"Truus' opnieuw Olympisch kampioene dammen; Programmeurs in duel op Olympiade computerspelen

MAASTRICHT, 28 AUG. “Truus doet het prima; ze staat nu al een steen voor. Ik denk wel dat ze wint.”

De 23-jarige Amsterdamse student Stef Keetman, geestelijke vader van het computerprogramma Truus (“Zo heet mijn moeder ook”), zit er ontspannen bij. Vooruitlopend op de prolongatie van Truus' Olympische titel haalt hij een zwak alcoholisch drankje aan de bar en onderweg informeert hij hoe de stand is bij het schaken en bij scrabble.

Om de zoveel minuten geeft hij Truus de zet van haar tegenstander door en laat haar met een druk op de enter-toets het antwoord zoeken. Verder moet hij zijn handen thuis houden. De zet die Truus afgeeft, komt op het bord, al is de blunder nog zo evident. Maar Keetman kan Truus rustig laten schuiven: een uurtje later geeft haar tegenstander op en is Truus opnieuw Olympisch kampioene computerdammen.

Samen met een groot aantal andere computerprogramma's doet Truus mee aan de computerolympiade die dezer dagen gehouden wordt in Maastricht. De komende dagen moet in de kantine van de tolk- vertalersopleiding nog beslist worden wie de titel behaalt bij schaken, Chinees schaken, scrabble, bridge, Go (Go-Moku en Go 19x19), Othello, Qubic, Renju, molenspel en Awari. Bij backgammon kwam maar één programma opdagen. Om dat toch de kans te geven te laten zien wat het kan, mocht het gisteren tegen de Europese kampioen Ed Schröder spelen. Het programma kon in de verste verte niet tippen aan het menselijk brein.

Beter dan bij backgammon doet de computer het bij andere spelletjes. “Noem het liever spelen, dit is tenslotte wetenschappelijk onderzoek met een spelelement”, zegt gastheer prof. J. van den Herik, hoogleraar Informatica aan de Rijksuniversiteit Limburg. Een van zijn medewerkers, V. Allis, loste vorig jaar definitief vier-op-een-rij op. Dat wil zeggen: de computer begint en wint altijd. Het spel werd dus afgevoerd als Olympische discipline.

Dit jaar volgt waarschijnlijk Qubic, de driedimensionale versie van vier-op-een-rij. Een Amerikaan heeft de berekeningen gemaakt, Allis en zijn collega P. Schoo hebben het programma geschreven. Terwijl de computer van een Russische tegenstander zich suf staat te rekenen, geeft het programma van Allis en Schoo "a tempo' zijn zetten af die onherroepelijk tot winst voeren. “Helemaal zeker weet je het nooit, maar wij zijn ervan overtuigd dat Qubic is opgelost”, zegt Schoo.

De spelers zijn geen grote kinderen. De meeste deelnemers zijn als onderzoeker verbonden aan universiteiten of software-bedrijven. Enkelen hebben van het exploiteren van hun spelprogramma hun beroep gemaakt, zoals de Amerikaan T. Throop, die het bridgeprogramma Bridge Baron voor zestig dollar op de markt brengt. Op de achterkant van de verpakking staat vermeld dat Bridge Baron in 1990 Olympisch kampioen was. Misschien komt daar ook 1991 bij. “Ik sta nog bovenaan maar het verschil is erg klein”, zegt hij, een beetje benauwd voor zijn broodwinning.

In het wetenschappelijke onderzoek naar Artificiële Intelligentie neemt vooral het schaken een centrale plaats in. “Schaken moet het fruitvliegje worden van de AI”, roepen de onderzoekers, met een verwijzing naar het eerste artificiële, levende wezen dat met DNA-technieken werd gebouwd.

De beste computerschakers, de mensen achter het schaakprogramma Deep Thought, zijn twee jaar geleden door IBM bij de Carnegie Mellon Universiteit weggekocht om in Yorktown Heights een nieuwe versie van het programma te schrijven dat Kasparov moet kunnen verslaan. Voorlopig staat Kasparov met een ELO-rating van 2770 nog dik 200 punten voor op Deep Thought, dat in zijn laatste versie niet verder komt dan een zwak grootmeestersniveau. Van den Herik heeft een weddenschap afgesloten met schaker Hans Böhm dat de computer op de eerste dag van het volgende millennium een ELO-rating heeft van tenminste 2800 punten.

Een eerdere weddenschap waarbij Van den Herik het erop hield dat de computer op 1 januari 1990 tot de vijf sterkste spelers ter wereld zou behoren, werd door Böhm glansrijk gewonnen. Deep Thought II mag in Maastricht overigens niet meedoen omdat het niet op één micro-computer kan worden gespeeld. De nieuwste versie heeft liefst 64 parallel geschakelde computers nodig, die ieder een deel van het rekenwerk verrichten.

Volgens Van den Herik achterhalen de laatste ontwikkelingen in het computerschaken de stelling van de methodoloog A.D. de Groot dat een computer nooit de menselijke schaker kan verslaan omdat de laatste beschikt over het wapen van de intuïtie. “De Groot dacht vlak na de oorlog dat intuïtie niet te programmeren was, maar daarvan is hij aan het terugkomen. We vinden steeds betere zoektechnieken en zijn veel minder afhankelijk van de hoeveelheid rekenwerk. In plaats van alle mogelijke oplossingen door te rekenen, kan de computer nu zekere strategische regels toepassen.”

Dat de computer ooit zo ver zal komen dat hij het schaakspel "doorrekent' en dus altijd wint, acht Van den Herik uitgesloten. “Bij een partijtje van veertig zetten bedraagt het aantal varianten tien tot de macht honderdtwintig. Dammen is minder ingewikkeld, maar het aantal varianten is daar nog altijd tien tot de macht veertig.” Toch komt Stef Keetman nog een heel eind met zijn Truus. “Niet bij gewoon dammen, maar wel bij sneldammen. Daar kan ik zo ongeveer tegen de wereldkampioen op, als ik tenminste een 486-processor gebruik.”