anderzijds nam de haringstand drastisch af. Haring vormt een belangrijk bestanddeel van het voedsel van veel zeezoogdieren, waaronder de tuimelaar. De lozingen van die gechloreerde koolwaterstoffen zijn sterk teruggebracht en de haringstand is weer gegroeid.

Voor uitsterven van de soort is overigens nooit enig gevaar geweest: de tuimelaar komt in alle ondiepe wateren van de wereld voor, onder meer in de Ierse Zee, voor de Franse kust en in het Kanaal. In de afgelopen twee decennia werd soms wel eens een exemplaar in de Noordzee gesignaleerd, maar dit waren waarschijnlijk verdwaalde dieren. Vorig jaar namen medewerkers van Rijkswaterstaat voor het eerst groepen tuimelaars met jongen waar. Met een vliegtuig voert Rijkswaterstaat regelmatig tellingen uit van onder meer bruinvissen, witsnuitdolfijnen en witflankdolfijnen. Twee tuimelaars hingen langere tijd rond voor de Brouwersdam. Het was echter nog te vroeg om te concluderen dat de tuimelaar terug was, aldus H. Baptist, bioloog bij de Dienst Getijdewateren in Middelburg. Nu bij de tellingen van deze zomer wederom tientallen tuimelaars zijn waargenomen durft hij die conclusie wel te trekken: “Het is te verwachten dat ze hier blijven.”

De waargenomen exemplaren bevonden zich allemaal midden op zee. Tuimelaars zijn moeilijker waar te nemen dan bijvoorbeeld witsnuitdolfijnen, omdat ze een donkere rug hebben en bovendien kennelijk bang zijn voor het vliegtuig. Wanneer men boven een groep cirkelt om ze te tellen, duiken de dieren onder. Witsnuitdolfijnen doen dat niet. Uit de waarneming van enkele tientallen dieren in een beperkt deel van de Noordzee is af te leiden dat zich in de hele Norrdzee enige honderden exemplaren ophouden, aldus Baptist.