Alle verbeteringen die na de rassenrellen van 1981 zijn gestimuleerd, gingen aan Toxteth voorbij; Zwarte malaise in getto's Liverpool

Tien jaar geleden deden zich in de verpauperde binnensteden van Engelands voormalige industriecentra ernstige rassenrellen voor, zo ook in Liverpool. Maar ondanks alle beloften van de regering, ondanks de miljoenen overheidsgeld die in Liverpool zijn geïnvesteerd, is er in Liverpool-Toxteth sindsdien niets ten goede veranderd. Zesde deel van een serie over getto's in Europa.

LONDEN, 28 AUG. Het is deze zomer tien jaar geleden dat zwart en arm in de verpauperde binnensteden van Engelands voormalige industriecentra massaal en langdurig in opstand kwamen. Tien bloedhete dagen lang. De onrust begon eerst in Londen-Brixton, vervolgens in Bristol, Nottingham, Coventry, in Liverpool en uiteindelijk zelfs in gezapig Maidstone en Royal Tunbridge Wells. Er werd gevochten, geplunderd en vernield op een schaal die premier Thatcher rode ogen van slaapgebrek bezorgde. De rechter, Lord Scarman, die de eerste opstand - die in het merendeels zwarte Londense Brixton - later onderzocht, gaf de schuld voor het oproer aan àlle betrokkenen, maar vooral aan nietsziende politici en aan een gevoelsarme politie.

Aan zijn befaamde rapport voegde Lord Scarman de volgende woorden toe: “Het bewijsmateriaal dat ik heb ontvangen, laat me geen enkele ruimte tot twijfel over het feit dat achterstelling op basis van ras onderdeel uitmaakt van het leven van alledag in Groot-Brittannië. Die achterstelling was een belangrijke factor in de oorzaak van het oproer. Dringende actie is noodzakelijk, wil zij niet ontaarden in een endemische, onuitroeibare ziekte die het voortbestaan van onze hele samenleving bedreigt”.

In de wijk Toxteth in Liverpool bestaat tot op de dag van vandaag onderlinge onenigheid over de vraag of die periode van 3 juli tot 5 augustus 1981 nu werd gekenmerkt door rassenrellen, dan wel door een opstand van een - toevallig voornamelijk zwarte - sociale onderklasse tegen een zichtbare onderdrukker: de politie. Maar die onenigheid is alleen theoretisch van belang. Over de toestand nu, tien jaar nadat de politie in Toxteth de primeur lanceerde van het eerste gebruik van CS-gas op het Britse vasteland, is unanieme eendrachtigheid. Ondanks alle beloften van de regering, ondanks de miljoenen overheidsgeld die in Liverpool zijn geïnvesteerd, is er in Liverpool-Toxteth in tien jaar niets ten goede veranderd.

In de wijk Brixton in Londen, eens het sleutelwoord voor het fenomeen zwarte onvrede, heeft de yuppificatie toegeslagen en wordt het grotendeels Victoriaanse huizenbestand flatsgewijs bewoond door welgestelde jonge mensen, die de etnische mix wel avontuurlijk vinden. De huizen in Liverpool-Toxteth, toch al van het slechtste gehalte, zijn alleen maar verder verpauperd, de schamele voorzieningen zijn vrijwel verdwenen, de drugsdealers hangen openlijk rond op de hoek van Granby Street en de politie is, na een verwaterde poging tot community-policing, teruggekeerd tot repressie.

“In Liverpool-Toxteth”, zegt de voorzitter van de Merseyside Racial Equality Council, Ashish Das, “heeft een toenemende gettovorming van twee kanten plaats. Blanken willen dat zwarten alleen dáár blijven en zwarten komen de wijk niet meer uit en voelen zich alleen dáár nog veilig.”

In Liverpool, de armste van alle grote Britse steden omdat haar economie alleen op de haven berustte en niet op enige industrie, is de wijk "L 8' niet de enige enclave waarin een verpauperde bevolking leeft op een dieet van geen geld, geen baan en geen ambitie. Wat "L 8' - zoals Toxteth ook wel wordt genoemd - tot een getto maakt, is het verschil in kleur van de huid van de bewoners: van geel, via beige en lichtbruin tot diepzwart. Immigranten, zeker, maar ook in de stad geboren en getogen Scousers van generaties her, afstammelingen soms nog van de slaven, waarop de stad ooit zijn rijkdom heeft gebouwd.

