En op Lenins sokkel zetten we koning Casimir

VILNIUS, 28 AUG. Vilnius, trotse hoofdstad van de onafhankelijke republiek Litouwen, heeft er een toeristisch uitje bij: de gebarsten granieten sokkel van waaraf Lenin tot afgelopen zondag naar zijn Baltische kameraden zwaaide.

Het gesteente ligt er bij als een pas geboorde rotte kies. “Mijn broer en ik hebben een uur gereden om dit te kunnen zien”, zegt een gepensioneerde econome in een te krap trainingspak. “Mijn broer heeft me net geknepen, hij dacht dat hij droomde.”

In groepjes recenseren de wandelaars de nieuwe aanblik van het park nabij het Litouwse parlementsgebouw. De granieten brokstukken moeten zo snel mogelijk weg, daarover is iedereen het eens. En die vreselijke Stalin-gothische lantarenpalen eromheen kunnen ook niet meer. Maar waarmee moet het gat gevuld worden? Met een beeld van Casimir, de Litouwse groothertog die de Polen tot hun koning kozen, suggereert een vrouw. “Het zou de vriendschap met Polen goed doen”, meent ze. “Mijn moeder was een Poolse”, vult ze aan.

Even verderop heeft een vrouw een ander idee: “Ze moeten hier een groot grasveld aanleggen met in het midden een wit kruis voor een onbekend slachtoffer van de KGB”, zegt ze, wijzend naar het aan de overzijde van het park gelegen verlaten hoofdkwartier van de geheime dienst.

Vilnius viert de onafhankelijkheid van de natie met noordelijke nuchterheid. De vele tienduizenden die in de afgelopen anderhalf jaar vele malen de straten vulden om de onafhankelijkheid af te dwingen zitten nu thuis schampere opmerkingen te maken bij de televisie, die de debatten in de Opperste Sovjet van de Unie rechtstreeks uitzendt. Vorige week waren ze nog op straat om het parlementsgebouw te beschermen tegen de dreiging van tanks. Zondag nog blokkeerden ze het KGB-gebouw om de verhuiswagens tegen te houden. Sinds maandag is het weer stil op straat.

Het KGB-gebouw aan de Gedimino-laan is afgezet met honderden meters rood-wit gestreept lint dat aan de bomen is geknoopt. Op straat is in oostelijke richting een grote pijl gekalkt met de tekst "Moskou, 800 kilometer'. Drie politie-agenten van amper huwbare leeftijd hangen tegen hun bij het gebouw geparkeerde surveillancewagen. Zij weten te melden dat in het gebouw Litouwse militairen al dagenlang bezig zijn om in gezelschap van de onttroonde KGB-leiding het erfgoed te vergrendelen en te verzegelen. “Als er nog wat te redden valt”, reageert een passant. “De schoorsteen heeft hier vorige week flink gerookt.”

Aan het einde van de laan liggen de betonblokken nog meters hoog opgetast ter bescherming van het parlementsgebouw. Het gebouw zelf is een monument van verzet en strijd: zwaar gebarricadeerd en bont versierd met bloemen, kruisbeelden, leuzen en teksten. Zoals: “IJsland, gij noordelijk land - gij stak ons een hand uit - in tijden van nood - en betoonde u een ster aan de hemel - die ons de weg naar de vrijheid wees”. Want was het niet IJsland geweest dat al op 11 februari dit jaar als eerste land ter wereld het herstel van de Litouwse onafhankelijkheid erkende?

Pag.5: Litouwen; Litouwen bereidt zich voor op hoog bezoek

Binnen het gebouw lopen de afgevaardigden druk door elkaar. Zij hebben zich na de plenaire zitting opgesplitst in talloze groepen die programma's voorbereiden voor de stoet van hoog buitenlands en bevriend bezoek die zich de komende dagen met een heus Litouws visum in het paspoort in Vilnius zal melden. Het programma voor een Deense delegatie, morgen en overmorgen, is al af en hangt aan een prikbord. Het toont een veilige agenda, met bezoeken aan de universiteit ter stede en een ontmoeting met de minister van cultuur. De wereld is immers al ingewikkeld genoeg en de tijden gaan ongekend snel, dus laat er vooral niet te zwaar getafeld worden.

Op een ander prikbord hangen de landen die inmiddels tot erkenning zijn overgegaan. Het waren er gistermiddag twintig. Hoewel, twintig? Mag de Oekraïne worden meegeteld? En Kroatië? Armenië? Moldavië? Litouwen vindt van wel.

De persafdeling van het parlement stuurt intussen het ene na het andere communiqué de wereld in over de diplomatieke banden die worden aangeknoopt. De communiqués zijn een aparte studie waard. Namens Polen belt premier Jan Krzysztof Bielecki rechtstreeks met president Vytautas Landsbergis. Bulgarije daarentegen laat zijn ambassadeur in Moskou het heuglijke nieuws doorbellen. De Argentijnse president, Menem, bewandelde dezelfde weg. En Australië telexte dat zijn ambassadeur in Kopenhagen Vilnius er bij kan doen.

Onderminister van buitenlandse zaken Voldemaras Katkus, een dertiger met ingezakte jaren-vijftig-kuif en bijpassende bakkebaarden, erkent die avond op een persconferentie dat het allemaal nauwelijks is bij te houden. Waar haalt Litouwen al die ambassadeurs vandaan die het opeens weer de wijde wereld in mag sturen? Onderminister Katkus erkent het probleem. Maar hij ziet ook een oplossing. Litouwse ballingen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk of waar dan ook zouden de natie een grote dienst kunnen bewijzen, zo meent de jeugdige excellentie.