Bessmertnych zou van coup hebben geweten

MOSKOU, 28 AUG. Parlementsvoorzitter Anatoli Loekjanov en minister van buitenlandse zaken Aleksandr Bessmertnych hebben voorkennis gehad van de staatsgreep die de junta van vice-president Janajev begin vorige week in de Sovjet-Unie heeft gepleegd.

Beiden zijn aan de vooravond van de coup bij een bijeenkomst in het Kremlin geweest waar ze door enkele leden van de junta werden geïnformeerd over de ophanden zijnde putsch. Ze hebben volgens voormalig vice-premier Vladimir Sjtsjerbakov vervolgens niets gedaan om de machtsovername te voorkomen.

Sjtsjerbakov baseert deze beschuldiging op de gesprekken die hij die eerste dagen heeft gevoerd met premier Valentin Pavlov, lid van de junta. De inmiddels ontslagen Sjtsjerbakov, die onder Pavlov verantwoordelijk was voor de coördinatie van het economische beleid, liep gisteren in het gebouw van de Opperste Sovjet van de Unie rond om deze versie van de gebeurtenissen te verspreiden. Ter ondersteuning van zijn relaas distribueerde hij daar een achttien pagina's tellend rapport over zijn eigen rol.

Volgens Sjtsjerbakov zei Pavlov, met wie hij al twintig jaar “bevriend” is, hem zaterdag niets over de komende coup. Maandagmorgen moest Sjtsjerbakov via de televisie vernemen dat de macht in het land was overgenomen door het "Staatscomité voor de Noodtoestand': Janajev en de andere zeven leden van de junta. Naarstig probeerde hij die dag zijn medeministers te pakken te krijgen.

Pavlov kreeg hij niet aan de telefoon. Het kabinet van de premier vertelde hem dat Pavlov ziek te bed lag in zijn buitenverblijf. Begin van de middag lukte het hem wel Pavlov te bereiken. De premier bevestigde dat Gorbatsjov ziek was. Pavlov zelf klonk ook “niet normaal”. “Hij sprak moeilijk en onduidelijk”, aldus Sjtsjerbakov.

Daarna probeerde de vice-premier, zonder succes, Loekjanov aan de telefoon te krijgen. Ook pogingen om met Bessmertnych en Gorbatsjovs persoonlijke kabinetschef, de KGB'er Valeri Boldin, in contact te komen liepen op niets uit. Ze waren ziek, deelden hun ambtenaren hem mee. Meer succes had hij in zijn telefoontjes naar de presidenten Nazerbajev van Kazachstan en Karimov van Oezbekistan. Zij zeiden hem dat de toestand in hun republieken “normaal” was en dat ze alles wilden vermijden om de gemoederen te “verhitten”.

Om half drie belde Pavlov zelf met Sjtsjerbakov om hem te ontbieden voor een zitting van het kabinet later die dag. De vice-premier zou tijdens die sessie gewaarschuwd hebben voor een volledige verlamming van de economie. Maar als de junta zou teruggrijpen op de “methoden van 1929” (het begin van Stalins grote terreur) dan was hij het daarmee “niet eens”, aldus Sjtsjerbakov in zijn rapport. “Natuurlijk wist ik op dat moment niets van de beslissingen van Jeltsin en het presidium van het Russische parlement”, voegt hij er voor de zekerheid nog aan toe.

Na afloop van de bijeenkomst riep Pavlov hem apart en vertelde hem over de vergadering zondagavond in het Kremlin. Bij die gelegenheid maakte Pavlov hem duidelijk dat Gorbatsjov zondag was bezocht door een delegatie van de junta, bestaande uit putschist Oleg Baklanov (als vice-voorzitter van de defensieraad sleutelfiguur in het "militair-industrieel complex'), secretaris Oleg Sjenin van het Centraal Comité en Boldin, de KGB-officier van Gorbatsjov. Pavlov zei hem dat hij zelf een dag eerder door KGB-chef Vladimir Krjoetsjkov was ontboden voor spoedberaad in het Kremlin waar hij behalve Janajev en minister van defensie Dmitri Jazov ook Bessmertnych en Loekjanov aantrof.

Krjoetsjkov vertelde de anderen daar dat zich “gewapende groepen” hadden verzameld in de stad, met name rondom het Kiev-station, Hotel Oekraïne (tegenover het Russische parlementsgebouw), het voormalige gebouw van de Comecon (naast Jeltsins regeringscentrum), het omroepkwartier en het telegraafkantoor. Er circuleerden, aldus Krjoetsjkov, vier lijsten met dagorders. Op de tweede stonden de namen van de ministers die “onmiddellijk geliquideerd of gearresteerd” moesten worden. Als reactie daarop moest, zo betoogde de KGB-chef, onverwijld een "comité' worden worden opgericht om de noodtoestand uit te roepen.

Loekjanov en Bessmertnych waren het daarmee eens, zo vertelde Pavlov die maandagavond aan Sjtsjerbakov. Loekjanov zou er aan toegevoegd hebben dat hij zijn steun niet kon betuigen als “lid van de Sovjet-leiding” doch slechts als hoofd van de wetgevende macht. Bessmertnych reageerde nog veel diplomatieker, aldus Pavlov. Hij verzocht de heren zijn adhesie niet te publiceren omdat dat “de onderhandelingen met het Westen zou bemoeilijken”. Bessmertnych wilde zijn “aanzien als man van Gorbatsjov behouden”. Anders zou de wereld geen vertrouwen hebben in het "Staatscomité voor de Noodtoestand”.