Alleen team van ervaren chirurgen kan Joegoslavië redden; EG-trojka had te weinig gezag

Misschien illustreren de herhaalde vredesmissies van de Nederlandse ambassadeur in Parijs naar Joegoslavië vooral de machteloosheid van de politiek om crises te bezweren, oorlog te voorkomen en conflicten op te lossen. Joegoslavië lijkt een nieuwe bestemming voor de zogenaamde pendeldiplomatie en waarschijnlijk zullen de pendelaars elkaar de komende jaren in hetzelfde tempo aflossen als in het Midden-Oosten, waar Israelische en Syrische politici gewend zijn onderhandelaars van Kissinger en Shultz tot Baker te zien komen en gaan zonder iets te bereiken. Ook in Belgrado, Zagreb en straks, Sarajevo, zullen de plaatselijke potentaten ambassadeur Wijnands hoffelijk blijven binnenlaten en ook uitgeleide doen. Zeker nog tot het eind van het jaar, wanneer hij na de volgende wisseling van het EG-voorzitterschap ongetwijfeld zal worden vervangen door een Portugese troubleshooter, die kan bogen op een indrukwekkende staat van dienst in het (niet)-pacificeren van uitheemse gewesten.

De vraag is of het ook anders kan. De Europese bemiddeling in Joegoslavië is allang mislukt. De burgeroorlog is begonnen en het einde is onvoorspelbaar. Het kan uitlopen op een Europese oorlog, wanneer Hongarije, Bulgarije, Griekenland of zelfs Albanië zich gedwongen voelen in te grijpen om hun minderheden te beschermen. Het kan leiden tot een nucleaire catastrofe, wanneer de kerncentrale in Slovenië doelwit wordt (waarmee is gedreigd). En het zal tot vluchtelingenstromen naar West-Europa leiden waarbij vergeleken de Albanese exodus naar Italië een onbeduidend uitstapje is. Bovendien heeft Saddam Hussein in Koeweit gedemonstreerd hoe een milieuoorlog te voeren. En er zijn niet veel commando's of terroristen nodig om de Joegoslavische oliebronnen in brand te steken. Er is, met andere woorden, alle reden voor de Europese landen om dit conflict serieus te nemen.

Dat is dan ook gebeurd. Maar de Europese Gemeenschap heeft de beste kansen voorbij laten gaan, omdat zij niet op deze taak was berekend.

Het gezag en de geloofwaardigheid van de zogenaamde "trojka' was buitengewoon gering. Dat heeft weinig te maken met wie er EG-voorzitter was, is of zal worden, maar vooral met de snelle wisseling van functies die dan ook meer ceremoniële dan bestuurlijke betekenis hebben. Een gezelschap van drie ministers komt daardoor niet binnen met hetzelfde gezag en dezelfde uitstraling van competentie, waarmee bijvoorbeeld drie chirurgen een operatiekamer betreden. Dat het hier om een zware operatie zou gaan, was vanaf het begin duidelijk, maar meer dan pastoraal werk was voor de trojka niet weggelegd. Onder die omstandigheden was het accoord van Brioni een overwacht succes. Maar omdat de Europese gemeenschap (nog) niet beschikt over enige ervaring in het aanpakken van dergelijke conflicten en er ook geen instituties voor heeft, werd Joegoslavië daarna weer aan zijn lot overgelaten.

De Trojka beschikte niet over voldoende informatie, onder meer door de grote onzekerheid waarmee alle politieke besluitvorming voortdurend is omgeven. Bovendien krijgt vooral het soort informatie waarvan het gewicht moeilijk te beoordelen is nauwelijks aandacht. Zo was al ruim een jaar bekend dat "Neo-Cetniks', Servische paramilitaire groeperingen, zich voorbereidden op een oorlog tegen Kroatië en dat wapens van alle kanten Joegoslavië werden binnengesleept. Wat nu gebeurt, is waarschijnlijk al in 1990 door elke dienstdoende ambtenaar in Belgrado voorspeld, op zijn laatst toen Servië zich de stemmen van de "onafhankelijke' vertegenwoordigers van Kosovo en de Vojvodina toeëigende. Vanaf dat moment stond Joegoslavië letterlijk op springen, maar in Brioni lijkt de ernst van de situatie nog ernstig te zijn onderschat.

