Een en ander

Ambrosia, wat vloeit mij aan Sinds ik de kraan liet openstaan? De zachte krachten zullen zeker winnen sprak hij - met steeds meer onderkinnen. Die te Amsterdam vaak zei: Jeruzalem, Ging van Spui naar Damrak met de tram. Een geur van hoger honing Vraagt dringend om verschoning. Een cel is maar twee meter lang, Dat scheelt alweer in het behang. Eeuwig gaat voor ogenblik, Uitgezonderd bij de hik. Groots en meeslepend wil ik leven! Maar eerst mijn overhemd gesteven. Ik heb de witte waterlelie lief Met een condoom met bloemmotief. Ik kon vannacht niet slapen, zo heb ik gesmacht Naar de opstanding van mijn futloos geslacht. Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit: Een onophoudelijk overeind staand lid. Ik ween om bloemen in den knop gebroken: Mijn geile tuinman is er in gedoken. Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mij toe: Heer, in de bloemen zit een knik! Ik heb een ceder in mijn tuin geplant Gelijk een geranium in de Levant. Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten Sinds ze me hier in het gekkenhuis brachten. Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten, Om zo de goegemeente op te lichten? Jakoba trad met tegenzin Het vak der prostitutie in. Jezus schreef met Zijn vinger in het zand: Zeker geen pen en papier bij de hand. Merk toch hoe sterk Is het winstoogmerk. O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen! Waar is de harem als gij ooit gaat kezen? O! 't ruisen van het ranke riet! Uw herrie maakt me kierewiet.