"Sovjet-Unie heeft behoefte aan aardappels die niet rot zijn'

ROTTERDAM, 27 AUG. “Naast de misdaad is de voedselvoorziening het voornaamste probleem in de Sovjet-Unie. De laatste vijf jaren is de landbouwproduktie alleen maar achteruitgegaan.

Er moet snel hulp worden geboden om die situatie te verbeteren. Dat is ook in het belang van het Westen, want gebeurt er niks dan zal er een volksverhuizing op gang komen en dan gaat het echt om veel meer dan een miljoen mensen. Hulp via de Wereldbank en EG biedt voor de korte termijn geen soelaas indien die hulp op de traditionele wijze wordt gegeven. Men moet het, zoals wij, op decentraal niveau zoeken: bedrijven van hier en daar die elkaar onderling helpen.''

Dat zegt directeur J.A. de Boer van Cebeco International Projects, een dochter van de aan- en verkooporganisatiecoöperatie Cebeco-Handelsraad. Vorige week was hij andermaal in de Sovjet-Unie, nu in Siberië. Daar ondertekende hij samenwerkingscontracten met lokale autoriteiten en bedrijven. Dat was op de woensdag dat bekend werd dat de coup tegen Gorbatsjov was mislukt.

“Waar het op de korte termijn om gaat is dat de mensen aardappelen en kool krijgen, die niet rot zijn. Dat zijn zaken, die gemakkelijk tot stand kunnen komen zonder dat het Westen er miljarden guldens aan kwijt is. Met een beetje goede wil kan er over twee tot drie jaar voldoende voedsel van een minimaal assortiment van aardappelen, kool en groenten zijn, maar dat lossen wij als Cebeco in dat reusachtige land natuurlijk niet in ons eentje op.”

Cebeco International Projects maakte vorige week bekend dat de komende vier jaar de inspanningen in de Sovjet-Unie zullen worden vergroot. Het gaat om de levering van pootgoed, zaaizaden, gewasbeschermingsmiddelen, technische installaties onder meer voor het opslaan van landbouwprodukten en van kennis. Nederlandse boeren zullen ter plaatse op parttime-basis hun ervaring ter beschikking stellen. Verder zijn afspraken gemaakt over een mogelijke joint venture voor de pootaardappelteelt en voor de produktie in licentie van landbouwwerktuigen in fabrieken, die vroeger militair materieel maakten. “Aan alles is er een tekort. De landbouwmachines zitten op het niveau van wat hier dertig tot veertig jaar voor modern gold”, aldus De Boer.

Met de nieuwe projecten is voor Cebeco International Projects in 1992 een omzet van 50 miljoen gulden gemoeid. De goederen en diensten, die Cebeco in de streek rond Kemerovo levert, worden betaald uit de opbrengsten uit de kolenexporten en de metaalproduktie in de regio.

De gemiddelde grootte van de bestaande landbouwbedrijven (sovchozen en kolchozen) in de Sovjet-Unie is 5000 hectare. Per 10 hectare is er 1 werknemer in dienst. (Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands akkerbouwbedrijf is 80 hectare groot, waarop naast de boer en zijn vrouw soms alleen een zoon werkt). De opbrengsten liggen volgens De Boer op eenderde van die in Nederland. “Met vrij eenvoudige ingrepen kunnen ze wat de granen betreft gemakkelijk met vijftig en voor aardappelen en groenten zelfs met 150 procent worden vergroot. Maar daarvoor is wel meer motivatie nodig. De mensen, die je in de bedrijven ontmoet, zijn meestal gedemotiveerd omdat al hun inspanningen door het gebrek aan produktiemiddelen tot niets leiden.”

Tien jaar geleden deed Cebeco International Projects de eerste stappen op de markt in de Sovjet-Unie met de leveringen van kennis en goederen. Inmiddels heeft de onderneming in twintig plaatsen projecten. Ze strekken zich uit van Litouwen in het Westen tot de streek rond Kemerovo in Siberië. Het gaat daarbij voornamelijk om het telen van aardappelen met behulp van Nederlands pootgoed, maar ook van groenten. In Tasjkent is met behulp van Cebeco de teelt van meloenen opgezet. Die worden naar Nederland geëxporteerd en met de opbrengst daarvan wordt in Tasjkent de teelt van aardappelen van de grond gebracht.

De gemiddelde grootte van de percelen, waar Cebeco bij betrokken is, is 100 hectare. “Doordat men onze kennis en middelen gebruikt, werd de opbrengst tweemaal zo groot en verbeterde de arbeidsefficiency met een factor tien. De bewaarverliezen, een enorm probleem, daalden door een betere ventilatie van de bewaarplaatsen van veertig naar een paar procenten.”

Volgens De Boer zou een onderneming als de zijne meer zaken in de Sovjet-Unie tot stand kunnen brengen als de Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij (NCM) bereid zou zijn niet alleen de exporten te garanderen die lopen via de Sovjet-bank voor buitenlandse economische betrekkingen, de Vnesheconombank. “De Nederlandse overheid via de NCM maar ook Nederlandse commerciële banken beperken zich strikt tot deze formele kredietlijn waarmee het voor een bedrijf als het onze, dat nu juist bewust koos voor een gedecentraliseerde aanpak, practisch is uitgesloten om een NCM-dekking voor elkaar te krijgen. Dat beperkt ons in onze mogelijkheden”, aldus De Boer, “want als we geen zekerheid krijgen, kunnen we geen zaken doen. Bovendien houdt men aldus het centralistische systeem in stand.”

