Rusland-Kazachstan: tactische manoeuvres en schoten voor de boeg; Nazarbajev: "Oorlog' niet denkbeeldig; Kazachen minderheid in eigen land

Volgend jaar is het 250 jaar geleden dat Rusland een eind maakte aan wat bij de Kazachen nog altijd bekend staat als de periode van de Grote Ellende: in 1742 maakte het, op uitdrukkelijk verzoek van de Kazachen, met militaire middelen een eind aan de jarenlange invasies van de Jungaren en de Kalmukken in Kazachstan.

Kazachstan werd prompt, en niet tegen de zin van de Kazachen, door de tsaar ingelijfd en maakt sindsdien deel uit van het Russische, respectievelijk het Sovjet-rijk.

Of de verlossing van de bloedige invasies van de Jungaren en de Kalmukken volgend jaar in Kazachstan zal worden gevierd, is de vraag. Misschien viert men er iets anders: de onafhankelijkheid van Kazachstan, de losmaking uit de Sovjet-Unie. En misschien viert men er wel niets, want als men de huidige president, Noersoeltan Nazarbajev, mag geloven is het risico van een “inter-republikeinse oorlog” tussen zijn Kazachstan en Boris Jeltsins Rusland niet denkbeeldig.

Nu kan het dreigement van Nazarbajev - tot de coup van vorige week een van de trouwste en meest invloedrijke bondgenoten van Michail Gorbatsjov - wel met een paar flinke korrels zout worden genomen. Het was een reactie op Boris Jeltsins uitlating dat Rusland territoriale aanspraken heeft op delen van de Oekraïne en Kazachstan, àls die republieken zouden besluiten uit de Sovjet-Unie te stappen. Wat Nazarbajev met zijn scherpe reactie in elk geval duidelijk heeft willen maken is dat Kazachstan mordicus tegen zulke grenscorrecties is.

De Kazachstaanse leider bevindt zich in een kwetsbare positie. In geen enkele republiek is het aantal 'authentieke' inwoners percentueel zo gering als in zijn Kazachstan, “de republiek van de honderd nationaliteiten”. De Kazachen maken slechts 42 procent uit van de circa zestien miljoen inwoners van de republiek - precies evenveel als de Russen en Oekraïeners. De rest, 16 procent, wordt gevormd door Wolga-Duitsers (gedeporteerd in 1941), Tataren, Oezbeken, Wit-Russen, Oejgoeren en tientallen andere volkeren.

Dat grote percentage "Russisch-Oekraïense import' is te wijten aan drie golfbewegingen, twee invasies van kolonisten uit het Europese deel van wat nu de Sovjet-Unie is, en een drie jaar durende genocide op de Kazachen.

De eerste golfbeweging dateert van de tweede helft van de vorige eeuw, toen duizenden moezjiks en ex-lijfeigenen uit de overbevolkte Oekraïne en het Wolgabekken naar de uitgestrekte lege vlakten van Kazachstan werden gestuurd en toen ook veel politieke ballingen in dit deel van Centraal-Azië terecht kwamen. De tweede golfbeweging dateert uit de jaren 1930 tot en met 1933, toen de Kazachse boeren werden gecollectiviseerd en de Kazachse nomaden met geweld werden gedwongen zich blijvend te vestigen. Voor de Kazachen kan die periode nog het best worden omschreven als een herhaling van de Grote Ellende van twee eeuwen eerder. In 1926 telde de republiek vier miljoen Kazachen. In 1939 waren dat er drie miljoen. Rekening houdend met de natuurlijke groei hadden het er 4,6 miljoen moeten zijn: anderhalf miljoen Kazachen zijn in de vroege jaren dertig vermoord, naar elders gedeporteerd of op de vlucht gedreven naar andere republieken of naar China of waren het slachtoffer geworden van hongersnood en epidemieën.

De derde golfbeweging ten slotte was het werk van Chroesjtsjov, die in 1954 zijn als altijd bijzonder ambitieuze programma voor de Maagdelijke Gronden lanceerde. Die campagne ter ontginning van de uitgestrekte vlakten van Kazachstan ging gepaard met een snelle kolonisatie van "leeg' gebied vanuit Europees Rusland en de Oekraïne. Binnen zes jaar waren de Kazachen een minderheid in de eigen republiek geworden en dat zijn ze nog steeds.

Ze komen overigens wel terug, al was het maar omdat het geboortencijfer onder de Kazachen veel hoger ligt dan dat onder de andere minderheden. Verwacht wordt dat de Kazachen binnen zeer afzienbare tijd weer de absolute meerderheid in hun eigen land vormen.