“Geen zwarten, honden en Ieren” is een bord dat sinds de Wet op de Rassengelijkheid van 1969 is verdwenen uit Liverpool, maar Ashish Das zegt dat de mentaliteit die uit de tekst spreekt, nog altijd niet is veranderd. Liverpool-Toxteth moet volgens de anglicaanse bisschop David Sheppard “van alle wijken in Groot-Brittannië de buurt zijn waarop de meeste onderzoekers zijn afgestuurd”. Allen waren ze geschokt over de diepte van het raciale vooroordeel jegens zwarten bij een zelf uit golven immigranten (uit Ierland en Wales) voortgekomen blanke bevolking.

Toen FC Liverpool in 1987 de zwarte voetballer John Barnes aantrok, moesten van de befaamde Anfield Kop eerst de schuttingteksten (No wogs) verwijderd worden en de supporters moesten zich beheersen om Johnny niet met de gebruikelijke uitlatingen voor het hoofd te stoten. FC Everton, de blauw-witten uit Liverpool, wisten het wel en galmden van toen af aan over het veld: We are white. Een andere vorm van rassendiscriminatie blijkt uit recente overheidsrapporten die concluderen dat zwarten in onderwijs en huisvesting worden gediscrimineerd.

De op één na grootste werkgever van Liverpool is de gemeente. Van de 31.000 gemeenteambtenaren zijn er, 10 jaar na 1981, nog steeds niet meer dan ruim 300 zwart. Toch wordt het aantal zwarten in Liverpool op 8 procent van het totaal geschat. De afwezigheid van zwarte gezichten in het centrum van de stad is opvallend. Onder het winkelpersoneel van grote warenhuizen als Lewis's vallen geen andere dan blanke gezichten te ontdekken.

Zwart staat in Liverpool in arbeidsgeschiktheids-termen vrijwel gelijk met “niet te plaatsen”. De helft van de jongeren in Toxteth is werkloos, in sommige straten heeft zelfs 80 procent geen baan. In heel Liverpool bedraagt de werkloosheid gemiddeld 13 procent.

“Als ik mijn adres opgeef, L8, krijg ik geen verzekering, geen huis, geen banklening”, zegt Andrea Johnson, een veldwerker voor de semi-overheidsinstantie die rassengelijkheid moet bevorderen. We lunchen samen in een Caraïbisch eethuis aan de rand van Toxteth, net ver genoeg uit het zicht om niet samen gesignaleerd te worden. Het debat over de achterstelling van zwarten in Liverpool is in de loop der jaren zéér gepolitiseerd en pottekijkers, weet ook dit meisje maar al te goed, worden met grote achterdocht bekeken. Zelfs het rechtshulpbureau uit de wijk wil na intern overleg geen enkele medewerking geven aan deze reportage: “We willen het alleen als we propaganda kunnen maken voor onszelf en niet worden vergeleken met anderen”, zegt de voorzitter van het bestuur.

Daar waar tien jaar geleden het Rialto Theater met de grond gelijk werd gemaakt, staan nog steeds de schuttingen om een bouwval, maar de afgebrande NatWest Bank is vervangen door een net, nieuw gebouwtje. Hiervóór heeft zich net een week geleden het laatste omstreden incident met de politie voorgedaan, waarover al mijn zegslieden de mond vol hebben. Twee (zwarte) mannen met autopech wisten hun auto niet snel genoeg te verplaatsen, de politie werd ongeduldig, een duwpartij volgde, een moeder viel met baby en al op de grond en de baby sloeg met het hoofd tegen het asfalt. Het bureau voor rechtshulp, dat met de politie in de wijk op permanente voet van oorlog lijkt te verkeren, heeft een klacht ingediend.

De in Engeland algemeen gehoorde klacht dat het politieapparaat van racisme is doortrokken, klinkt in Toxteth luid en duidelijk. Go and spin on your lips, kreeg een 8-jarig jongetje, zoon van een Ierse moeder en een zwarte vader, te horen toen hij bij een opstootje stond te kijken. “Onze kinderen worden door de politie gecriminaliseerd omdat ze zwart zijn. Geen wonder dat ze de straat optrekken en zich tegen het gezag keren”, zegt de moeder van dit kind. Haar klacht wordt ondersteund door alweer een massa sociologisch onderzoek. Saillant feit: zwarten worden viermaal zoveel aangehouden in de omstreden stop and search-methodiek van de politie op straat als blanken.

