SVB-Complex

Mevrouw B. van Hellenberg Hubar stelt (NRC Handelsblad, 20 augustus) dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg geen rekening heeft gehouden met de bezwaarschriften van de Rijksbouwmeester en het Cuypers Genootschap. Deze bezwaarschriften zijn niet in het kader van de monumenten-vergunningsprocedure bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg ingediend, zodat er in de besluitvorming ook geen rekening mee kon worden gehouden. Verder heeft de schrijfster bezwaar tegen de manier waarop in dit geval herbestemming is gegeven aan het gebouw. Het is wel zeer naïef te denken, dat monumenten zoals de voormalige Sociale Verzekeringsbank zonder herbestemming kunnen voortbestaan. Herbestemming is een levensvoorwaarde voor behoud.

Met Van Hellenberg Hubar zullen vele ijveraars voor het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed moeite hebben met het feit dat bij vergunningverlening rekening gehouden moet worden met het gebruik en de belangen van de eigenaar. Er is echter niet voor niets een artikel hierover opgenomen in de Monumentenwet 1988 (artikel 2). Beslissen in de wereld van de monumentenzorg is, evenals overal elders bij overheidsbeslissingen, een kwestie van afweging. Zeker in het onderhavige geval, waar een eigenaar zich na aankoop van een gebouw en tijdens het planvormingsproces, geconfronteerd ziet met een voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst. Dit riekt al gauw naar onbehoorlijk bestuur; in zo'n situatie moet de overheid uiterst zorgvuldig te werk gaan.

Monumentenzorg is niet een kwestie van dirigeren is uit een ivoren toren wat wèl en wat niet kan. Het is een afwegen van belangen, waarbij het de taak is van monumentenzorg de cultuurhistorische waarden op een volwaardige manier tot hun recht te laten komen. De Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam is te beschouwen als een voorbeeld van het "bevorderen van een blijvende integratie van cultuurhistorische waarden in een steeds veranderend leefmilieu', zoals één van de twee hoofddoelstellingen van de monumentenzorg luidt. Deze hoofddoelstellingen zijn verwoord in de beleidsnota voor de rijksmonumentenzorg uit 1984 van de toenmalige minister Brinkman. De consequenties van deze beleidsnota beginnen nu langzaam zichtbaar te worden.