Amsterdam helpt Jeltsin

De hoge verwachtingen die Oost-Europa van het kapitalisme koestert, moeten eerst worden bevredigd met hulp van Westerse regeringen.

Maar uiteindelijk zijn investeringen van het Westerse bedrijfsleven nodig. Tot de dringende wensen van dat bedrijfsleven behoort een betrouwbaar belastingsysteem. Dit kapitalistische herverdelingsinstrument bij uitstek, had in de socialistische samenleving geen wezenlijke functie. Om de nieuwe democratieën op dit punt aansluiting bij de moderne tijd te geven, wordt in Amsterdam gewerkt aan een "fiscaal Marshall-plan' voor het Oostblok.

In een magistraal boek heeft de Leidse hoogleraar Grapperhaus enkele jaren geleden beschreven hoe de Westeuropese burgers hun mondigheid hebben kunnen bevechten via de ontwikkeling van het belastingstelsel. In de socialistische heilstaat was het met de mondigheid en met het belastingstelsel pover gestemd. Rijkdom bestond uit de onbelaste privileges van partijbonzen. De enige bedrijven waren staatsbedrijven. Als zo'n bedrijf, ondanks de falende plan-economie, aan het eind van een jaar geld in kas overhield, verdween dat saldo automatisch in de schatkist.

Een betrekkelijk willekeurig deel van het kasoverschot kreeg het etiket "belastingafdracht' mee. Maar dit was niet meer dan een boekhoudkundige exercitie. Het valt te begrijpen dat in zo'n situatie geen verfijnde regels nodig zijn. Zo kent men geen fiscale verliescompensatie. (Dat is de regel dat men over de winst van dit jaar geen belasting hoeft te betalen als men die kan wegstrepen tegen een verlies in een vorig jaar.) Evenmin doet men aan het zogenaamde afschrijven van gebouwen of machines. De fiscus "belast' simpelweg het kassaldo. Toen Oost-Europeanen probeerden Westerse bedrijven te interesseren voor grote investeringen, bedankten die feestelijk voor de eer onderworpen te worden aan zo'n middeleeuws fiscaal systeem.

Het moet gezegd worden, eenmaal bekeerd tot het kapitalisme, waren de Oostblok-regeringen in fiscaal opzicht niet kinderachtig. Sommige wilden de Westerse benauwdheid voor hun krakkemikkige belastingstelsel zelfs radicaal wegnemen door de investerende bedrijven voor een reeks van jaren helemaal niet aan belastingheffing te onderwerpen. Een royaal gebaar, maar tegelijk een beginnersfout waaraan zelfs paradijselijke eilanden in de Stille Zuidzee zich niet meer bezondigen.

Wat is de situatie? Westerse belastingstelsels laten vaak de belastingheffing over de winsten van buitenlandse dochterondernemingen over aan dat andere land. Maar dat moet dan wel daadwerkelijk heffen, al is het maar een half procent. Helemaal afzien van belastingheffing brengt de winst weer onder het bereik van de fiscus in het Westerse moederland. Zulke volledige vrijstellingen zijn dus niet aantrekkelijk.

Om dit soort knulligheden te voorkomen, krijgen de Oostblokregeringen nu advies van fiscalisten van de International Tax Academie. Dit is een onderdeel van het Internationaal Belastingdocumentatie Bureau; een in Amsterdam gevestigde stichting die voorlichting geeft over belastingstelsels waar ook ter wereld. Zo gaat de International Tax Academie vanuit Amsterdam, met geld van de Europese Gemeenschap, de Oost-Europese landen helpen met het invoeren van een BTW naar Europees model. (De hele Gemeenschap kent een op hoofdlijnen gelijke BTW-wetgeving.)

Naast de wetgevers, worden ook de uitvoerende belastingambtenaren getraind in het omgaan met de BTW. Voor wat de Sovjet-Unie betreft, ligt het programma even stil. Men gaat het waarschijnlijk omwerken naar de wensen van de verschillende deelrepublieken; met name van de Russische Federatie van Jeltsin.

Proefnemingen met deze vorm van hulpverlening in Hongarije zijn aardig gelukt, zij het dat de eenmaal opgeleide ambtenaren vrijwel zonder uitzondering meteen naar de veel lucratievere belastingadviespraktijk vertrokken. Voor de Oost-Europeanen is dit een ernstig verschijnsel, want zo blijven ze zitten met twee soorten inspecteurs. De ene soort doet op de vertrouwde wijze gewoon een greep in de kas van een bedrijf zonder te begrijpen dat kapitalistische belastingheffing is ontwikkeld tot een veel meer verfijnde vorm van roof (de karakterisering is van Thomas van Aquino).

De andere soort inspecteurs laat zich vanuit een bereidwillige houding door gewiekste belastingadviseurs elke loer draaien die maar te bedenken valt. Arme fiscus. Overigens is het tekort aan belastingadviseurs in het Oostblok zo schrijnend dat het Duitse advieskantoor Baumann & Possiel GmbH in de Nederlandse fiscale vakpers personeel werft. Nederlandse fiscalisten kunnen na omscholing naar de voormalige DDR om daar als goed betaald belastingconsulent een advieskantoor te leiden.

Het tekort in Oost-Europa aan belastingambtenaren en adviseurs mag dan schrijnend zijn; belastingrechters zijn er helemaal niet. Dictators hebben een broertje dood aan rechters. Bij de onbetekenende belastingheffing van het Oostblok, was er aan een rechterlijke instantie ook niet zo'n behoefte. De enkeling die het waagde een conflict met een belastingambtenaar op de spits te drijven, kon het meningsverschil voorleggen aan een hoge partijfunctionaris op het ministerie van financiën. Kreeg men die niet op zijn hand, dan kon men zich maar beter koest houden. Verdere beroepsmogelijkheden ontbreken namelijk.

Westerse bedrijven met miljoenen aan investeringen vertrouwen niet op deze manier van geschillenbeslechting. Zij willen dat een onafhankelijke en deskundige rechter oordeelt over fiscale twistpunten; liefst met de mogelijkheid van hoger beroep.

Als eerste land is Hongarije voorzichtig bezig met het opzetten van een onafhankelijk rechterlijk apparaat voor belastingzaken. Men stuit evenwel meteen op het probleem waar deskundige rechters vandaan moeten komen. Mensen die bij voorbeeld zeer ingewikkelde geschillen over verdragstoepassing kunnen berechten. Dat zijn al pittige procedures voor Nederlandse belastingrechters, terwijl die worden gerecruteerd uit de beste belastingdeskundigen met jarenlange praktijkervaring. De kennis van de fiscalisten uit het Oostblok reikt niet verder dan wat ze net een paar weken geleden hebben geleerd van hun Westerse docenten. Toch kan een autonome staat bezwaarlijk zijn rechters als uitzendkrachten in het Westen inhuren.

Kortom, het hart van een staat kan zich nog vrij gemakkelijk van het socialisme naar het kapitalisme bekeren maar het omvormen van de tentakels van die staat duurt veel langer.