Woordvoerster M. Vinken zegt dat de NCM op dit moment niet het beleid te wijzigen. Dat kan volgens haar pas aan de orde komen “wanneer de republieken economisch zelfstandig worden.” Begin juli werd met de Sovjet-Unie een raamkredietovereenkomst voor een miljard gulden gesloten. Hiervan is 270 miljoen gulden bestemd voor reeds gedane maar nog niet betaalde leveranties. “In enkele gevallen hebben we al schade uitgekeerd,” aldus Vinken.

Meer Nederlandse ondernemingen zouden in de Sovjet-Unie goede zaken kunnen doen. “Het klinkt wat verwaand, maar als men in de Sovjet-Unie praat over moderne landbouw dan praat men over Nederland. Hier kan men dus scoren”, zegt landbouwattachee H. van Wissen, die tot 1 september standplaats Moskou heeft en daarna naar Brazilië gaat. Kansen voor Nederlandse bedrijven vooral op het gebied van advisering (consultancy) en de verkoop van kennis zijn er volgens hem voldoende. “Maar voor Nederlandse boeren zelf lijkt me de eerste jaren vestiging in het land minder raadzaam. Er is geen infrastructuur. Men zou zich kapot lopen op de bureaucratie. De Nederlanders kunnen het vooralsnog beter dichter bij huis zoeken, bijvoorbeeld in de landen van het voormalige Oostblok.” De Boer van Cebeco: “Ik denk dat de sociaal-culturele verschillen ook te groot zijn. Bovendien zijn er financieel gezien ook geen mogelijkheden voor Nederlanders om in het land een landbouwbedrijf te beginnen. De bureaucratie is vaak ook fnuikend.”

Vorig jaar uitte hij in de Izvestia scherpe kritiek daarop. Een landbouwproject van Cebeco in Kasjira ten Zuiden van Moskou werd door allerlei autoriteiten tegengewerkt. De ingezonden brief leverde minstens duizend reacties op. “Alle schrijvers bleken de grieven volledig te onderschrijven”, aldus De Boer.

In Moskou, zegt landbouwattachee Van Wissen, ligt 60 uur Nederlandse voorlichtingsfilm, waarin de boeren in de Sovjet-Unie wordt verteld hoe een modern landbouwbedrijf er uitziet. Geregeld zenden televisiestations delen van de films uit. Er bestaan plannen om zo'n 20.000 kopiëen in omloop te brengen.

“Het van de grond brengen van levensvatbare landbouwbedrijven”, zegt Van Wissen, “is een zaak met nog vele haken en ogen. We werken met in de Sovjet-Unie volstrekt onbekende begrippen als privatisering en infrastructuur. Je trekt in dat land niet zo maar een blik boeren open. Men weet er bij wijze van spreken niet eens wat een boer eigenlijk is. De zogenaamde boeren zijn werknemers van ontzagelijk grote op industriële leest geschoeide bedrijven.”

In de Russische republiek van Boris Jeltsin is volgens Van Wissen de privatisering het verst gevorderd. “Men heeft er geld in gestopt en de zaken structureel aangepakt. In andere Sovjet-republieken veranderde men vaak alleen maar de naam van een ministerie, maar in Rusland is er een staatscomité voor landhervorming en privatisering opgericht, dat te zijner tijd ook de bevoegdheden zal overnemen van het ministerie van Landbouw. Daar zitten deskundige mensen aan de top. Je ziet nu al dat de landbouw in de Russische republiek, die volledig op z'n kont lag, overeind aan het krabbelen is.”

In 1990 waren in de Russische Federatie nog maar 340 zelfstandige boeren, dit jaar is hun aantal al op 22.000 gekomen en volgend jaar worden er 100.000 verwacht. “Maar 90 procent zal kapot gaan als er niks wordt gedaan aan de verbetering van de infrastructuur, zodat men zijn produkten op de markt kwijt kan”, aldus Van Wissen.

“ De Russen ervan overtuigen dat wat je ergens aan kennis en energie instopt er straks als resultaten uitkomt is het moeilijkst van de opdracht. Dat kost heel wat missie- en zendingswerk”, zegt directeur L.J. Brandel van de Divisie Oost-Europa van Euroconsult in Arnhem. Euroconsult is op het ogenblik bezig om in de omgeving van Moskou 80 boerengezinsbedrijven naar Nederlands voorbeeld op te zetten in de akkerbouw en de melkveehouderij. Daarvoor kregen de boeren van de voormalige sovchozen en kolchozen land in pacht. “Dat heeft”, zegt Brandel, “echter heel wat voeten in de aarde gehad. Men moet er toe naar een volstrekte andere mentaliteit en daar zijn geen maanden, maar vele jaren mee gemoeid.” De Boer van Cebeco beaamt dit volmondig:“We zijn een generatie verder voordat het zover is.” Euroconsult verschaft adviezen op het gebied van infrastructuur, voorlichting, training, aankoop van materieel en afzet.

De boerenbedrijven, die met behulp van Euroconsult worden opgezet en waarvan op dit moment een aantal daadwerkelijk draait, ontvangen technische bijstandvan Nederlandse boeren, die er op contract heengaan. “De belangstelling is erg groot. Er zijn in ons land genoeg avonturiers, die de uitdaging aandurven”, aldus Brandel.

Foto: Armeense vrouwen werken als dagloner op een kolchoze. Met het rapen van knoflook verdienen ze drie roebel per dag, ook naar Sovjet- begrippen zeer weinig. Op de achtergrond de berg Ararat. (Foto Co de Kruijf)