Toenemende kritiek op het buitenlandse beleid van de Franse president: Mitterrand leeft nog in ban van Jalta

PARIJS, 28 AUG. Roland Dumas, de Franse minister van buitenlandse zaken, gaat morgen naar Vilnius, de hoofdstad van Litouwen, twee dagen nadat de twaalf EG-landen de onafhankelijkheid van deze Baltische staat hebben erkend.

Dumas is de eerste Westerse bewindsman die in Litouwen de gast zal zijn van president Landsbergis. Frankrijk is dus present in het nieuwe oude Europa waarin vrijwel dagelijks een nieuwe republiek wordt uitgeroepen.

Maar Dumas' bezoek heeft vooral betekenis voor de Franse binnenlandse politiek. De reis van de minister, aangekondigd nog voordat de twaalf landen van de Europese Gemeenschap tot de formele erkenning van de drie Baltische republieken hadden besloten, moet de Fransen ervan overtuigen dat de regering in Parijs de snelle historische ontwikkeling in Europa wel degelijk kan bijhouden.

Daarover was nieuwe twijfel gerezen naar aanleiding van de eerste reactie van president François Mitterrand op de avond van 19 augustus, de eerste dag van de coup in Moskou, die tot de explosie van de Sovjet-Unie zou leiden. De president toonde zich zeer voorzichtig in een gesprek dat rechtstreeks via de televisie werd uitgezonden. Hij onthield zich van de klare veroordeling van de putschisten die president George Bush enkele uren later wel zou uitspreken. Het komt erop aan wat de “huidige Sovjet-leiders” zullen ondernemen, zo hield het staatshoofd de kijkers voor. Mitterrand zei overigens overtuigd te zijn dat de democratische ontwikkeling in de Sovjet-Unie “wel onderbroken maar niet stopgezet kan worden”.

Direct na afloop van de uitzending vroeg de president zich af of zijn presentatie geslaagd was. Zijn twijfels werden de volgende dag bewaarheid: tegen de harde woorden van Bush, van de Britse premier John Major en zelfs van bondskanselier Kohl over de "grijze mannen' die de klok wilden terugdraaien, stak zijn optreden mager af.

De oppositie haalde onmiddellijk het zwaarste geschut tevoorschijn. Oud-minister Pasqua sprak van de “geest van München”. Oud-president Valéry Giscard d'Estaing vroeg zich in een tv-vraaggesprek af of “bepaalde Westerse leiders niet te snel waren overgegaan tot het opmaken van de winst- en verliesrekening”. Dit verwijt kwam hard aan bij de Franse president, die zich bij het bedrijven van buitenlandse politiek graag aan zijn motto houdt “dat men de tijd de tijd moet gunnen”.

In de analyses die sindsdien in de Franse pers over Mitterrands mislukte oefening in 'Realpolitik' zijn verschenen, wordt herinnerd aan andere "fouten' van het staatshoofd die, evenals zijn voorgangers in de Vijfde Republiek, het veiligheidsbeleid en de buitenlandse politiek als zijn privé domein beschouwt en daarnaar handelt. Drie weken na de val van de Berlijnse muur betitelde Mitterrand het streven van het Duitse volk naar vereniging als “een noodzakelijk gegeven, maar niet voldoende”. In december 1989 ontmoette Mitterrand op zijn verzoek Gorbatsjov in Kiev, de hoofdstad van de inmiddels onafhankelijke Oekraïne, om de snel naderbij komende Duitse hereniging te bespreken. Want Mitterrand hield zoveel van Duitsland dat hij er twee van prefereerde. Gorbatsjov zou bij deze gelegenheid gezegd hebben dat een maarschalk van het Rode Leger in zijn stoel in het Kremlin zou plaats nemen als de twee Duitslanden verenigd zouden worden - een waarschuwing waarin Mitterrand lang heeft geloofd.

Een ander bezoek, in dezelfde maand december van 1989, aan de toenmalige leiders van de DDR die inmiddels al vergeten zijn, verdiende evenmin een schoonheidsprijs: kort voor het faillissement viel met de beheerders niets meer te bespreken. Niettemin meldde Mitterrand na afloop dat “niemand mij gezegd heeft dat hij de hereniging wenst”. Een half jaar later was het toch zover, met de zegen van Gorbatsjov in ruil voor de vele miljarden marken, waarmee het andere faillissement, dat van de Sovjet-Unie, nog even kon worden uitgesteld.

