Persvrijheid in Sovjet-Unie is groter dan ooit

MOSKOU, 28 AUG. Hoewel de medewerkers van de verboden Pravda het hiermee niet eens zullen zijn, is de persvrijheid nog nooit zo groot geweest in de Sovjet-Unie als vandaag.

Na de drie dagen censuur komt er een stroom verhalen los, die moeilijk of niet te controleren zijn en het is een geluk dat Russische kranten nog steeds niet meer dan vier à zes pagina's tellen.

Maar het is vooral de televisie die nu haar hopeloze achterstand in één klap probeert in te halen. Gisteren benoemde Gorbatsjov Jegor Jakovlev, hoofdredacteur van Moskovskije Novosti, tot directeur van Gosteleradio, de staatsomroep, tot de putsj het bolwerk van de reactie van de media. Jakovlev maakte met Moskovskije Novosti het eerste fatsoenlijke weekblad in de Sovjet-Unie.

Jegor Jakovlev vervangt de geminachte Leonid Kravtsjenko, de voormalige TASS-directeur die na zijn benoeming tot omroepchef in december zijn nieuwe carrière begon met het verbod van de best bekeken informatieprogramma's. Hij bestond het dat besluit te beargumenteren met de redenering dat de mensen moe waren van politiek. Een maand later stonden de tanks in de straten van Vilnius en was het televisiejournaal terug bij de oude Brezjnev stijl. Maar de coup mislukte en zo kon het gebeuren dat hetzelfde televisiejournaal, dat vorige week nog zonder commentaar de communiqués van de putschisten voorlas, gisteren de kwestie van de erkenning van de Baltische staten, die de televisiecommentatoren kort geleden nog het schuim op de lippen bracht, presenteerde alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Ook bij Gosteleradio zullen waarschijnlijk vele ontslagen velen. Gisteren moesten de eersten op een vergadering van de redactie al spitsroeden lopen. De KGB-brandkast van Gosteleradio, nu verzegeld, zal nog menig interessant document opleveren.

Na de eerste informatie-hausse na de afkondiging van de glasnost, die in 1987 pas goed op gang kwam, trad bij de bevolking een zekere vermoeidheid op. Omdat de coup velen toch enorm aan het schrikken heeft gebracht, is van die vermoeidheid niets meer te bespeuren. Omdat niemand op dit moment nog weet hoe de politieke situatie in elkaar steekt, zijn alle taboes die nog bestonden in een oogwenk gevallen. De komende weken en maanden zal waarschijnlijk méér bekend worden over de politieke geheimen van het Kremlin en over gesloten organisaties als de KGB en het leger dan in de hele 73-jarige Sovjet-geschiedenis.

Gisteren gaf Aleksandr Jakovlev, de vroegere rechterhand van Gorbatsjov die twee dagen voor de coup uit de partij stapte, al een voorproefje. Jakovlev is lang de zwijgende stille man op de achtergrond geweest. Hij heeft zich langer dan zijn vriend Edoeard Sjevardnadze aan de code gehouden volgens welke je over je baas niks doorvertelt. In een lang televisie-interview luchtte hij voor het eerst openlijk zijn hart en het was duidelijk te zien hoeveel moeite hem dat lange zwijgen had gekost. Volgens Jakovlev was Gorbatsjov niet op de hoogte van de coup. Wel had Jakovlev hem in een vier uur durend gesprek dat ze twee dagen voor de coup hadden gehad naar aanleiding van Jakovlevs uittreding uit de partij nog eens ernstig gewaarschuwd voor een mogelijke coup. “U omringt u met verschrikkelijke mensen”, zei Jakovlev, waarop Gorbatsjov zei Aleksandr, je overdrijft. Jakovlev bevestigt het verhaal dat Gorbatsjov door zijn omgeving stelselmatig vals werd voorgelicht. Als dat verhaal klopt ontstaat het beeld van iemand die inderdaad langzamerhand het contact met de werkelijkheid begon te verliezen.

De Literatoernaja Gazeta scoort vandaag met een interview met twee commandanten van de terrorisme-bestrijdingsbrigade Alfa van de KGB, die de opdracht kregen het Witte Huis te bestormen. De inmiddels vervangen commandant Karpoechin kreeg op 19 augustus van KGB-chef Krjoetsjkov de opdracht Jeltsin te arresteren. Hij rukte meteen uit naar Jeltsins datsja en zei de opdracht met gemak te hebben kunnen uitvoeren omdat Jeltsins bewaking heel slecht is. Karpoechin deed dit echter niet, naar hij nu zegt omdat hij “van meet af aan wist dat deze mensen de staat niet konden besturen. Bij dit achttal zaten geen sterke persoonlijkheden.” Op 19 augustus 's avonds was er een vergadering op het ministerie van defensie, waar Mojsejev, Achromejev en Jazov bij aanwezig waren. Karpoechin kreeg de opdracht het bevel op zich te nemen van 15.000 man KGB-troepen. Hij was uitstekend op de hoogte van de situatie in en om het Witte Huis, waar hij talloze agenten had zitten. De barricaden noemt hij “kinderspeelgoed”, het had niet langer dan vijftien minuten geduurd om het Witte Huis in te nemen. De bestorming had om drie uur 's nachts moeten plaatsvinden. “Ik riep mijn mannen bij elkaar en zei: dit is waanzin. Wij nemen hieraan geen deel. In geen van dat achttal heb ik vertrouwen”. Karpoechin liet dit Krjoetsjkov weten. Een andere stormgroep had de KGB niet en dus heeft de bestorming niet plaatsgevonden.