Speciale "uitvaartlijn' voor vragen over wet op lijkbezorging

ZEIST, 28 AUG. “Het is net "even Petrus' bellen”, grapt directeur D.M. Westendorp van de Consumentenbond, terwijl hij de "uitvaarttelefoon' opneemt.

De speciale telefoonlijn voor vragen over begrafenissen, crematies, verzekeringen en hulp bij rouwverwerking werd gisteren in gebruik genomen tijdens een bijeenkomst in Zeist.

De Nederlandse vereniging van erkende uitvaartondernemers (NUVU) besloot de telefonische informatielijn in te stellen naar aanleiding van de vele vragen die de nieuwe wet op de lijkbezorging oproept bij de uitvaartbranche en bij nabestaanden. Op de bijeenkomst gisteren werd ook een boekje gepresenteerd met vele kritische kanttekeningen bij de nieuwe wet, die op 1 juli van kracht is geworden.

In de doorgaans zwijgzame uitvaartbranche (“stil op het kerkhof, stil over ons werk”, aldus een uitvaartondernemer) wordt sindsdien heel wat gemopperd. Sommige bepalingen zijn niet duidelijk, luidt een klacht. Zo moeten er, als gevolg van de gelijkstelling van cremeren en begraven, voortaan ook in kisten van te begraven mensen vuurvaste identiteitssteentjes worden gelegd. Niet geregeld was wie voor die steentjes en bijbehorende formulieren moet zorgen. Inmiddels worden ze door zowel fabrikanten van lijkkisten als door de NUVU geleverd.

Onrust ontstond vooral over het mogen begraven en cremeren zonder kist. Met die nieuwe bepaling in de wet wordt tegemoet gekomen aan de wensen van mensen van buitenlandse herkomst, van wie sommigen hun overledenen zonder kist ter aarde willen bestellen of cremeren. De uitvaartondernemers zijn daar fel op tegen. “Het is heel mooi dat de wetgever tegemoet wil komen aan de wensen van minderheden, maar er is niet aan gedacht wat het voor crematoriummedewerkers betekent een ongekist lichaam te cremeren”, aldus A. Koelewijn van uitvaartonderneming Coöperatie PC. “Een lichaam vat vrijwel meteen vlam. Dat is natuurlijk geen prettig gezicht.” Daags na invoering van de wet spraken de 42 crematoria in Nederland af geen lichamen zonder kist te accepteren.

Ook op begraafplaatsen heeft dit wetsartikel tot enige beroering geleid. W. Janse, beheerder van de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam: “Je kunt toch niet zomaar een laken om een lijk draperen? Misschien kunnen we het op een plankier leggen.” Doodgraver F. Huisman heeft er niet zo'n moeite mee: “Ik zou niet weigeren als het me gevraagd wordt.” Van sommige collega's weet hij echter dat ze er weinig voor voelen.

Op begraafplaats Westgaarde in Amsterdam, waar regelmatig buitenlanders worden begraven, kent men de problematiek. Westgaarde beschikt zelfs over een speciaal islamitisch grafvak. H. Schip aan Boord, opzichter van de buitendienst: “Tot nu toe werd iedereen altijd in een kist begraven. Maar als ze ons nu vragen het zonder kist te doen, zullen we wel moeten. Prettig vinden mijn mensen het in elk geval niet.” Deze week zal op Westgaarde voor het eerst een stoffelijk overschot ongekist worden begraven. Het betreft een islamitisch kindje. “De familie brengt haar in doeken en begraaft haar zelf.”

Wat de branche ook steekt, is dat "het veld' niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de wet en dat een "ethisch fundament' ontbreekt. Janse: “De inhoud is keihard en rationeel, terwijl dit toch iets is wat met veel emoties is omgeven.” Met veranderingen in de samenleving en belangen van nabestaanden is nauwelijks rekening gehouden, klaagt ook J. van der Woude, bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten belast met het begrafeniswezen. “Begraafplaatsen zijn bijvoorbeeld 's avonds gesloten, en veel nabestaanden zouden daar op een mooie zomeravond best heen willen.”

Eén voordeel ziet de uitvaartwereld wel in de wet. “Er is nu tenminste duidelijk vastgelegd welk materiaal mag worden gebruikt”, aldus Van der Woude. “Je zag nogal eens kisten van spaanplaat,dat ook voor televisietoestellen werd gebruikt. En lange tijd werd voor de lichamen een omhulsel gebruikt van een kunststof die vertering bleek tegen te houden. Dan waren lijken bij het ruimen van graven niet "geskeletteerd', maar was behalve de botten ook veel vet overgebleven. Ze waren verzeept.”