De politie ontkent dat ze racistisch is en zegt dat ze in Toxteth alleen criminaliteitsbestrijding voor ogen heeft, een hardere taak dan elders in de stad. Bewoners ontkennen niet dat de drugshandel en de ledigheid waarin jonge mannen hun tijd doorbrengen criminaliteit met zich meebrengt, maar ze wijzen er ook op dat de politie met opzet autodieven- joyriders van elders in de stad naar Toxteth drijft om dan met gillende sirenes en in zes auto's een woeste achtervolging te kunnen inzetten die in een James Bond-film niet misstaat. De daarmee gepaard gaande publiciteit bevestigt de slechte reputatie van het stadsdeel.

De tragiek van Toxteth is dat alle verbeteringen die na de rellen van 1981 door de toenmalige minister voor milieu, Michael Heseltine, zijn gestimuleerd, juist aan deze wijk zijn voorbij gegaan. Aan de reconstructie van het Albert Dock, een gerestaureerd havencomplex dat als toeristenattractie dient, is geen werkloze uit Toxteth te pas gekomen. Hetzelfde geldt voor dat andere prestigeproject, het International Garden Festival 1984. De gemeente houdt vol dat die projecten én de nieuwe jachthaven aan de Mersey ontwikkelingen zijn die voor álle inwoners van Liverpool een zegen betekenen, maar de Somali's, Liberianen, Chinezen, Westindiërs, Nigerianen, Ieren en zwarte inwoners van Liverpool in L8 denken daar anders over. Het mag waar zijn dat 10,9 miljoen pond aan stadsvernieuwing is besteed, dat 7 miljoen pond is uitgegeven aan beschermde-stadsgezicht-gebieden, grenzend aan het hart van Toxteth, Granby. Maar waar is de verniewing gebleven op al die lege, met onkruid begroeide gaten in hun straat?

Paul Wilson, leider van de Granby-Toxteth Task Force, een overheidsinstelling, gelooft dat het langzame tempo waarin resultaten tot stand komen deels te wijten is aan het turbulente plaatselijk-politieke verleden van Liverpool. Links en militant links hebben de rekening daar nog steeds niet met elkaar vereffend. Maar hij is optimistisch over het feit dat de zwarte gemeenschap in elk geval is opgehouden “ieder ander dan zichzelf de schuld te geven voor de problemen”. En dr. Bob Dobbie, directeur van de Merseyside Task Force, wijst erop dat “we het hier hebben over de ommekeer van een aftakeling die 50 en misschien wel 100 jaar continu heeft geduurd. Daardoor liggen de waarnemingen bij het publiek van wat er al is bereikt, vaak achter bij de werkelijkheid”.

Claudette Whittingham, een employée van het Methodist Centre en coördinator van "zwarte' projecten, beaamt dat de zwarte gemeenschap aan de rellen van tien jaar geleden in elk geval zelfbewustzijn heeft ontleend. “Onze gemeenschap heeft het niet opgegeven en is aanhoudend positief. Wij zijn, wat anderen ook zeggen, niet een getto, maar een voor rede vatbare gemeenschap waarin de barrières alleen doorbroken worden wanneer wij - zoals tien jaar geleden - wanhopig zijn.”

Eén klein project waaraan Whittingham onder andere zelfbewustzijn ontleent is het Merseyside Skills Training Centre, waarin zwarten zonder geëigende opleiding worden klaargestoomd voor leidinggevende banen bij de overheid. De opleiding bestaat uit een beroepstraining en een speciaal “programma in persoonlijke ontwikkeling”. De cursisten krijgen tijdens de opleiding een salaris, in plaats van het in overheids-herscholingsprogramma's gebruikelijke (minimale) zakgeld. MTS is een groot succes op kleine schaal (80 procent van de cursisten krijgt de beoogde baan) en heeft als verdienste dat we “afstand nemen van het slachtofferscenario”, zoals de (zwarte) opleiders zeggen.

Whittingham onderstreept positieve actie. “Wij hebben besloten dat wij niet langer met ons laten sollen. We hebben dus óók plannen met onze gemeenschap. En wij willen niet worden betaald uit een speciaal budget voor minderheden, maar net als iedereen meedelen in de normale geldstroom voor sociaal-economische regeneratie van de stad. Wij accepteren niet langer een systeem dat beoogt ons onze culturele afkomst te doen vergeten, dat ons voorhoudt dat we moeten assimileren en dat ons dan in de positie brengt dat we toch nog onderaan de stapel terecht komen. En met onze activiteiten kunnen we ons niet permitteren te mislukken, want wij zijn een model waarnaar de hele gemeenschap in L8 zich kan gedragen.”

Foto: Alexandra Hotel, een pub in Toxteth, Liverpool. (Foto Liam White)