Met de Duitse eenheid heeft Mitterrand al lang leren leven, maar nog steeds niet met de aspiraties van andere volkeren en landen die onder de knoet van het totalitarisme zijn uitgekomen. In juni in Praag, tijdens een bijeenkomst van staats- en regeringsleiders over een Europese confederatie, gaf Mitterrand onverbloemd uiting aan zijn zorgen. “De explosie van te lang beteugelde aspiraties doet overal oude spanningen ontwaken. Men krijgt de indruk dat er een herstel plaats heeft, slechter en minder geordend, van de politieke kaart van voor 1914 of 1919. De logica van de versnippering dreigt dat met zich mee te brengen. Dat is het scenario van het onaanvaardbare.” Dit draaiboek ontrolde zich enkele weken later, bij het begin van de crisis in Joegoslavië. De Franse regering zette haar kaarten op de Joegoslavische federale regering in Belgrado en toonde nauwelijks begrip voor de aspiraties van de Kroaten en Slowenen.

De oude spanningen leiden niet alleen tot nieuwe kaarten van Europa. Dat is het minste bezwaar. In de analyse van de Franse president is belangrijker dat met het nationalisme wanorde, vreemdelingenhaat en fascisme dreigen te herleven. De eerste reflexen in Frankrijk zelf geven de bevestiging - waren het niet de Slowaken en de Kroaten, en trouwens ook de Oekraïeners en de Balten die destijds met Hitler een verbond sloten, zo merkte menig deskundige op. “Ons land heeft altijd dichter bij de Serviërs gestaan”, zei de socialistische parlementariër Marie-Noelle Lienemann, “we steunen de Joegoslavische eenheid en daarom komen we steeds met dezelfde verouderde schema's.”

Een nieuw schema dat vorig jaar in het Elysée werd ontworpen, is al een zachte dood gestorven, namelijk Mitterrands conceptie van een confederaal Europa. Wat men zich daarbij precies moest voorstellen, was het onderwerp van de eerder genoemde bijeenkomst in Praag. Mitterrands "vriend' Havel - wie heeft Havel niet tot vriend? - organiseerde een bijeenkomst van "persoonlijkheden' om de confederatie inhoud te geven. Maar enkele dagen eerder gaf Mitterrand alvast een koude douche door te zeggen wat de confederatie niet kon zijn. “Het zal verscheidene tientallen jaren duren voordat de nieuwe democratieën lid van de Europese Gemeenschap kunnen worden”, zei de Franse president voor de Franse radio. En omdat Polen, Tsjechen en Hongaren niets liever zouden willen dan tot de EG toetreden, kon het hoge beraad over de confederatie niets meer worden - het idee leek te veel op een troostprijs voor deze Oosteuropese landen die in de tweede klasse moeten blijven.

Voor Mitterrand - en waarschijnlijk elke Franse politicus - is de Europese Gemeenschap vooral ook een instrument om wereldpolitiek, althans politiek op wereldschaal, te kunnen bedrijven. Dat gaat zo goed en zo kwaad als het gaat met twaalf lidstaten. Een grotere EG - met bijvoorbeeld Tsjechoslowakije, Kroatië en Slovenië - betekent voor Parijs ook een meer "Duitse' EG, een verenigd Midden-Europa, met Frankrijk bij de zijlijn als - om in voetbaltermen te blijven - een enigszins geïsoleerde vleugelspeler.

Een Franse commentator noemde Mitterrand een “politicus uit de wereld van Jalta”, gewend aan de stabiliteit van de "blokken' met daartussen altijd een beetje ruimte voor een eigen Franse rol. Die wereld is voorbij: de kaart van Europa wordt weer ingewikkeld. En Mitterrand krijgt minder tijd dan hij gewend is de tijd te geven. Maar met minister Roland Dumas als eerste in Vilnius is alvast een eerste succes geboekt in de inhaalkoers die Mitterrand na zijn mislukte tv-optreden is ingeslagen.