Franse "télécarte' erkend in woordenboek

PARIJS, 28 AUG. "Télécarte', het Franse woord voor telefoonkaart, werd eind mei opgenomen in het "Dictionnaire de l'Academie française' - voor een gewoon Frans woord is niets mooier.

De bevordering tot "gewoon woord' mocht ook wel, want sinds de invoering van de telefoonkaart in 1985 zijn er in Frankrijk honderd miljoen van verkocht. France Télécom vierde de heiligverklaring van "télécarte' gepast met de uitgifte van vier miljoen telefoonkaarten die de koepel van de Academie Française tonen.

Een ander Frans woord heeft het Dictionnaire, dat sinds 1684 wordt bijgehouden, nog niet gehaald. Toch zijn er ongeveer een miljoen "télécartophiles', verzamelaars van telefoonkaarten, die soms grote bedragen neertellen voor zeldzame exemplaren.

De telefoonkaart - ingevoerd om een eind te maken aan het vandalisme in telefooncellen met muntapparaten - is in Frankrijk in alle opzichten een succes, en uiteraard in de eerste plaats voor France Télécom: maandelijks worden nu vier miljoen telefoonkaarten (met 50 of 120 telefooneenheden) verkocht.

Er zijn twee soorten telefoonkaarten in Frankrijk: de kaarten voor het grote publiek, waarop reclame mogelijk is, en zogeheten promotiekaarten die in kleine series worden gemaakt. De kosten van de eerste soort bedragen één franc per kaart, op basis van een oplage van 3 miljoen stuks. Dat is een leuke bijverdienste voor France Télécom, dat de prijzen van de kaarten in beginsel vaststelt op basis van de geldende telefoontarieven.

Meer dan 350 bedrijven hebben tot nu toe deze mogelijkheid publiciteit te maken gebruikt. Er zijn ruim 500 verschillende "publiekskaarten' uitgegeven, met een totale oplaag van 17 miljoen stuks. Uiteraard maakt France Télécom op deze kaarten ook zelf reclame, voor eigen produkten en voor evenementen waarvan zij sponsor is. Zo gaf ze haar culturele stichting - elk groot Frans bedrijf heeft er een - een financieel steuntje met een Van Gogh-telefoonkaart. Die werd uitgegeven ten behoeve van een muziekfestival in Auvers-sur-Oise, waar de schilder zijn laatste levensdagen sleet en waar hij zijn laatste rustplaats heeft gevonden, met broer Theo in één graf.

De promotiekaarten die bedrijven en instellingen laten maken, in oplagen van duizend tot vijfduizend stuks, mogen niet worden verkocht. Ze worden cadeau gegeven, bij jubilea bijvoorbeeld of andere feestelijke gebeurtenissen.

Pag.18: Telefoonkaarten; Ook Duitsland en Nederland sparen

Deze télécartes (kosten: 73,72 francs voor vijftig telefooneenheden, bij een minimumoplaag van duizend stuks) zijn gewild bij de verzamelaars. Voor de telefoonkaart die de Franse spoorwegen, in een oplage van duizend stuks, in 1990 uitgaven ter herdenking van het nieuwe wereldrecord dat de TGV vestigde (515,3 kilometer per uur) wordt zo'n 1300 francs betaald, circa 440 gulden. Kaarten die in kleine oplage (1000 tot 1500 stuks) zijn gedrukt, zijn veelal 500 tot 600 francs waard.

Hoe zeldzamer de kaart, hoe hoger de prijs die de verzamelaars ervoor willen betalen. Voor de eerste acht kaarten die France Télécom, in een oplage van 380 stuks elk, in 1986 liet maken door vier jonge kunstenaars - om de reclamebranche te overtuigen van de publicitaire waarde van de telefoonkaart - wordt 20.000 tot 30.000 francs (bijna 7000 tot ruim 10.000 gulden) betaald, mits de kaarten ongebruikt zijn.

In vijf jaar zijn naar schatting 1200 tot 1500 verschillende telefoonkaarten uitgegeven. Om verzamelaars van dienst te zijn, richtte France Télécom samen met de reclamefirma Publicis een dochteronderneming op. Deze Régie T. geeft bulletins uit waarin nieuwe uitgiftes worden vermeld. De plaats waar dat gebeurt, blijft, om speculatie te voorkomen, onvermeld. Er verschijnen nu gemiddeld vijftien tot twintig telefoonkaarten per maand.

De telefoonkaarten van France Télécom worden gemaakt bij drie Franse fabrieken die volgens een postzegel- en telecarteshandelaar in Versailles “nog minder toegankelijk zijn dan Fort Knox”, de plaats waar Amerika zijn goud bewaart. Daarvoor zijn twee redenen: de Franse telefoonkaart is uitgerust met een bijzondere microprocessor, een uitvinding van de Franse ingenieur Roland Moreno. Het geheim van deze chip moet bewaard blijven, vooral nu de Europese telefoonmaatschappijen praten over invoering van een telefoonkaart die in elk deelnemend land zal kunnen worden gebruikt. Daarnaast wil France Télécom speculatie rond de uitgifte van telefoonkaarten vermijden. Om dezelfde reden geeft het bedrijf zijn eigen kaarten in oplages van minimaal een half miljoen stuks uit.

De populariteit van de telefoonkaart in Frankrijk houdt, afgezien van de verzamelaars, rechtstreeks verband met het aantal telefooncellen die alleen kaarten accepteren: dat steeg van 18.500 in 1986 tot 55.900 eind l989. Volgend jaar heeft Frankrijk 100.000 cellen met kaarttelefoons. In de snelle Franse trein, de TGV, die wellicht in 1998 voor het eerst in Nederland zal aankomen, is telefoneren met télécartes mogelijk.

De verzamelrage blijft overigens niet tot Frankrijk beperkt. In Duitsland wordt grif 1000 D-mark betaald voor de eerste telefoonkaarten die de Bundespost in 1988 uitgaf. Nederland volgt op enige afstand: er zijn thans ruim twee miljoen telefoonkaarten uitgegeven sinds staatssecretaris Jaap van der Doef van Verkeer en Waterstaat op 22 april l986 in 's lands eerste kaartcel telefoneerde. Er is inmiddels een vereniging van verzamelaars, opgericht in Wassenaar, en de duurste kaart "doet' volgens de kenners circa 250 gulden.

De Nederlandse kaarten werken volgens een optisch principe, een Zwitsers produkt, en niet met een chip zoals de Franse, Duitse of Japanse telefoonkaarten. Het aantal kaartcellen wordt van 6000 begin '91 uitgebreid tot 24.000 in l994. PTT Telecom ondersteunde vorig jaar de grote Van Gogh-expositie door de uitgifte van speciale telefoonkaarten. Ook "reclamekaarten' zijn in Nederland mogelijk, met een minimumoplage van 5000 stuks. Verzekeraar Centraal Beheer - "Even Apeldoorn bellen' - was in 1988 de eerste die daarvan gebruik maakte.