De trojka werd door de gebeurtenissen overvallen. Niemand had zich grondig kunnen voorbeiden wat leidde tot crisisbesluitvorming. Na de gunstige afloop van Brioni werd de crisis bezworen geacht, omdat er immers mooie afspraken waren gemaakt.

De trojka werd ernstig voor de voeten gelopen. Er is in Europa geen enkele organisatie die bemiddeling en interventie als in de Joegoslavische crisis op zich kan nemen, en dus zegt iedereen er iets anders over: Duitsland, Frankrijk, Engeland, Spanje, Oostenrijk, Hongarije, de Sovjet-Unie. De CSCE zou die organisatie kunnen worden, maar is nog niet meer dan een overlegorgaan, waaraan zelfs het sturen van een waarnemer door een veto van Joegoslavië kan worden verboden. Dat heeft er - mede - toe geleid dat de trojka nu vrijwel geen enkele invloed meer heeft. De Joegoslavische partijen hebben sinds Brioni geleerd dat de Europese Gemeenschap geen enkele macht vertegenwoordigt. De dreiging met het stopzetten van miljardenhulp heeft op hen ook geen enkele indruk gemaakt, zoals te verwachten valt van een land dat in oorlog is. Omdat ook duidelijk is geworden dat het nog lang kan duren voordat er een Europese interventiemacht tot stand komt, wordt het scenario volgens plan afgewikkeld.

In dat scenario is de optie van een machtsovername door Servië van geheel Joegoslavië thans blijkbaar een gepasseerd station: Slovenië is opgegeven. Het gaat nu om de vorming van een Groot-Servië, waarin alle gebieden in Joegoslavië waar Serviërs wonen, moeten worden opgenomen, ongeacht wie daar verder nog woont. De eerste fase daarvan is de inname van delen van Kroatië. In de volgende fase gaat het om de integratie van geheel Bosnië-Herzegovina in Servië, zo nodig op dezelfde manier; dan volgt Macedonië.

Het is een scenario dat voor Europa van de Atlantische Oceaan tot de Oeral onaanvaardbaar is. Het met geweld wijzigen van grenzen is evenals het uitroepen van onafhankelijkheid onaanvaardbaar, omdat het tot een kettingreactie zal leiden. Alle onafhankelijkheidsbewegingen zullen onmiddellijk dezelfde rechten claimen, of zich gerechtigd achten dezelfde methoden als in Joegoslavië toe te passen. Nu echter in Belgrado wordt beseft dat "Europa' tot iets anders dan verbale vermaningen niet in staat is, zal de klassieke machtspolitiek ongetwijfeld worden doorgezet. Dat betekent dat de burgeroorlog nog lang kan voortduren, met alle risico's vandien. Dan volgt waarschijnlijk een "voldongen feiten' politiek: Servië zal bereid zijn jarenlang, zo nodig tientallen jaren lang, te onderhandelen over teruggave van veroverde gebieden zonder ze terug te geven, ongeveer zoals Israel dat doet met de Westbank.

De Europese Gemeenschap zou echter nog steeds effectief kunnen ingrijpen. De Europese Gemeenschap, of de CSCE zou een commissie van goede diensten kunnen instellen, die in plaats van de trojka optreedt namens de gehele Europese Gemeenschap, of namens Europa. De commissie zou moeten betaan uit drie Europeanen die op grond van hun ervaring beschikken over een grote mate van persoonlijk gezag, door de ruziënde partijen als onpartijdig worden gezien en geen functies bekleden waardoor dat in twijfel kan worden getrokken (Brandt, Sjevardnadze, Thatcher, Carrington, Van der Stoel).

Door een dergelijke commissie te voorzien van een staf van deskundigen kan worden begonnen met de oprichting van een organisatie die bevoegd is tot en bekwaam is in het bemiddelen en oplossen van conflicten binnen Europa. Soortgelijke ontwikkelingen als in Joegoslavië zijn ook te verwachten in Tsjechoslowakije, Roemenië, Polen en de Sovjet-Unie. De commissie zou vervolgens de belangrijkste vertegenwoordigers van de partijen in Joegoslavië dienen uit te nodigen voor een conferentie buiten Joegoslavië die niet aan een tijdslimiet is gebonden en buiten de schijnwerpers van de publiciteit werkt aan een voor iedereen aanvaardbare oplossing.

Het is geen nieuwe idee. Het is wat de Amerikaanse president Carter deed toen hij de Israelische premier Begin en de Egyptische president Sadat uitnodigde in Camp David. Die operatie slaagde.