Prokofjevs schrille muziek in tijden van revolutie

S. Prokofjev: Suite uit Romeo en Julia o.l.v. Sir Georg Solti. Ned.2, 22.53-23.40u.

Sir Georg Solti, begin deze maand al op de tv te zien in een sublieme concertante uitvoering van La damnation de Faust van Berlioz, is er vanavond weer: hij dirigeert in een fraaie opname uit 1984 het orkest van de Beierse radio, in de suite uit de muziek die Sergej Prokofjev in de jaren '30 schreef bij het ballet Romeo en Julia.

Juist in deze dagen is het heel merkwaardig om weer eens de biografie van de in 1891 geboren Prokofjev te lezen. Na het voltooien van zijn opleiding in het tsaristische St. Petersburg (1914) ging hij naar Londen. Daar kreeg hij van Serge Diaghilev, die het jaar daarvoor in Parijs met zijn Ballets Russes de geruchtmakende wereldpremière had gebracht van Nijinski's ballet Le Sacre du Printemps op muziek van Strawinsky, opdracht balletmuziek te schrijven. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werd Chout echter pas in 1921 uitgevoerd.

In 1918 verliet Prokofjev zijn toen in revolutie verkerende vaderland, maakte als concertpianist reizen door Japan, de Verenigde Staten en Europa en ging wonen in Parijs. In 1932 keerde Prokofjev terug naar de Sovjet-Unie, waar hij een officiële plaats kreeg in het na de liberale jaren '20 toen heel strak communistisch georganiseerde kunstleven. Van 1939 tot 1941 was hij vice-voorzitter van het Moskouse genootschap van componisten. Tijdens de oorlog schreef hij de opera Oorlog en Vrede maar later had Prokofjev een al even moeilijke en wisselende verhouding met de autoriteiten als Sjostakowitsj.

In 1947 werd Prokofjev, net als Sjostakowitsj en Katsjatoerian, gelauwerd als Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie. Het jaar daarop werd hij door het Centraal Comité van de Communistische Partij (nu door Gorbatsjov, die als voorzitter is afgetreden, aanbevolen zichzelf te ontbinden) bekritiseerd wegens zijn "formalisme'. Prokofjev schreef een brief in de Pravda (die nu een verschijningsverbod heeft) met zelfkritiek en rechtvaardiging. Na een tweede berisping wegens de opera De geschiedenis van een goed mens werd hij toch weer gerehabiliteerd en kreeg hij nog voor de tweede keer de Stalinprijs, inmiddels afgeschaft. Prokofjev overleed op 5 maart 1953 in Moskou, dezelfde dag waarop ook Stalin daar overleed.

Prokofjevs muziek bij het tragische verhaal van Romeo en Julia klinkt vaak hardvochtig, onromantisch en modern - wat heel wat anders is dan avantgardistisch. De muziek is schril, ironisch en zeer beeldend en krijgt hier een voortreffelijke, af en toe zelfs fantastische uitvoering. Het is muziek die Solti ook bij uitstek ligt: ritmisch strak en beheerst, met dramatische, soms bijna groteske effecten en met een textuur die wisselt van blikkerend en blinkend tot fel en ruig.