G-7 studeert op vergroting van Westerse steun aan de Sovjet-Unie

ROTTERDAM, 28 AUG. Topambtenaren van de Groep van zeven, die morgen in Londen vergaderen, zullen onderzoeken of de staatshoofden en regeringsleiders van de zeven belangrijkste westerse industrielanden op korte termijn bijeen moeten komen om de Westerse hulpverlening aan de Sovjet-Unie te vergroten.

Vrijdag komen in Parijs de onderministers van financiën van de zeven belangrijkste industrielanden bijeen om te praten over hulp aan de Sovjet-Unie.

Op de bijeenkomst in Londen zullen de G-7 landen (VS, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Canada alsmede de Europese Gemeenschap) morgen vertegenwoordigd worden door hun "sherpa's', de persoonlijke afgevaardigden van de politieke leiders. Eind vorige week riep de Britse premier John Major, dit jaar voorzitter van de G-7, de G-7 bijeen, waarbij aanvankelijk de suggestie werd gewekt dat de presidenten en regeringsleiders elkaar opnieuw zouden ontmoeten.

Volgens zegslieden hebben de sherpa's geen mandaat om extra hulp aan te bieden of om het hulppakket te herzien dat in juli werd afgesproken tijdens de top van de G-7.

Dit weekeinde gaat premier Major naar de Sovjet-Unie voor besprekingen met president Gorbatsjov en de Russische president Boris Jeltsin. Major is de eerste Westerse leider die een bezoek brengt aan de Sovjet-Unie na de staatsgreep van vorige week. “Ik zie ernaar uit de weg voorwaarts te bespreken met president Gorbatsjov, president Jeltsin en ander leiders van de hervormingsbeweging tijdens mijn bezoek zondag aan Moskou”, zei hij.

Half juli vond de jaarlijkse topconferentie van de G-7 in Londen plaats, waarbij na afloop president Gorbatsjov als gast aanwezig was. De G-7 bood de Sovjet-leider toen technische hulp en een beperkt lidmaatschap van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank aan, maar geen directe financiële steun. Daarvoor was naar de mening van de Westerse leiders het economische hervormingsproces in de Sovjet-Unie nog onvoldoende op gang gekomen.

Na de mislukte staatsgreep tegen Gorbatsjov en de daaropvolgende politieke omwenteling hebben de pleidooien voor snelle Westerse hulp aan de Sovjet-Unie of de afzonderlijke republieken aan kracht gewonnen. Binnen de G-7 zijn Duitsland, Frankrijk, Italië en Canada voorstanders van een omvangrijke Westerse financiële hulpinspanning, terwijl Groot-Brittannië aarzelt en de Verenigde Staten en Japan het meest terughoudende standpunt innemen.