Discuswerper deelt vreugde met het publiek na zilver op de WK in Tokio; Gevoelsmens Erik de Bruin zet masker af

TOKIO, 28 AUG. Volgend jaar in Barcelona treft discuswerper Erik de Bruin dezelfde tegenstanders als op de Europese titelstrijd in Split en de wereldkampioenschappen in Tokio. “Er zullen”, voorspelt hij, “genoeg mensen zijn die zeggen: twee keer zilver? Dan wordt het tijd voor méér. Maar het is niet aan mij om dat te zeggen.”

Vooruitkijken terwijl hem nog geen tijd was gegund om te genieten van het nu: de zilveren medaille die hij gisteren won op de WK atletiek. Een bijzonderheid voor Nederland. Zelfs nu er bijna van was uitgegaan dat hij het wel zou doen, was het nog uitzonderlijk. Hij bereikte de tweede plaats met zijn laatste poging, waarin hij bewust een groot risico op een falikante mislukking nam. Zijn roterende beweging eindigde met een sprong. Een sprong naar zilver met een worp van 65 meter 82.

De Bruin huilde. Sinds zijn successen op grote internationale toernooien durft hij de gevoelsmens van achter het masker te laten komen. Is hij toegankelijker, spraakzamer, deelt hij zijn vreugde met het publiek. Hij had zelfs de Nederlandse afvaardiging gevraagd hem vanaf de tribune aan te moedigen. “Dat is toch leuk”, vindt hij. Niet meer het type dat ooit zei: “Ik heb echt iets van: iedereen de boom in, ik doe het voor mijzelf en niet voor mevrouw Van Zetten uit Tiel.”

De tranen waren verklaarbaar. Het is een vreselijk jaar geweest. Nadat hij op 1 april in Sneek met 68.12 een nieuw nationaal record bereikte en tweede werd op de wereldseizoenranglijst werd hij getroffen door een gescheurde schuine buikspier, die hem maanden aan de kant hied. “Net als vorig jaar toen ik een knieblessure had. Dat knaagt aan je, je wordt er onzeker door, waardoor je slechter gaat gooien. Daarom zaten er ook missers is. Normaal heb ik dat niet, want techniek is één van mijn van sterkere punten.”

Zijn eerste worp was ongeldig, de Duitser Lars Riedel (1,98 meter, 110 kilo, De Bruin is 1,85 lang en weegt 85 kilo) opende met een 66,20. Een afstand waar de tegenstand zich op kon stuk bijten. Riedels landgenoten Schult en Schmidt kwamen er niet in de buurt, de Hongaar Attila Horvath wel. Met 64,66 nam hij de tweede plaats in en hoewel De Bruin in de vierde poging eindelijk een behoorlijke afstand haalde (64,40), leek het zilver bij de voorlaatste beurt toch voorbehouden aan de Hongaar die 65,20 neerzette. Maar bij de laatste kans werd het risico ingebouwd. Met succes: 65,82.

De discus, hij staat er mee op en gaat er mee naar bed. Vanaf zijn jongste jeugd. Moeder Corrie was zeven maal nationaal kampioene en staat op de Nederlandse ranglijst aller tijden op een zevende plaats. Net achter haar dochter Corrie, die pas 14 is en nog een lange weg te gaan heeft. Vader Barend kwam nooit verder dan 40 meter, maar de voormalige leraar lichamelijke opvoeding was wel jaren lang de trainer van zijn zoon tot die hem in kennis overtrof. De 28-jarige De Bruin mag dan ook meer dan welke atleet het zilver zijn medaille noemen. De fulltime atleet werkt alleen. Een inspannende dagtaak, die geen ruimte biedt om zijn andere beroep (hij heeft de bevoegdheid MO-geschiedenis) uit te oefenen.

Deed vroeger in zijo woonplaats Hardinxveld-Giessendam zin krachttraining in de open lucht, omdat hij de sfeer van de sportscholen niet zo plezierig vond. Inmiddels heeft hij er een gevonden waar hij zich wel op zijn gemak voelt en binnen trainen in de warmte verkleint de kans op blessures. En elke dag werkt hij aan zijn techniek. Drieduizend worpen per jaar. Hij hoeft dan ook niet zonodig van huis. Liet dit jaar wedstrijden schieten, zoals de Grand Prix van Zürich, waar een behoorlijk startgeld ligt te wachten. Terwijl hij door de buikspierblessure al zo weinig wedstrijden had gedaan. “Ik kon die tijd beter gebruiken”, laat hij weten. Voor afmattende trainingen. Met trillende benen thuiskomen, van vermoeidheid nog nauwelijks mes en vork kunnen vasthouden... dan weet hij dat het goed is, voelt hij zich geweldig.

Om zo weinig mogelijk tijd kwijt te raken bij een toernooi reist hij altijd pas in een laat stadium. Zaterdagmiddag arriveerde hij in Tokio. In een sportief KLM-toestel met schaatser Leo Visser in de cockpit en autocoureur Jan Lammers als medepassagier. Voor lange gesprekken had De Bruin geen tijd. Hij had een stoel laten reserveren bij een breed gangpad, slikte na de maaltijd twee slaaptabletten, ging op de grond liggen en werd vlak voor de landing weer wakker. “Geen last van vermoeidheid, geen jetlag.”

Met een bijzonder gevoel voor perfectionisme pakte hij de kwalifcatieronde op. Bij de discussen waarmee werd gegooid werd ook het Japanse merk Nishi Wood aangeboden dat hij niet kende maar hem wel wat leek. De bondstrainer Peter van Wijk kreeg de opdracht er eentje uit het stadion te smokkelen. Alle werpers moesten bij het verlaten van het veld hun tassen helemaal leeg maken. De Japanners misten een discus. Hij werd niet gevonden. De Bruin oefende er rustig mee, maar zegt toch te hebben gekozen voor bekender materiaal: de plastic Cantabrian International Lo-Spin, met een klein reliëf aan de zijkant waardoor de rand wat stroef is.

Hij was gespannen. Stond te trillen op zijn benen bij de eerste worpen. Na de derde, mislukte worp, kwam er rust in. “De rest gooide ook niet wat ik verwacht had. Dat gaf me iets meer vertrouwen. Bij die laatste worp wist ik dat het een goeie was. Dat voel je. Maar achter in de 65 meter... Nee daar rekende ik niet op. Toen ik zeker wist dat ik zilver had, heb ik een poosje staan janken. Dat zegt wel genoeg, denk ik.”

Deze week is ook nog het kogelstoten. Maar daarvoor heeft hij zich vanmorgen niet aangemeld. De kogel is meer en meer uit zijn atletiekleven gerold. “Als het heel goed gaat doe ik het kogelstoten niet en als het heel slecht gaat ook niet”, had hij gezegd. Hij hield woord. “Want het kan alleen maar glans af halen van de medaille die ik nu heb”.