Stad kampt met tekorten; Uitstel joods museum Berlijn

BONN, 28 AUG. Ondanks voorafgaande internationale protesten heeft het stadsbestuur van Berlijn gisteren het begin van de bouw van een joods museum aan de Lindenstrasse vier tot vijf jaar uitgesteld.

Het uitstel betekent volgens het stadsbestuur echter geen afstel. In de gisteren gepresenteerde begroting voor 1992 blijft geld beschikbaar voor voortgezette planning van het project, zei een woordvoerder van de Berlijnse Senaat desgevraagd.

Het uitstel van de bouw naar een in 1989 bekroond, 118 miljoen mark kostend ontwerp van de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind is onderdeel van een drastisch bezuinigingsprogramma van de Berlijnse overheid. Onder meer door miljarden-beperkingen in de subsidiestroom uit Bonn, en door grote extra kosten (bouw, stadssanering, werkloosheid) in het oostelijk stadsdeel, kampt Berlijn op de ontwerpbegroting voor 1992 van 41,8 miljard mark met een tekort van circa vier miljard. Zonder ingrepen zou dit tekort in 1995 stijgen tot het vier- à vijfvoudige.

Tot eind 1992 moeten dan ook tienduizend van de tweehonderdduizend overheidsbanen in Berlijn verdwijnen, vooral in het Oostberlijnse ambtenaren-apparaat, dat nog een sterke overbezetting kent uit DDR-tijden. De bouw van een Amerikaanse bibliotheek en de kandidatuur voor de Duitse tuintentoonstelling in 1995 (de Bundesgartenschau) zijn geschrapt. Voorts zullen stedelijke bedrijven in versneld tempo worden geprivatiseerd en gemeentelijke percelen grond aan investeerders worden verkocht.

Volgens Berlijns burgemeester Eberhard Diepgen (CDU) is het nu voorgelegde bezuinigingsprogramma ook een signaal aan de regering in Bonn dat zij moet afzien van haar “absoluut onzinnige” subsidiebeperkingen van twee tot drie miljard per jaar tot 1995. In dat jaar, als het een grotere eigen belastingopbrengst moet hebben, krijgt Berlijn bij de verdeling van nationale middelen min of meer de status van deelstaat en dus extra inkomsten.

Architect Libeskind, die met zijn gezin uit Milaan naar Berlijn verhuisde om de uitvoering van het museumproject te kunnen begeleiden, sprak begin deze maand al bitter het vermoeden uit, dat uitstel afstel zou betekenen. Ook joodse musea in het buitenland, onder meer in New York, Parijs en Jeruzalem en het Joods Historisch Museum in Amsterdam, hebben de afgelopen weken al protesten laten horen tegen het uitstel. Zij wijzen op de gedenkfunctie van een dergelijk museum in Berlijn, waar in 1942 het nazi-besluit tot uitroeiing van de joden viel, waar voor de oorlog 173.000 van de toen 520.000 Duitse joden woonden en vandaag nog 8.500.

Libeskind en andere buitenlandse critici vinden het uitstel des te schrijnender omdat Berlijn niet afziet van zijn kandidatuur voor de Olympische Spelen in het jaar 2000. Het Berlijnse stadsbestuur, dat steunt op een brede meerderheid van CDU en SPD, meent echter dat de economische impulsen die dit plan meebrengt, niet kunnen worden gemist.

De voorzitter van de Centrale Raad van joden in Duitsland, Heinz Galinski, "betreurt' het uitstel zeer, maar heeft begrip voor de financiële nood van de stad. Galinski verwacht wel dat over een paar jaar alsnog een positief besluit wordt genomen. Tot dan zou het Ephraim-paleis aan de zuidelijke rand van het Nikolai-kwartier in Oost-Berlijn wat hem betreft als overgangsinstelling kunnen dienen. Volgens Libeskind zou de inrichting van een bestaand gebouw als joods museum er echter juist toe leiden dat de joodse geschiedenis in een getto beland en "dode historie' wordt, terwijl hij met zijn museum-ontwerp nu juist mikte op een integratie van de joodse en de Berlijnse geschiedenis.