Schrijver en vertaler Laurens Spoor ontdoet mythe van hoogstaande emoties; "Orestes': geschiedenis haalt zichzelf in

Voorstelling: Orestes. Tekst en regie: Laurens Spoor. Spelers: Hans Croiset, Ellen Vogel, Gerardjan Rijnders, Jacqueline Blom, Hugo Eekhof, Joop Admiraal. Gezien: 27-8, De Balie, Amsterdam. Nog te zien: aldaar t- m 31-8, 2-9 in Korzo, Den Haag, 3 t-m 7-9 in Laktheater, Leiden.

In Orestes, een "compacte tragikomedie in berijmde alexandrijnen' van de hand van schrijver-vertaler Laurens Spoor, haalt de geschiedenis zichzelf in. In de enscenering die Spoor zelf ervan maakte dingen, eenentwintig jaar na Aktie Tomaat, twee toneelleiders naar de hand van Ellen Vogel. Zij was destijds één van de boegbeelden van de Nederlandse Comedie, het gezelschap dat, als symbool van het vermolmde toneel van die dagen, het gelag betalen moest en roemloos ten onder ging. Even vilein als symbolisch laat Spoor in zijn voorstelling Vogel een ménage à trois beginnen met Gerardjan Rijnders en Hans Croiset, artistiek leiders van respectievelijk Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel.

Het kan niet op, qua verzoening. Met beide handen omvademt Rijnders, als Aigisthos, het zitvlak van Vogel, als Klytaimnestra. Zij heeft hem zojuist weggeplukt uit het Leidse close harmony-koortje dat de verwikkelingen van zoetsappig commentaar voorziet. Zij had behoefte aan een minnaar, naar eigen zeggen uit wraak. Niet omdat haar man Agamemnoon haar dochter Iphigeneia heeft geoofferd aan de goden, maar vanwege het "conglomeraat kordate lichtekooien' waarmee hij zich gedurende zijn tienjarige beleg van Troje omringd heeft. Dat onthutsende feit meldt althans de in het geheel niet dode en op de Krim "in luister' levende Iphigenia in een brief aan haar moeder - in een post scriptum dat moeder zelf heeft toegevoegd. De wraak is niet anders, kortom, dan veredelde wellust.

Spoor heeft de mythe op kundige en hilarische wijze ontdaan van de hoogstaande emoties. Zagen we de geschiedenis van de Atriden deze zomer nog doordrenkt van bloed en nobelheid in lange ensceneringen opgevoerd worden door het Théâtre du Soleil, in deze Orestes worden de mythologische feiten, dichterlijk verdraaid en oorspronkelijk - zij het soms wat al te hoogdravend - geformuleerd, in een noodvaart over het toneel gejast. In Spoors optiek leeft, zoals gezegd, Klytaemnestra niet alleen nog lang en gelukkig met haar man en haar minnaar, maar rukt zij bovendien haar zoontje Orestes eigenmachtig de tong uit. Opdat hij haar niet verraadt, maar ook als straf-op-voorhand voor de moedermoord die Orestes geacht wordt te plegen. Die moord gaat dus niet door en de stomme Orestes rest niets anders dan een smadelijke aftocht naar de Krim.

Zo luchtig als Spoor omspringt met zijn inspiratiebron, zo frivool ook ensceneert hij zijn pastiche. Een canapeetje enerzijds verbeeldt het paleis te Mycene, een afgetrapt keukentafeltje anderzijds het domein van voedster Apollonia (Joop Admiraal), een nieuw personage in het drama. Zij vertegenwoordigt onmiskenbaar de leer van Zeno, het stoïcisme. Niets brengt haar van haar stuk, maar aan het slot laat Spoor haar in snikken uitbarsten. Een gotspe, want Apollonia's huilbui vormt als pleidooi voor het gevoel en het engagement een schrille tegenstelling tot het opportunisme van Klytaemnestra en consorten.

Ellen Vogel speelt haar verdorven rol chique, met sporen van weifelmoedigheid. Het verleden en de verzoening spelen haar wellicht parten, haar onzekerheid maakt haar optreden in elk geval ontroerend. Admiraal glorieert weer eens in travestie, deze keer uitgemonsterd als een Golda Meir, imposant en buiten en boven de wet verheven. Jacqueline Blom is als Elektra prettig onderkoeld en voegt zich daarmee uitstekend naar de cabareteske vorm van de voorstelling. Rijnders en Croiset zijn adequate aangevers, al is hun aanwezigheid voornamelijk van folkloristisch belang. Zij verhogen de vermakelijkheidsgraad van dit stuk eens temeer.

Foto: Ellen Vogel en Joop Admiraal in Orestes (foto Kees de Graaff)