EG: erkenning Balten mag geen precedent zijn

BRUSSEL, 28 AUG. De Europese Gemeenschap en haar twaalf lidstaten erkennen Estland, Letland en Litouwen - maar dit is geen precedent voor andere republieken die zich van de Sovjet-Unie of van Joegoslavië afscheiden.

Dit is de strekking van een verklaring die de ministers van buitenlandse zaken van de EG gisteravond na spoedberaad in Brussel hebben aangenomen.

De EG-ministers verwelkomen “het herstel van de soevereiniteit en onafhankelijkheid van de Baltische staten die zij verloren in 1940”. De EG wil dat de drie republieken zo snel mogelijk lid worden van internationale organisaties als de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

De ministers verklaren verder dat zij de Baltische staten economische en politieke steun willen verlenen. De Europese Commissie zal hiertoe “snel” voorstellen doen. Aanwezige diplomaten achtten het gisteravond niet uitgesloten dat deze hulp afgaat van het bedrag dat de EG voor de Sovjet-Unie had gereserveerd.

De ministers van buitenlandse zaken van de Baltische landen worden uitgenodigd om volgende week een vergadering van de EG-ministers te bezoeken. Het gaat om een reguliere vergadering die op 30 september zou plaatshebben maar die is vervroegd naar volgende week. Op de vergadering wordt onder andere gesproken over een nieuw mandaat voor de Commissie betreffende de onderhandelingen over associatie met de landen in Midden- en Oost-Europa.

Aanwezige diplomaten onderstreepten gisteren dat het bij de Baltische staten gaat om herstel van diplomatiek betrekkingen. Op Spanje en Nederland na hebben de Twaalf de annexatie van de republieken door de Sovjet-Unie in 1940 nooit erkend. De EG-landen zullen de onafhankelijkheidsverklaringen van andere Sovjet-republieken van geval tot geval op hun eigen merites bekijken, zo zei minister Van den Broek, die het beraad voorzat.

Over een EG-topconferentie met Gorbatsjov en Jeltsin, die mogelijk half september zal worden gehouden, is gisteren nog niet beslist. Wel zal de vice-voorzitter van de Europese Commissie, Frans Andriessen, binnenkort naar Moskou gaan om antwoord te krijgen op de vraag met wie voortaan moet worden gesproken over economische hulp.