De kolonisatie van de Maagdelijke Gronden in de jaren vijftig heeft Kazachstan tot een soort showcase gemaakt waarmee Chroesjtsjov en Brezjnev konden aantonen dat het nationaliteitenprobleem in de Sovjet-Unie geheel was opgelost: een republiek met honderd nationaliteiten (en natuurlijk nooit een probleem) was een mooi wapen in handen van de propagandisten. Hier, in Kazachstan, zo werd gesteld, kreeg het leninistische "nader-tot-elkaar'-beleid (slibzjenie) dat op den duur zou resulteren in de Nieuwe Sovjet-mens, vrij van religieuze en etnische vooroordelen, pas werkelijk gestalte.

Dat is later nog lelijk tegengevallen. Het is nooit helemaal rustig geweest aan het nationaliteitenfront. Toen Chroesjtsjov viel, en zijn plaats werd overgenomen door Leonid Brezjnev (zelf in de jaren vijftig partijchef van Kazachstan), verflauwde de toevloed van niet-Kazachen. Tijdens het bewind van de Kazachse partijchef Dinmoechamed Koenajev, een vriend en beschermeling van Brezjnev, moesten de Russen en Oekraïeners het ontgelden. Koenajev, die van 1964 tot 1986 in Alma-Ata de scepter zwaaide en die als eerste Centraalaziatische leider lid werd van het politburo, is na zijn val met hoon overladen wegens de onvoorstelbare corruptie in Kazachstan. De Kazachen evenwel zijn hem blijven vereren als een nationalist die zijn volk trachtte te beschermen tegen de zeer reële gevaren van de assimilatie en het verlies van de nationale identiteit. Onder Koenajev werd actief gediscrimineerd tegen de Russen en Oekraïeners. Zo steeg het percentage Kazachen aan de universiteit van Alma-Ata tussen 1970 en 1985 van twaalf tot zeventig procent.

Toen Gorbatsjov eind 1986 Koenajev als partijchef verving door de Rus Gennadi Kolbin, bleef er van de reputatie van Kazachstan als modelrepubliek niets meer over: de Kazachen accepteerden geen roes-kepi (Russische hond) als partijchef en kwamen dagenlang in opstand. Tijdens het eerste etnische conflict in de lange reeks waarmee Gorbatsjov sindsdien is geconfronteerd vielen in Alma-Ata en andere steden in Kazachstan circa dertig doden en honderden gewonden. Vele duizenden Kazachen werden in de jaren daarop met harde hand door Kolbin weggezuiverd, waarbij corrupte aanhangers van Koenajev en nationalisten doorgaans over één kam werden geschoren.

Kazachstan is de op een na grootste Sovjet-republiek (2,7 miljoen vierkante kilometer) en na Rusland en de Oekraïne de rijkste. Het bezit 35 procent van alle landbouwland van de Unie en levert veertien procent van al het graan en verder belangrijke hoeveelheden kolen, olie en gas. De energiereserves zijn gigantisch en er zijn meer dan negentig verschillende mineralen ontdekt. De industrie (vooral de metaalindustrie is belangrijk: de republiek is de eerste leverancier van lood en de tweede van koper in de Unie) bevindt zich vrijwel geheel in handen van de slavische bevolkingsgroepen.

Hoe het nu verder moet met al die niet-Kazachen in een onafhankelijk Kazachstan is nog onduidelijk (net zo onduidelijk trouwens als het lot van de Russische minderheden in al de republieken die zich nu haastig onafhankelijk verklaren). Alles is voorlopig in beweging. Noersoeltan Nazarbajev was tot voor kort een van de dragende krachten van het Unieverdrag, dat voorzag in een Sovjet-Unie waarin de republieken bijna volledig baas in eigen huis zouden worden. Sinds de mislukte staatsgreep hebben drie van de negen bij het Unieverdrag betrokken republieken, de Oekraïne, Oezbekistan en Wit-Rusland, zich er al van gedistantieerd en Kazachstan lijkt dat ook van zins. Dat heeft Jeltsin tot zijn dreigement gebracht: als de Oekraïne en Kazachstan willen uittreden, moeten ze respectievelijk het Donbas-bekken en de Krim en de onder Chroesjtsjov gekoloniseerde Maagdelijke Gronden aan Rusland afstaan.

Waarschijnlijk is het een straks snel vergeten tactische schermutseling, door Jeltsin ingezet om de Oekraïne en Kazachstan - twee sleutelrepublieken, van een heel ander kaliber dan de minilandjes aan de Oostzee of Moldavië - door middel van een dreigement te overreden alsnog bij de club te blijven en een volledige ontmanteling van de Unie te voorkomen. Want dat Kazachstan werkelijk denkt met zijn luttele zestien miljoen inwoners (minus de Russen en Oekraïeners) oorlog te gaan voeren tegen Jeltsins republiek (145 miljoen inwoners), lijkt absurd. Men is nog in de fase van de schoten voor de boeg - hopelijk.