Premier Madagascar vormt nieuw kabinet, vraagt steun oppositie

ANTANANARIVO, 27 AUG. Premier Guy Razanamasy van Madagascar heeft gisteren een nieuw kabinet gevormd en de oppositie gevraagd zich achter deze nieuwe regering te scharen.

De oppositie organiseert al meer dan 10 weken massale protestdemonstraties en stakingen tegen het bewind van president Didier Ratsiraka. Ratsiraka werd in 1989 voor een derde termijn van zeven jaar tot president gekozen. Volgens de oppositie zijn die verkiezingen gemanipuleerd.

Het 24 man sterke nieuwe kabinet bestaat goeddeels uit burgers en bevat volgens het Amerikaanse persbureau AP geen enkele vertegenwoordiger van de uit zes partijen bestaande oppositie-coalitie die enkele weken geleden een eigen schaduwkabinet heeft gevormd.

Ratsiraka, die in de eerste jaren van zijn zestienjarig bewind straf communisme predikte, heeft Razanamasy op 8 augustus tot premier benoemd met de opdracht een nieuwe brede coalitie-regering te vormen om zo een verdere escalatie van de politieke crisis te voorkomen.

De oppositie eist het vertrek van Ratsiraka, een nieuwe grondwet en nieuwe verkiezingen. Premier Razanamasy repte gisteren evenwel met geen woord over verkiezingen noch over Ratsiraka.

Het nieuwe kabinet telt drie ministers die trouw zijn aan Ratsiraka. Dat ook twee hoge militairen in het nieuwe kabinet zijn vertegenwoordigd wordt in Antananarivo uitgelegd als bewijs dat het leger de nieuwe regering steunt.

De reputatie van Ratsiraka is aanzienlijk verslechterd nadat hij onlangs zijn paleiswacht opdracht gaf te schieten op een protesterende menigte voor zijn woning. Volgens het Rode Kruis kwamen bij die schietpartij ten minste 31 mensen om het leven.

De schietpartij betekende een slag in het gezicht voor Frankrijk, de vroegere koloniale mogendheid die de paleiswachten traint. De Fransen hebben hun militaire steun aan Madagascar opgeschort. De Fransen zouden evenwel hun invloed op Madagascar graag willen behouden, gezien de strategische ligging van het eiland en de minerale rijkdommen. (AFP, AP, Reuter)