Sovjet-republieken vluchten nu ook uit de roebel

DEN HAAG, 27 AUG. Het economische demasqué van de Sovjet-Unie is begonnen. De roebel is waardeloos geworden als ruilmiddel. Zonder functionerend centraal geldstelsel zullen de afzonderlijke republieken zich zo snel mogelijk willen afscheiden van de Unie en een eigen munt uitgeven.

Aldus professor Anders Aslund, directeur van het Instituut voor de economie van de Sovjet-Unie en Oost-Europa in Stockholm. Aslund, één van de belangrijkste deskundigen in de Sovjet-economie, volgt de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie op de voet. “Ik belde gisteren een kennis van me die werkte bij Gosplan, het staatsplanbureau, in Moskou. Hij was ontslagen. Gosplan is dicht”, vertelt Aslund.

De Sovjet-economie stort in. Dit jaar zou de produktie met 15 tot 20 procent zijn ingekrompen. Maar nu het centrale gezag is weggevallen, de communistische partij zijn administratieve greep op de economie heeft verloren en republieken zich afscheiden, verwacht Aslund een halvering van de produktie. “Kijk naar Albanië”, zegt hij. “Daar is de economie na de val van de dictatuur met 56 procent ingekrompen. De situatie in de Sovjet-Unie kan beter vergeleken worden met die in Bulgarije en Albanië dan met die in Polen of Tsjechoslowakijke.”

De republieken ontvluchten de Unie. “Het oude systeem heeft opgehouden te bestaan, maar er is niets voor in de plaats gekomen. Niemand accepteert de roebel meer als munt, de Sovjet-Unie zal terugvallen op binnenlandse ruilhandel. Daarom willen de republieken zich onafhankelijk maken en een eigen munt uitgeven. Niemand wil met de roebel opgescheept blijven. Ook Rusland zal snel een nieuwe munt invoeren.”

Aslund verwacht dat een aantal republieken de koers van hun munt zal koppelen aan die van de D-mark of de ecu, de Europese rekeneenheid.

Onafhankelijkheid zal het hervormingsproces in de republieken versnellen. De economische structuren moeten toch veranderen, tweederde van de industrieën zal zijn poorten moeten sluiten, meent Aslund. “Dan maakt het niet uit dat de economische banden tussen de republieken worden herzien.”

“Ik verwacht een korte, krachtige chaos”, zegt Aslund. “De Sovjet-Unie zal uit elkaar vallen. De bestaande interrepublikeinse handelsstromen, het transport van goederen en grondstoffen door de Sovjet-Unie, zullen ophouden, maar dat is geen ramp. Nu is sprake van enorme verspilling, van milieuvervuiling. De betrekkingen tussen de Sovjet-republieken zullen net zo snel veranderen als die tussen de landen van de voormalige Comecon, het Oosteuropese handelsblok.”

Aslund meent dat de meeste nieuwe republieken economisch levensvatbaar zijn. “IJsland en Luxemburg zijn ook welvarend”, zegt hij. “De republieken zullen complementair worden. We moeten blij zijn met deze ontwikkeling. De sociale kosten zijn enorm, maar de mensen zijn bereid dat offer te brengen. Dat zie je in Oost-Europa: daar zijn de mensen bereid om de gevolgen van de overgang naar een markteconomie te dragen.”

Het Westen moet nu op grote schaal hulp aan de Sovjet-Unie en de afzonderlijke republieken geven, meent de Zweedse hoogleraar. Het plan van Sovjet-econoom Javlinksi en de Harvard-groep, The grand bargain, is volgens hem de beste aanpak. “Na de ervaringen in Polen en Tsjechoslowakije is onze kennis over de overgang naar een markteconomie enorm toegenomen. We weten dat een markteconomie van de grond komt en het ondernemerschap opkomt zodra daarvoor mogelijkheden bestaan. Zelfs de omvang van de werkloosheid valt mee.”

Op korte termijn moet een stabilisatiefonds gevormd worden van 5 à 10 miljard dollar (de waarde van drie maanden import) om de roebel (of een nieuwe munt) inwisselbaar te maken. Verder zou zo'n 15 miljard dollar van de buitenlandse schuld van de Sovjet-Unie (65 miljard dollar) heronderhandeld moeten worden.

Als vuistregel voor de jaarlijkse omvang van de hulp hanteert Aslund 5 procent van het bruto nationale produkt van een land. In het geval van de Sovjet-Unie schat Aslund het bnp op 300 miljard dollar (de statistische gegevens van de Sovjet-Unie zijn onbetrouwbaar en het dollarbedrag hangt af van de omrekeningskoers van de roebel die gehanteerd wordt). Dat levert een jaarlijks hulpbedrag van 15 miljard dollar op. “Meer kunnen de Sovjet-Unie of de afzonderlijke republieken ook niet absorberen”, aldus Aslund.