Vertrouwensbreuk

OOK DIT JAAR zal het nog Prinsjesdag zijn mèt minister Kok. Hij maakt het dus wel mee. De man die afgelopen zaterdag nog strijdbaar verklaarde een besluit tot ontkoppeling “niet te zullen meemaken”, verdedigde vanmorgen fier een kabinetsbesluit waarin het woord koppeling niet meer voorkomt. Er is de afgelopen dagen weer een "ouderwetse' strijd gevoerd om het befaamde koopkrachtplaatje. En zie, met wat ingenieuze kunstgrepen in de belasting- en premiesfeer is er voor de mensen met een minimumuitkering zelfs nog zes gulden extra uit de bus gerold. Aan de hand van veronderstellingen, aannames en vooral veel vertrouwen in de bereidheid tot loonmatiging bij de vakbeweging ontstaat voor volgend jaar een inkomensbeeld dat ook zonder koppeling vooral gelijkwaardigheid uitstraalt. Althans, op het altijd weer geduldige papier waarmee de koopkrachtfictie in stand wordt gehouden.

Dat het in de praktijk net als de afgelopen jaren allemaal anders zal lopen, maakt niet uit. Zodra de vakbeweging zich niet meer houdt aan de uiterst optimistische veronderstelling van het Planbureau dat de lonen in 1992 met niet meer dan drie procent zullen stijgen (diverse bonden hebben het over looneisen van zes à zeven procent) is het gedaan met het koopkrachtplaatje. En dan mag PvdA-leider Kok nog eens uitleggen hoe het ook al weer met de koppeling zat.

WEDEROM WORDEN beloften gedaan die niet waar kunnen worden gemaakt. Met als gevolg dat als straks blijkt dat de uitkeringen de lonen toch niet volgen de frustratie bij de direct betrokkenen des te groter zal zijn. Het regeerakkoord was helder. Er zou worden gekoppeld onder bepaalde voorwaarden. Nu aan die voorwaarden niet wordt voldaan (de verhouding tussen actieven en niet-actieven verslechtert) kan er dus ook niet worden gekoppeld. Maar PvdA-leider Kok kwam vorige week terug op die mede door hem in 1989 gemaakte afspraak. Hij kon zich niet voorstellen dat in het huidige sociale klimaat de koppeling geen doorgang zou vinden. Zo werd de koppeling, waarover de PvdA-leiding op het speciale partijcongres in het najaar nota bene een fundamentele discussie wil voeren, opeens weer tot strijdpunt verheven. Het doet opnieuw de vraag rijzen wat Kok nu eigenlijk wil. Het ene moment moet de verzorgingsstaat fundamenteel worden herzien en moet er vooral niet met dogma's worden gewerkt. Het andere moment klampt hij zich met beide handen vast aan de koppeling, misschien wel één van de grootste dogma's.

HET KABINET IS de afgelopen dagen langs de afgrond gegaan. Opvallend was dat er de laatste dagen zowel in CDA als in PvdA-kring werd opgemerkt dat het niet zozeer geen crisis mòcht worden, maar dat het geen crisis kòn worden. Beide partijen hebben op dit moment geen belang bij een crisis. De PvdA niet omdat verkiezingen op dit moment gelijk zouden staan aan politieke zelfmoord. Het CDA zit niet te wachten op verkiezingen omdat wat daarna kan volgen voor de partij nog te ongewis is. Er is niet langer sprake van twee partijen die zoals premier Lubbers bij de regeringsverklaring zei “gezamenlijk vorm en inhoud willen geven aan een beleid dat gericht is op het verstevigen van rechtvaardige en duurzaam evenwichtige verhoudingen”, maar van partijen die tot elkaar veroordeeld zijn.

Een kabinetscrisis over de uitleg van het begrip koppeling in het land dat EG-voorzitter is, in een tijd dat elders in Europa zo ontzettend veel in beweging is, zou inderdaad al te bizar zijn. Daarom is het goed dat een crisis is afgewend. De crisisdreiging is voorbij, maar wat resteert is de vertrouwensbreuk die tussen de coalitiepartners ontegenzeggelijk is ontstaan. Hortend en stotend zal het kabinet verder gaan, tot het moment dat een crisis een van beide partijen wel goed uitkomt. Daadkracht is niet meer te verwachten.