Bewoners trekken zich elke avond terug in hun afgeschermde kelders; Kroatische stad Osijek in de vuurlinie

OSIJEK, 28 AUG. Nog staan de bewoners van deze flatwijk op straat in de lauwe zomeravond, en praten met elkaar.

“Over een uur is er niemand meer op straat”, voorspelt één van hen. Elke avond trekken de bewoners van deze buurt in de van drie zijden belegerde Kroatische stad Osijek zich nog voor donker terug, niet in hun flats, maar in de kelders ervan, die zij met zandzakken zo goed mogelijk hebben afgeschermd. Want in Joeg-2, zoals de wijk heet, vallen elke nacht twee, drie, soms tien mortiergranaten neer, afgeschoten door de gewapende Serviërs op ongeveer drie kilometer afstand, in het door hen veroverde deel van het dorpje Tenja.

Vlak langs Joeg-2 loopt de antitankwal, die Osijek tegen de verwachte aanval door bewapende Serviërs en het Joegoslavische leger moet beschermen. Viadukten zijn met gevulde tankwagens, gasflessen, antitankmijnen en ander brand- en ontplofbaar materiaal afgesloten. Er is dwars door het bouwland een strook omgeploegd, die eveneens van mijnen is voorzien. Aan de horizon zijn de dorpen te zien, waarom al maanden wordt gevochten, maar waarvan sommige naar het lijkt voor altijd in Servische handen zijn gevallen.

Tenja is een daarvan, al houdt in een deel van het dorp nog een eenheid Kroatische Nationale Garde stand. De Kroatische soldaten kunnen echter niet verhinderen dat de Serviërs met hun mortieren iedere nacht deze buitenwijk van Osijek onder vuur nemen. In de straten van Joeg-2 zijn door 120-millimetergranaten diepe kraters geslagen, en op de gevels zijn de stervormige sporen van de granaatscherven te zien. In deze vooravond zijn de bewoners bezig de afscherming van hun kelderramen en de ingangen van hun flats verder te versterken, en vullen op straat zandzakken. In het laatste uurtje voor het slapen gaan spelen overal kinderen op straat. Het begin van het schooljaar is een week uitgesteld, tot 9 september. Maar in Joeg-2 liggen door een granaatexplosie alle ruiten uit het schoolgebouw. “En dan”, meent een moeder, “hoe laat moet de school beginnen? Laatst gingen de beschietingen tot half acht 's ochtends door.”

Osijek is de Kroatische frontstad bij uitstek, zeker nu ook vanuit het noorden de Serviërs en het Joegoslavische leger tot op twee, drie kilometer zijn genaderd. In het dorp Bilje staan de laatste Kroaten en vechten, de brug over de rivier de Drava die naar de stad leidt is al van explosieven voorzien. Verder is de gehele streek in het uiterste noordoosten van Kroatië, de Baranja, geheel in handen van de vijanden van Kroatië gevallen. Voor de meeste dorpen ten oosten en ten zuiden van de stad, was dat al eerder het geval. Nog slechts twee uitvalswegen naar het westen zijn voor de Kroaten begaanbaar, en voorzien van een schier oneindig aantal wegversperringen en controles, soms door leden van de Nationale Garde en de Kroatische politie, meestal door bewapende burgers.

In het stadscentrum is het rustiger dan een maand geleden, zeker sinds "Arkan', een bekende Servische commandant in Tenja, een week geleden de bevolking een ultimatum stelde: de stad ontruimen of bij de Servische verovering worden gedood. Maar niet iedereen heeft geld om elders de ontknoping van de strijd in Oost-Slavonië af te wachten. En velen willen ook niet: “Als ze komen zullen we ons weten te verdedigen, vanuit ieder raam als het moet”, meent een inwoner. Zoals overal in Joegoslavië dezer dagen zijn er veel wapens onder de mensen, en naar verluidt heeft ook de huiselijke produktie van molotov-cocktails een hoge vlucht genomen.

De commandanten van de Kroatische garde in Osijek, bekend om hun militante opstelling en kritiek op de naar hun mening lakse weifelachtigheid van de regering in Zagreb en president Franjo Tudjman, hebben de omvangrijke legerplaats middenin de stad van stroom en water afgesloten. Voor de kazernepoort liggen mijnen. Het leger mag er wat hen betreft alleen nog uit om voedsel te halen, en dan nog alleen langs een in overleg met de Kroaten vastgestelde route. “Iedere onaangekondigde troepenbeweging zal worden voorkomen”, aldus Vladimir Seks, hoofd van de crisisstaf in Osijek.

Ook het leger heeft inmiddels een dreigement uitgevaardigd in de vorm van een brief van garnizoenscommandant A. Stojancev aan de burgemeester: alle barricades moeten worden verwijderd op straffe van “omvangrijke materiële en andere schade”. De Kroaten hebben die waarschuwing naast zich neergelegd en houden sindsdien rekening met een gewapende actie van het leger. Aan alle hekken van het kampement staan tanks en andere militaire voertuigen, bemand en schijnbaar gereed voor de uitbraak.

De Kroaten hebben niet kunnen verhinderen dat het Joegoslavische leger eerder zijn meeste tanks van het garnizoen in Osijek heeft overgebracht naar een militair oefenterrein even buiten de stad, dat bekend staat als "Poligon C'. Vandaar gaan kolonnes tanks en pantserwagens af en toe op en neer naar Tenja en andere dorpen waar de Serviërs hun bases hebben gevestigd - naar de Kroaten vast geloven om hen van mortiergranaten en andere wapens en munitie te voorzien.

Gisteren hebben de Kroaten, nabij het dorpje Brijest, voor het eerst een door gardisten bewaakte barricade van gasflessen en mijnen opgeworpen tegen zo'n transport. Vervolgens hebben ze die weer afgebroken, nadat het leger had gedreigd het dorp te verwoesten en dit dreigement kracht hadden bijgezet door alvast de garage van een huis in brand te schieten. Ondanks deze gebeurtenissen zoeken 's avonds de meeste inwoners van Brijest hun huizen weer op. De elektriciteitscentrale naast het dorp is door eerdere gevechten en beschietingen ernstig beschadigd. Een omvangrijke fabriek waar butagasflessen worden gevuld, is echter nog intact.

De avond valt in Osijek. In de buitenwijken zetten bewoners koffie voor de groepen gardisten, die de stad tegen een overval proberen te beschermen. Er is om negen uur bijna niemand meer op straat. In de huizen kijkt men naar het sneeuwende beeld van de Kroatische televisie, verspreid door een noodzender in het centrum van de stad, omdat de naburige televisietoren door de Serviërs is ingenomen en nu nog alleen het beeld van de Servische televisie verspreidt. In Joeg-2 verwacht men een onrustige nacht, nu het leger de Serviërs van verse mortiergranaten lijkt te hebben voorzien.